10.2.9. Onzekere bestemming

Voor wie is de eindbestemming onzeker?

De Bijbel leert nadrukkelijk dat er maar twee wegen en twee eindbestemmingen zijn: de weg naar het eeuwige leven en de weg naar de eeuwige dood. In beide gevallen is er wel sprake van graduele verschillen, zoals we later zullen zien:

  1. In het eeuwige leven ontvangt de ene mens een hogere positie dan de andere.
  2. In de eeuwige dood worden sommige mensen zwaarder gestraft dan anderen.

Bij de vorige onderwerpen hebben we besproken hoe we op grond van de Bijbel zeker kunnen weten welke groepen mensen verzekerd kunnen zijn van het eeuwige leven of de eeuwige dood na hun aardse bestaan. Daarnaast zijn er (groepen) mensen waarover de Bijbel geen direct uitsluitsel lijkt te geven. Wat moeten we daarvan denken? Welke maatstaven legt God daarvoor aan? Laten we eens nadenken over verschillende categorieën mensen.

Ongeboren en jong gestorven kinderen

Ongeboren kinderen hebben naar mijn mening niet gezondigd en dus zie ik geen enkele reden waarom doodgeboren of geaborteerde kinderen niet het eeuwige leven zouden ontvangen, ongeacht het geestelijke leven van de ouders. Ik denk dat ze het aardse leven overslaan en in de geestelijke wereld tot bewustzijn komen om in de hemel te leven in afwachting van de opstanding.

De Bijbel leert dat ieders bestemming wordt bepaald op grond van ieders eigen daden, niet op grond van de daden van hun ouders. Ieder mens is immers alleen verantwoordelijk voor eigen keuzen. Bij kinderen ontwikkelt zich het geweten pas na een aantal jaren. Ik verwacht dat zonden van kinderen, bij wie het geweten nog niet geheel ontwikkeld is, niet worden toegerekend waardoor ze niet schuldig zijn voor God. In de joodse traditie geldt dat kinderen jonger dan dertien jaar niet verantwoordelijk worden geacht voor hun daden, maar hun ouders. Nadat ze Bar Mitswa hebben meegemaakt, worden ze verantwoordelijk geacht voor hun daden. Deze traditie ondersteunt de bovengenoemde grondgedachte.

Zie ook onderwerp 'Zonde en schuld' in hoofdstuk 'Zonde'.

Onwetenden

Dan hebben we nog allerlei groepen mensen die geen of bijna geen kennis hebben van het evangelie. We kunnen dan onder meer denken aan:

  • mensen die het evangelie nog nooit hebben gehoord
  • mensen die in een zondig milieu zijn opgegroeid
  • mensen die zijn opgegroeid met een andere godsdienst
  • mensen die in hun kerk geen duidelijke uitleg hebben ontvangen over de weg tot God
  • mensen die in een bekeringsproces zitten, maar nog niet zijn wedergeboren

Het is duidelijk dat de rechtvaardige God bij de beoordeling van iemands leven rekening houdt met ieders omstandigheden, mogelijkheden en kennis van Gods wil:

"De dienaar die weet wat zijn heer wil ... en niet handelt naar de wil van zijn heer, zal veel slagen krijgen. Maar wie niet weet wat zijn heer wil en iets doet waarvoor hij straf verdient, zal maar weinig slagen krijgen. Als iemand veel is gegeven, zal men ook veel van hem vragen, en hoe meer iemand is toevertrouwd, des te meer zal men van hem eisen." (Lucas 12:47-48, GNB1996)

De mate waarin God iemands zonden toerekent als schuld hangt af van zijn kennis over Gods wil en daarnaast wellicht ook van andere factoren, die wij mensen niet kunnen meten. In alle gevallen is het God die op een rechtvaardige en genadige wijze bepaalt wat ieders bestemming zal zijn.

Bij mensen die zijn opgegroeid met een andere religie of godsdienst, speelt onwetendheid vaak een rol. Toen Paulus een fundamentalistische joodse leider was, vervolgde hij de christenen met een verbeten haat. Toch schonk Jezus hem genade door zich krachtdadig aan hem te openbaren (Handelingen 9). Hij werd de apostel die waarschijnlijk de grootste invloed heeft gehad op de wereldwijde Gemeente van Jezus!

"...Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, en zeer overvloedig is de genade van onze Heer geweest..." (1 Timoteüs 1:13-14, NBG1951)

Als God tijdens iemands leven bereid is om ZOVEEL genade te tonen aan mensen die in onwetendheid handelen, zou Hij dan aan het einde van iemands leven met heel andere maatstaven meten?

Hoe zit het met de joden?

Hoe zit het met de eeuwige bestemming van de joden? Israël is Gods volk en Hij heeft er zijn bedoelingen mee, zowel met het oudtestamentische volk Israël als met de joden van vandaag. Onder de kerkmensen zijn zowel wedergeboren gelovigen als naamchristenen. Evenzo lezen we in het Oude Testament over Israëlieten die God oprecht dienden en Israëlieten die er met de pet naar gooiden. Paulus gaf aan dat voor joden (besnedenen dus) de voorwaarde geldt van 'besnedenheid van hart' (Romeinen 2:28-29). Dat houdt in dat bij de beoordeling van gelovigen onder het Oude Verbond ook de innerlijke houding een rol speelt: een hartsverbondenheid met God, die zich uit in een levenswandel volgens Gods geboden.

