10.1.2. Sabbatten

Gewijde rust op de wekelijkse sabbatdag

In het Oude Testament zien we een sterke nadruk op het begrip 'sabbat' in de betekenis van 'gewijde rustperiode'. Het meest bekend is de wekelijkse sabbatdag, de zevende dag van elke week die bij ons 'zaterdag' heet. Volgens de joodse traditie begint de sabbatdag op vrijdag bij zonsondergang en duurt die tot zaterdag bij zonsondergang. Op de sabbatdag mogen joden geen werk doen. In de tijd van het Oude Testament moesten de priesters op de sabbatdag dag wel de dagelijkse offers brengen, zelfs nog meer dan op doordeweekse dagen (Numeri 28:9-10).

"Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard." (Exodus 20:8-11, NBV2004)

De wekelijkse sabbatdag werd en wordt door de joden niet zozeer onderhouden als een godsdienstige verplichting, maar op een feestelijke manier gevierd als een godsgeschenk. Zij zien het vooral als een heilige dag, waarop de mens zijn zorgen van zich af zet, zich niet bezighoudt met wereldse belangen, maar zichzelf wijdt aan geestelijke zaken en ontmoetingen met volksgenoten. Men viert de sabbatdag daarom pas volledig, wanneer deze dag niet alleen in lichamelijke rust wordt doorgebracht, maar ook met het verrijken van de geest.

Tot op vandaag wordt de joodse sabbatviering beleefd als het hoogtepunt van de week. De sabbatdag wordt ingeleid met een speciale sabbatmaaltijd. De ouders zegenen elkaar en hun kinderen en staan stil bij al het goede dat ze van God hebben ontvangen. Een aardig detail daarbij is dat er tijdens een sabbatmaaltijd alleen over plezierige en positieve onderwerpen gesproken mag worden. God wil ons leren wat dankbaarheid, vrolijkheid en blijheid is. Juist die sabbatvieringen binden de gezinsleden aan elkaar tot een harmonische eenheid; ze worden als een grote zegen ervaren. Christenen kunnen nog heel wat leren van joodse tradities en van de manier waarop zij uiterlijk aandoende tradities weten te onderhouden om het innerlijke leven te versterken.

Het belang van de sabbatdag

De instelling van de sabbatdag was een van de eerste geboden van God aan het volk Israël, zelf nog voor de wetgeving bij de berg Sinaï. Al toen het volk Israël na hun uittocht uit Egypte bij de eerste oase kampeerde gaf God hen al een aantal voorschriften:

"Daar in de woestijn gaf de HEER hun wetten en regels..." (Exodus 15:25, NBV2004)

Dit zinnetje staat heel onopvallend in de geschiedenis van het ondrinkbare water bij Mara. Je leest er gemakkelijk overheen. In Exodus 16 lezen we dat God dagelijks hemelbrood gaf, maar dat de zevende dag een uitzonderingspositie innam. Op die dag zou er geen hemelbrood komen en de dag ervoor moest er dus een dubbele portie worden verzameld. Kortom: niet werken, maar genieten van de sabbatsrust, een dag niet werken, maar vertrouwen op Gods voorzienigheid. Met andere woorden: het sabbatgebod moet toen al bekend zijn geweest bij het volk Israël.

Het sabbatsgebod was zo belangrijk dat overtreders de doodstraf verdienden. In Numeri 15:32-36 wordt beschreven dat iemand gestenigd moest worden omdat hij op sabbatdag brandhout gesprokkeld had. God beschouwde dit ontheiligen van de sabbatdag als een opstandige afwijzing van Hemzelf. Gods sabbatsgebod is werkelijk een zaak van leven of dood. Het ging God natuurlijk niet om die paar houtjes die de man bij elkaar sprokkelde, maar op de onverschilligheid waarmee die persoon moedwillig tegen Gods wil inging. Zo'n onverschillige houding wekt Gods rechtvaardige toorn op.

Ook in Jeremia 17:19-27 lezen we hoe zeer God het volk Israël kwalijk nam als de sabbatdag werd veronachtzaamd. De wet van Mozes vermeldt de volgende activiteiten die op de sabbatdag niet mogen worden uitgevoerd:

  • dagelijks werk doen (Exodus 20:9-10)
  • vuur aansteken (Exodus 20:9-10)
  • voedsel bereiden (Exodus 16:25)
  • hout sprokkelen (Numeri 15:32-36)
  • oogst binnenhalen (Exodus 34:21)
  • reizen (Exodus 16:29)
  • kopen en verkopen (Nehemia10:32, NBV2004)

Het sabbatgebod is als enige ceremoniële gebod in de Tien Geboden opgenomen. Dat zegt iets over het belang van dit gebod voor het volk Israël en op een nieuwtestamentische manier ook voor de gelovigen onder het Nieuwe Verbond, namelijk dat 'rusten in de Heer' van levensbelang is. Dat is leven vanuit de zekerheid van Gods genade en beloften.

