10.2.13. Hel in het dodenrijk

De hel in het dodenrijk is de afdeling van de geestelijke wereld, een tijdelijke strafplaats waar mensen na hun dood terechtkomen als ze niet in de hemel thuis horen naar Gods rechtvaardige oordeel.

Duisternis

"De verworpenen zijn mensen tot wie God na veel geduld z egt: uw wil geschiede. Het is hun eigen wil om buiten het heil te blijven. God zal ze niet tegen hun wil zijn rijk intrekken. Ze zouden zich daar niet thuis voelen." (Okke Jager)

Soendar Singh, een Indiase Godsman uit de vorige eeuw, heeft verschillende keren in het hiernamaals mogen rondkijken en heeft daar van gestorven mensen en engelen allerlei uitleg ontvangen. Hij beschrijft de hel in het dodenrijk als een gebied in de geestelijke wereld dat gehuld is in diepe duisternis en verlatenheid, een plaats van wroeging, waar demonen de hoofdbewoners zijn. Mensen, die op aarde bewust voor de zonde gekozen hebben, voelen zich niet thuis in het hemelse licht. Dat licht is eerder een kwelling dan een verkwikking voor hen. Dat komt doordat hun zonden (die niet vergeven zijn) daar zo pijnlijk zichtbaar worden. Daarom gaan ze als vanzelf naar de duistere afdeling van het dodenrijk waar hun zonden niet zo opvallen.

"... gekweld door het zich overal openbarende licht van de heerlijkheid, trachten zij zich zelf in plaatsen te verbergen, waar hun onreine en zondige naturen niet zichtbaar zijn. In hun poging om zich voor dat licht te verbergen, ijlen deze 'kinderen van de duisternis' omlaag en werpen zich hals over kop in de duisternis." (Soendar Singh)

Kwelling

In de Bijbel komen we een gedeelte tegen met enkele details over de strafplaats in het dodenrijk. Dat is het verhaal dat Jezus vertelde over de rijke man en de arme Lazarus (Lucas 16:19-31). Veel Bijbeluitleggers beschouwen het als een gelijkenis, maar lang niet iedereen is daarvan overtuigd is. Het doel van deze vertelling was om te illustreren dat hardnekkige zondaars in het hiernamaals gestraft worden om hun zondeschuld te vereffenen.

"En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen ... En hij riep ... ik lijd pijn in deze vlam." (Lucas 16:23-24, NBG1951)

Opmerkelijk in dit verhaal is dat de rijke man, die tijdens zijn leven op aarde alleen aan zichzelf dacht, ineens ook aan anderen ging denken:

"Toen zei de rijke man: 'Dan smeek ik u, vader, dat u hem (=Lazarus, de voormalige bedelaar) naar het huis van mijn vader stuurt, want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen." (Lucas 16:27-28, NBV2004)

Hieruit kan voorzichtig worden opgemaakt dat deze strafplaats hem wel tot enig nadenken heeft gestemd. Of dat de rijke man uiteindelijk tot inkeer zou kunnen leiden heeft Jezus niet verteld.

Vuur

In de Bijbel wordt de hel vaak beschreven als een brandend vuur. Dit staat symbool voor het effect van Gods brandende toorn over ongerechtigheid en ook voor loutering of vernietiging. Soendar Singh beschrijft de hel als een voelbaar vuur, als een soort vuur, dat je innerlijk verteert. Vergeet niet dat we het hier hebben over de geestelijke wereld, waar alles te maken heeft met het innerlijk van de mens, zijn hart.

