10.2.12. Straf in het hiernamaals

Geen populair onderwerp

De hel is geen populair onderwerp onder gelovigen. Vaak doen kerkmensen net alsof mensen in hun kringen geen schijn van kans hebben om daar ooit terecht te komen. We weten heel goed dat er mensen zijn die we persoonlijk kennen, die mogelijk op weg zijn naar deze vreselijke bestemming. We moeten er niet aan denken! En daarom denken we er ook niet aan.

Er is geen ander leerstuk in het christelijk geloof waarover zoveel discussie voorkomt. Er is ook geen leerstuk waar we liever vanaf zouden willen dan dat van de hel. Helaas, we weten dat het een deel van de werkelijkheid is, vooral door de woorden van Jezus zelf.

"Als er geen hel bestaat, kan ik niet begrijpen waarom Jezus zo ontzettend zijn best heeft gedaan om mensen daarvan te redden. Er moet iets zijn waar God wil dat we er tot elke prijs uit de buurt blijven." (Adrian Plass)

Straf niet wegredeneren

Het bestaan van een hel wordt door een groot deel van de mensen ontkend, en niet alleen door ongelovigen. Veel kerkmensen zeggen wel te geloven in de hel, maar ze doen net of die niet bestaat. Tot die conclusie moeten we wel komen op grond van het volgende:

  • Tijdens begrafenisdiensten wordt vrijwel zonder uitzondering gesuggereerd dat de overledene naar de hemel is gegaan en wie durft er aan te twijfelen? De predikant niet en de kerkleden ook niet. Dus, denken alle toehoorders, dan zullen ze dat bij mijn begrafenis ook wel zeggen. En dus hoef ik me er niet zo druk om te maken.
  • We vinden onszelf diep in ons hart veel te goed voor de hel. En wat onze zonden betreft? Ach, daar hebben we wel een verklaring of excuus voor. Er zijn heel wat mensen die slechter zijn dan wijzelf. De soep zal in het hiernamaals wel niet zo heet gegeten worden als ze wordt opgediend.
  • Er wordt in de meeste kerken zelden of nooit over dit onderwerp gepreekt.
  • Het is helemaal taboe om ongelovigen er op te wijzen dat ze naar de hel dreigen te gaan als ze Jezus afwijzen. Dat is veel te discriminerend en dus ontoelaatbaar in de eenentwintigste eeuw.

We slikken de leugens van de satan dat het niet liefdevol is om over de hel te praten. Maar weet je welke Bijbelse figuur het meest over de hel heeft gesproken? Niemand minder dan Jezus zelf! En is Jezus liefdeloos? Moeten wij het onderwerp dan verzwijgen? Waarom zijn we altijd zo selectief als het gaat om het naspreken van de Bijbel?

Hel: dodenrijk en vuurpoel

In de volksmond wordt er vaak over 'de hel' gesproken als de strafplaats voor slechte mensen in het hiernamaals in de algemene betekenis van het woord. Kijk eens naar het volgende Bijbelgedeelte. Hierin gebruikt Jezus het woord dat met 'hel' vertaald is in deze algemene betekenis van 'strafplaats in het hiernamaals' tegenover de joodse leiders:

"Want u vaart de zee over en doorkruist het land om één mens te bekeren, en als hij bekeerd is, maakt u hem rijp voor de hel, nog meer dan u zelf al bent." (Matteüs 23:14-15, GNB1996)

Toch zijn er verschillende begrippen met betrekking tot straf in het hiernamaals en als die door elkaar worden gehaald kan er gemakkelijk begripsverwarring ontstaan. De meest bekende termen die we in de Bijbel tegenkomen zijn:

  1. Dodenrijk (OT Hebreeuws: sheol; NT Grieks: hades) - Het woord dodenrijk op zich heeft betrekking op alle gestorvenen, die als zodanig in de geestelijke wereld verkeren, tot aan het Laatste Oordeel. We weten onder andere uit het verhaal van Jezus over de rijke man en de arme Lazarus (Lucas 16:19-31) dat er twee afdelingen in het dodenrijk zijn, die door een onoverbrugbare kloof zijn gescheiden:
    - de afdeling voor de goede mensen (in Jezus' dagen ook wel 'Abrahams schoot' genoemd; in onze tijd hebben we het dan meestal over de 'hemel' waar Jezus is en waar gelovigen naar toe hopen te gaan na hun aardse leven)
    - de afdeling voor de slechte mensen (een plaats van pijniging, vuur en wroeging)
    Deze tweede afdeling is de tijdelijke strafplaats voor slechte mensen. Daar wachten ze tot het Laatste Oordeel, waarbij de eindbeslissing valt over hun toekomst.

  2. Vuurpoel (NT Grieks: Gehenna) - Dit is in eerste instantie de definitieve strafplaats voor de satan en zijn demonen. Na het Laatste Oordeel worden veroordeelden daarin geworpen. De Bijbel noemt dit ook 'de Tweede Dood'. Jezus zei hier onder meer over:
    "Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is EN ziel EN lichaam om te laten komen in de Gehenna." (Matteüs 10:28, NBV2004)
    Uit theologisch oogpunt is het correcter om de term 'hel' gelijk te stellen met 'vuurpoel'. In het Bijbelboek Openbaring lezen we de meest schokkende beschrijvingen van deze strafplaats.
    In de tijd van het Nieuwe Testament gebruikten de joodse rabbi's het woord Gehenna om daarmee de strafplaats in het hiernamaals aan te duiden. Het was ook de naam van het dal van Hinnom, ten zuiden van Jeruzalem, waar in de tijd van de koningen Achaz en Manasse (2 Koningen 16:3; 21:6) mensenoffers werden gebracht aan de heidense god Moloch. Zo werd deze vallei het symbool van eeuwige straf in het hiernamaals. Bij dat concept sloot Jezus aan wanneer Hij sprak over de plaats waar veroordeelde zondaars heengaan na hun sterven.

In de NBV2004 vertaling worden de woorden 'Hades' voor het dodenrijk en 'Gehenna' voor de vuurpoel meestal onvertaald gelaten. Het is even wennen, maar daardoor wordt begripsverwarring wel voorkomen. In andere vertalingen wordt Gehenna ook wel als 'hel' vertaald. Om het onderscheid goed duidelijk te houden worden in 'Herschepping' de beide begrippen meestal aangeduid met 'hel in het dodenrijk' en 'hel in de vuurpoel'.

Zie meer hierover in de onderwerpen
- 'Hel in het dodenrijk' in dit hoofdstuk
- 'Hel in de vuurpoel' in hoofdstuk 'Nieuwe wereld'

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017