10.1.7. Rust bij het sterven

"Goed leven is een goed begin om goed te sterven." (Betty Carlson)

Derde rust: volmaakte rust

God geeft je als gelovige pas de volmaakte rust van scheppingsdag 7 als geschenk nadat je leven op aarde is afgelopen. Je kunt dan rusten van aardse inspanningen en geestelijke strijd, want het aardse leven houdt dan op (en ook die gehate oude natuur) en het geestelijke leven blijft over. Dat geestelijke leven zal zich daarna verder ontwikkelen tot een leven dat vele malen rijker en completer zal zijn dan het aardse leven.

"Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel ... Hiervoor heeft God zelf ons gereedgemaakt, door ons de Geest als onderpand te geven." (1 Korintiërs 5:1,5, NBV2004)

Ouderdom

"... Ook al gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijke bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd." ( 2 Korintiërs 4:16, NBV2004)

Bij het verval van lichamelijke krachten, worden je mogelijkheden om in de materiële wereld te functioneren steeds minder. Maar als het goed is gaat het innerlijke, nieuwe leven steeds meer je persoonlijkheid beheersen. Dat is geloofsgroei en per saldo is dat vooruitgang. Oudere gelovigen die dit zo ervaren zijn rijke mensen. Als je vast geworteld bent in de Heer en gewend bent vanuit zijn kracht te leven, blijf je in geestelijk opzicht gewoon doorgroeien.

"Ze staan geplant in het huis van de HEER, in de voorhoven van onze God groeien zij op. Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn en blijven krachtig en fris. Zo getuigen zij dat de HEER recht doet, mijn rots, in wie geen onrecht is." (Psalm 92:14-16, NBV2004)

Volgens wereldlijke maatstaven ben je afgeschreven als je een bepaalde leeftijd bereikt hebt, maar dat geldt niet binnen het Koninkrijk van God. Daar geldt de opgaande lijn als normaal, zoals dat zo mooi wordt weergegeven in de laatste regel van het lied van Debora:

"Maar zij die U liefhebben zijn, zullen krachtig stralen als de opgaande zon." (Rechters 5:31, HB2008)

Je kunt ervoor kiezen om de laatste periode van je leven te vergelijken met een ondergaande zon, of met een opgaande zon. Gods kinderen gaan altijd over een weg die omhoog gaat.

De kracht van de oudere, die met God leeft, ligt hierin dat hij heeft geleerd om afstand te nemen van eigen kracht, iets wat de meeste jongeren nog heel erg moeten leren. Hoe meer je vertrouwt op je eigen mogelijkheden, des te minder kan de Heer door je heen doen. Ouderen, die afhankelijker zijn geworden in de letterlijke zin van het woord, leren daardoor ook beter in afhankelijkheid van God te leven. Dat is geen zwakheid, maar dat is juist hun kracht. Het plan van God is heel bijzonder en gaat meestal in tegen de ideeën van de wereld. Ook hiervoor geldt:

"wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen;" (1 Korintiërs 1:27, NBV2004)

Klaar om te sterven?

Een kind van God hoort elk moment klaar te zijn om te kunnen sterven. In de praktijk schuiven veel gelovigen dat voor zich uit en nemen zich voor om daar later wat tijd aan te besteden. Dat is niet verstandig, want veel mensen sterven onverwacht. Heel veel andere mensen zijn gedurende de laatste weken van hun leven niet meer in staat om helder te denken over deze zaken. Laat staan dat ze in staat zijn een omslag in hun denken mee te maken als dat nodig is. Waarom zijn sommige gelovigen niet klaar om te sterven? Daar kunnen verschillende redenen voor zijn, zoals:

  1. nooit echt bekeerd en wedergeboren
  2. geen zekerheid over eeuwig leven
  3. onbeleden zonden of vasthouden aan bepaalde zonden
  4. een of meer mensen niet willen vergeven
  5. dingen in de relatiesfeer die nog moeten worden beleden of goedgemaakt
  6. vastzitten aan wereldse zaken

Daarnaast is het voor iedereen moeilijk om afscheid te moeten nemen van geliefden, ook al weten we dat dit onvermijdelijk hoort bij het levenseinde.

Angst voor de dood

De dood is een gevreesde vijand van het leven. De dood is tegennatuurlijk en hoort gewoon niet bij het leven. De dood is er vanwege de zondeval en de ontluisterde aarde waarop we leven: het is en blijft onze vijand. Daarom is het niet vreemd dat veel gelovigen bang zijn voor de dood. Ik zou bijna zeggen: wie niet? Dat is begrijpelijk, omdat je een toekomst tegemoet gaat die je niet kunt overzien en ... je staat er alleen voor. Geen mens die met je meegaat om die poort door te gaan naar het onbekende.

De dood is een macht van de satan, maar ... Jezus heeft de dood overwonnen:

"... is de Zoon (=Jezus) een mens geworden ... om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood." Hebreeën 2:14-15, NBV2004)

Ook de Bijbel praat onze angst voor de dood niet weg, maar benoemt die gewoon. Tegelijk maakt hij duidelijk dat de dood niet het laatste woord heeft, want de sleutel tot de poort van de dood is niet langer in handen van de satan, maar van Jezus die daar het volgende over gezegd heeft:

"Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk." (Openbaring 1:18, NBV2004)

De dood is een overwonnen vijand. We mogen best wel eens huiveren als we aan de dood denken, maar die angst hoeft ons niet te beheersen. Alleen Jezus maakt uit wanneer het tijd is om te gaan:

"Mijn tijden zijn in uw hand..." (Psalm 31:16, NBG1951)

Voor elke ware gelovige geldt dat Jezus aan de andere kant staat van die poort naar het onbekende. Er staat een Bekende op je te wachten en Hij verlangt ernaar je te begroeten. Het is geen sprong in het duister, maar de weg naar het licht.

Bij het sterven

Op grond van Gods Woord mogen gelovigen erop vertrouwen dat ze bij naar de hemel zullen gaan als hun aardse leven is voorbij is. Dat is de plaats waar God woont en waar Jezus een plek voor hen heeft klaargemaakt. Het is een plaats van ultieme rust en vernieuwing, waar ze op een vernieuwde manier God en hun medemensen mogen dienen.

"Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven ...Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen." (Openbaring 14:13, NBV2004)

Zo vinden gelovigen hun absolute rust in de tegenwoordigheid van God, gereinigd van alle sporen van de zonde, van alles wat hun geluk zou kunnen bederven. Dat is de volmaakte, definitieve rust. Dat is niet de passieve rust van een soort Luilekkerland, maar een actieve rust die gekoppeld is aan een bruisend, boeiend leven in de hemelse sfeer.

"...in uw huis mag ik wonen, tot in lengte van dagen." (Psalm 23:6, GNB1996)

Zie ook 'Sterven' in hoofdstuk 'Hiernamaals'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013