"Waar de zondige ziel zich ook bevindt, hij zal altijd en overal slechts pijn hebben, die nooit een enkel moment ophoudt. Een soort lichtloos vuur dat altijd brandt, foltert deze zielen en zij worden nooit geheel verteerd, noch dooft het vuur ..." (Soendar Singh)

Liefde is ook een geestelijk vuur, bedoeld om er anderen mee te verwarmen. Als je datzelfde vuur op jezelf richt in zelfzucht, dan verteert het je. Dat is wat er in eerste instantie in de hel gebeurt: zelfvernietiging. Wie gedurende zijn leven op aarde ervoor kiest om niets met Jezus te maken te hebben, zal na het aardse leven vanzelf op de plaats van zijn keuze uitkomen. Op aarde wordt niemand gedwongen om met Hem te leven, in de wereld hierna ook niet.

Beperkte straf?

In een gelijkenis spreekt Jezus over een koning, die zijn niet vergevingsgezinde slaaf laat folteren, totdat er genoegdoening betaald is:

"En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft." (Matteüs 18:34-35, NBV2004)

Ook in een andere gelijkenis zinspeelde Jezus op vergeldingsstraf in het hiernamaals.

"Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt." (Matteüs 5:26, NBV2004)

Let op dat Jezus spreekt over het vrijkomen nadat de strafperiode voorbij is. Zodra 'de laatste cent' betaald is, is de veroordeelde een vrij man.

In het volgende Bijbelgedeelte lezen we over de mogelijkheid veel of weinig slagen te ontvangen als straf voor verkeerd gedrag.

"De dienaar die weet wat zijn heer wil, maar geen voorbereidingen treft en niet overeenkomstig zijn wil handelt, zal veel slagen te verduren krijgen. Maar wie niet weet wat zijn heer wil en zo handelt dat hij slaag verdient, zal weinig slagen te verduren krijgen. Van iedereen aan wie veel gegeven is, zal veel worden geëist, en hoe meer aan iemand is toevertrouwd, des te meer zal van hem worden gevraagd." (Lucas 12:47-48, NBV2004)

Al deze Bijbelgedeelten spreken heel duidelijk over straffen waar een einde aan komt. Wat ook opvalt is dat de straf in het hiernamaals op een of andere manier in balans is met de zondeschuld waarmee iemand is gestorven: niet te laag en niet te hoog.

Gradaties

Op grond van de Bijbel verwacht ik ook dat er in de hel van het dodenrijk gradaties van duisternis zijn. De apostel Judas schreef over dwaalleraren dat zij een extra hoge straf kunnen verwachten:

"Voor hen is de donkerste duisternis voor eeuwig weggelegd." (Judas 13, NBG1951)

Deze gedachte wordt ook bevestigd door wat Soendar Singh hierover schreef:

"In het duistere gedeelte van de wereld der geesten, die men hel noemt, zijn heel veel graden en plaatsen, en die speciale graad of plaats waar de ziel lijdt, hangt af van de mate en de aard van zijn zonden." (Soendar Singh)

In Openbaring 9:2 en Openbaring 20:3 wordt gesproken over een diepe, bodemloze put in de geestelijke wereld, de meest verdorven plaats waar demonen thuishoren. Ook wordt deze 'afgrond' genoemd als een soort hoofdkwartier van de meest boosaardige demonische wezens (Openbaring 11:7). Dit alles wijst op duistere en minder duistere gedeelten, diepere en minder diepere gedeelten. Daarom stel ik me voor dat de strafplek verschrikkelijker is naarmate men er dieper in zit.

Zoals we gezien hebben is de hel de plaats in de geestelijke wereld, waar de veroordeelden verblijven tot het Laatste Oordeel. Het is dus een tijdelijke verblijfplaats. Hoe tijdelijk? Moeten mensen die 3000 jaar geleden gestorven zijn er 3000 jaar langer doorbrengen dan iemand die er vandaag heen gaat? Hierop valt het volgende te zeggen. Het dodenrijk maakt deel uit van de geestelijke wereld, waar geen tijd bestaat zoals hier op de aarde. De apostel Petrus illustreert dat met het volgende voorbeeld:

"Eén ding echter, geliefden, mag u niet ontgaan: voor de Heer is één dag als duizend jaren en duizend jaren als één dag." (2 Petrus 3:8, WV1995)