Jezus en de sabbatdag

Toen de farizeeën Jezus bekritiseerden omdat zijn discipelen op de sabbatdag bij een korenveld een paar graankorrels fijnwreven om ze vervolgens op te eten, irriteerde Hij zich enorm aan hun muggenzifterij. Jezus zei:

"...De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat..." (Marcus 2:27, NBV2004)

Hiermee gaf Jezus aan dat de sabbatdag was bedoeld als geschenk, niet als onderwerp voor pietluttige debatten over wat wel en niet mag.

Soms krijg je het idee dat Jezus expres op de sabbatdag mensen genas om wettisch ingestelde mensen aan het denken te zetten. In Matteüs 12:9-14 legt Jezus als voorbeeld uit dat je op de sabbatdag ook wel schapen uit de put haalt als het nodig is. Zelfs het leven van dieren is belangrijker dan een ceremonieel gebod. Daarbij zei Jezus:

"En is een mens niet veel meer waard dan een schaap? Daaruit volgt dat we op sabbat goed mogen doen." (Matteüs 12:12, NBV2004)

Na deze woorden genas Jezus iemand. Zo komen we terug bij Gods oorspronkelijke bedoeling van de sabbatdag: het welzijn voor de mensen. Jezus hield zich aan de sabbat, maar negeerde de extra regeltjes van de joodse leiders. Gods leefregels zijn functioneel, maar niet pietluttig.

Het niet werken op de sabbatdag is geen doel op zich. Het is een afbeelding van de innerlijke rust die God wil geven aan mensen die God vertrouwen voor al hun behoeften. De traditie van het onderhouden van de sabbatdag is bedoeld als een ondersteuning voor het 'onderhouden' van de innerlijke rust van de gelovige. En juist die innerlijke betekenis is van belang binnen de nieuwtestamentische Gemeente.

Gods doel met de sabbatdag

Kortom, God had aan de Israëlieten de sabbatdag gegeven (Exodus 20:8-11) als een gewijde rustdag met de volgende bedoelingen:

  1. om stil te staan bij God, en zijn diepgaande verbondenheid met het volk en Hem daarvoor te eren,
  2. om te genieten van Gods zegeningen,
  3. om uit te rusten van de dagelijkse werkzaamheden en zodoende nieuwe kracht te putten (recreatie),
  4. om te beseffen en te geloven dat ze hun welzijn en welvaart niet hadden te danken aan eigen inspanning, maar aan God en dat God zegent wie naar zijn wil leeft in verbondenheid met Hem.

Dat was een heel unieke instelling en in vergelijking met de opvattingen van die tijd regelrecht revolutionair. Het volk Israël was dan ook zeer bevoorrecht met Gods leefregels, want ze vormden de sleutel tot het hoogst denkbare welzijn van een volk op aarde!

Andere sabbatten

Daarnaast spreekt de Bijbel over het sabbatjaar: elk zevende jaar waarin het bouwland rust moest hebben en er geen gewassen mochten worden verbouwd. Tenslotte was er het jubeljaar, in het jaar na elk zevende sabbatjaar (dus om de vijftig jaar), waarin ieder die slaaf geworden was zijn vrijheid moest herkrijgen en het land aan zijn oorspronkelijke eigenaren moest worden teruggeven. Je kunt in Leviticus 25 lezen over deze verschillende sabbatten.

De profeet Ezechiël geeft de volgende woorden van God weer:

"Ook gaf ik hun (= het volk Israël) mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de HERE, hen heilig. Mijn sabbatten ontheiligden zij ten zeerste, zodat ik overwoog mijn grimmigheid in de woestijn over hen uit te storten ter vernietiging." (Ezechiël 20:12-13, NBG1951)

De NBG1951 vertaling geeft terecht het meervoud 'sabbatten' weer, terwijl andere vertalingen het als enkelvoud weergeven en waardoor het alleen op de wekelijkse sabbatdag lijkt te slaan. Gods sabbatten waren belangrijk, want daarin wilde God de mensen juist zegenen. Het is duidelijk dat het afwijzen van die geschenken gelijk staat met het beledigen en afwijzen van de Gever. Sabbatten waren immers veel meer dan door God ingestelde plichtplegingen.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013