Als het gaat om het uitzitten van straf in het dodenrijk, dan kan een bepaalde tijd door de ene persoon als veel langer of veel korter worden ervaren dan door de andere persoon. Daarmee kan iedereen precies de vereiste hoeveelheid straf ontvangen. God is rechtvaardig en Hij zal niemand langer straf laten ondergaan dan nodig is. Mogelijk kan de hel in het dodenrijk een positieve uitwerking hebben op de mens en tot inkeer leiden. God heeft ons lang niet ALLES over de toekomst geopenbaard, dus mogen we daar niet al te stellige uitspraken over doen.

Schuld volledig afgelost in de hel van het dodenrijk?

Op grond van het feit dat de Bijbel spreekt over gradaties van straffen in het hiernamaals en van eindige straffen, lijkt het me niet onwaarschijnlijk dat er mensen in de hel van het dodenrijk zijn die daar hun totale straf uitzitten. De mensen voor wie dat zou gelden mogen dan na het Laatste Oordeel wellicht toch op de Nieuwe Aarde mogen wonen, eenvoudigweg omdat er geen restschuld meer is. Ook het feit dat er na de eerste veroordeling tot het verblijf in het duistere deel van het dodenrijk in de geestelijke wereld nog een tweede moment van beoordeling komt (het Laatste Oordeel) laat die mogelijkheid nadrukkelijk open.

Ik geloof niet dat de hel van het dodenrijk Gods concentratiekamp of martelafdeling is. Ook zegt de Bijbel nergens dat er in de hel van het dodenrijk een mogelijkheid tot inkeer bestaat, maar ontkent het ook niet. Daarop aansluitend geloof ik zeker in de mogelijkheid dat er mensen in de hel van het dodenrijk zijn die ook na deze strafperiode niet tot inkeer komen. Dat zijn de diehards, de mensen die de zonde van harte liefhebben en zich definitief hebben afgesloten voor God, zoals destijds de farao van Egypte die zich steeds meer verhardde, totdat inkeer eenvoudigweg geen optie meer was...

Vergeet niet dat de Bijbel ons vertelt dat er na het Laatste Oordeel op de Nieuwe Aarde twee categorieën mensen zullen zijn: degenen die behoren tot de Bruid (ware gelovigen onder het Oude en Nieuwe Verbond) en overige volken. Wie eenmaal in de hel van het dodenrijk terecht is gekomen, zal naar mijn mening nooit tot de Bruid kunnen behoren. Wel houd ik graag de mogelijkheid open dat een deel van hen bij het Laatste Oordeel wordt vrijgesproken.

Conclusie

Al met al zou ik graag alle opties openhouden waartoe de Bijbel de mogelijkheden open houdt. Onze kennis over het hiernamaals en zeker over de bestraffing van mensen en over de mate van bestraffing is heel beperkt. Ook weten wij niet op welke manieren onze soevereine God zijn genade wil toepassen. én ding is zeker: God zal nooit meer straffen dan nodig is, want dat zou onrechtvaardig zijn, en dat is ondenkbaar voor God. Verder lees ik in de Bijbel dat Gods genade verder reikt dan zijn toorn:

"Zijn woede duurt een oogwenk, zijn liefde een leven lang ..." (Psalm 30:6, NBV2004)

"Hij straft ons niet naar onze zonden, hij vergeldt ons niet naar onze schuld." (Psalm 103:10, NBV2004)

Reden genoeg om niet onnodig rigoureuze stellingen te poneren over eeuwigdurende kwellingen in het hiernamaals. Maar de Bijbel laat naar mijn mening geen ruimte voor de opvatting dat mogelijk ALLE mensen het eeuwige leven zullen ontvangen.

Zie hoofdstuk 'Nieuwe wereld' over het Laatste Oordeel en de hel in de vuurpoel, de ultieme strafplaats voor verstokte zondaars.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017