Bedenk vooral dat het joodse volk nog altijd Gods eerst uitgekozen volk is aan wie Hij eeuwige beloften heeft gegeven. Dat heeft God overduidelijk bewezen door zijn volk door de eeuwen heen in stand te houden ondanks de hevige vervolging. Het ontstaan van de staat Israël in 1948, dat door de hele wereld voor onmogelijk is gehouden, is een feit dat iedereen heeft kunnen waarnemen. Ik zou het aanmatigend vinden om als gelovige onder het Nieuwe Verbond stellige uitspraken te doen over de eeuwige bestemming van gelovigen onder het Oude Verbond.

Hoop voor ongelovigen?

Het zal velen verbazen dat ook ongelovigen loon kunnen ontvangen in het hiernamaals. Kijk maar naar de volgende uitspraak van Jezus::

"En wie een van deze geringe mensen iets te drinken geeft, al is het maar een beker koel water, omdat het een leerling van Mij is, die zal zeker worden beloond" (Matteüs 10:42, HB2008)

Iemands houding tegenover Gods volk is belangrijk bij Gods beoordeling van iemands levenswandel. God zei tegen Abram dat Hij zou zegenen wie hem en zijn nageslacht zou zegenen en andersom (Genesis 12:2). Dit slaat vooral op wat mensen doen, die zelf niet bij God horen.

Goede daden van een ongelovigen zijn niet vruchteloos omdat ze ongelovigen zijn, zoals vaak wordt beweerd. Paulus schrijft hierover:

"En wanneer iemand die niet besneden is de voorschriften van de wet in acht neemt, zal hij dan door God niet als besneden worden beschouwd?" (Romeinen 2:26, NBV2004)

Let goed op: wanneer bepaalde ongelovigen beloning in het vooruitzicht wordt gesteld of 'besnedenen' worden genoemd, houdt dit op zijn minst in dat niet alle ongelovigen voor eeuwig verloren zullen gaan. Iets om goed over na te denken...

Toepassing van Gods genade

Wij moeten openstaan voor de mogelijkheid dat God zijn genade op andere manieren zal tonen dan dat tot nu toe aan ons is bekendgemaakt via de Bijbel. De soevereine God hoeft aan ons geen verantwoording af te leggen over wie Hij begunstigen wil (Romeinen 9:15). We moeten dus met terughoudendheid spreken over Gods mogelijke veroordeling van bepaalde groepen mensen en rekening houden met Gods genade die groter is dan zijn boosheid over hun zonden. In een ander verband schreef de apostel Paulus het volgende, dat ook toepasbaar is voor de manier waarop God mensen beoordeelt:

"Hoe onpeilbaar is toch Gods rijkdom, wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Want, Wie kent de gedachten van de Heer? ..." (Romeinen 11:33-34, GNB1996)

Zoals gezegd: het is te kort door de bocht om te beweren dat alle gelovigen naar de hemel gaan en dat de rest zonder pardon naar de hel gaat. Bijbelleraar Sidney Wilson heeft eens de volgende stelling uitgesproken om mensen aan het denken te zetten:

"Aan het einde van de tijd zal blijken dat Jezus overwinnaar is, en Hij zal dan wellicht wel 10% van alle mensen krijgen. En de satan, die vuile schurk, is de grote verliezer. Hij krijgt maar 90%..."

Eindconclusie over eeuwige bestemming

De Bijbel leert ons dat kerkmensen niet te snel moeten denken dat hun toekomstige behoud verzekerd is en dat er geen pardon is voor ongelovigen. De veroordeling ligt dichter bij de gelovigen dan we denken (1 Petrus 4:17-18) en de beoordeling zal voor ongelovigen dikwijls positiever zijn dan we denken (Matteüs 11:23-24). We zouden wel eens verrast kunnen worden door het eindresultaat!

  1. Voor sommige groepen mensen is het duidelijk dat ze het eeuwige leven zullen ontvangen. Ik zou zeggen: zorg dat je bij die groep bent. De Bijbel geeft duidelijke aanwijzingen om zekerheid over eeuwig leven te kunnen hebben.
  2. Voor andere groepen is het duidelijk dat ze voor altijd van God verwijderd zullen zijn. Voor deze categorie is het al een stuk moeilijker om precies de grenzen aan te geven.
  3. Voor de overige gevallen kunnen we onze vermoedens hebben, maar moeten we het aan Gods rechtvaardige en genadige beoordeling overlaten in hoeverre Hij iemands zonden als schuld zal toerekenen.

Als we op een eerlijke manier de Bijbel lezen, vinden we teksten waarin allerlei soorten zondaars met duidelijke bewoordingen wordt aangezegd dat zij de eeuwige dood tegemoet gaan. Er zijn evenzeer Bijbelteksten te vinden die wijzen op een zeer ruimhartige toepassing van Gods genade. En wie kan de volgende vraag beantwoorden: in hoeverre is de lichamelijke 'doodstraf' (want ieder mens moet immers sterven) al een vereffening van zondeschuld?

Paus Johannes Paulus II heeft eens de volgende uitspraak gedaan, waar ik me graag bij aansluit:

"God oordeelt naar de mate waarin je het licht ontvangen hebt en naar de mate waarin je reageert op het licht."

Heb je twijfels over je eeuwige bestemming? Dat is een vraag van levensbelang.

In deel 5 'Nieuw leven' is de weg tot God uitvoerig uitgelegd. Zie daarin ook het onderwerp 'Zekerheid over eeuwig leven'.

Moeten we het evangelie wel verkondigen?

Sommige mensen stellen wel eens de volgende vraag: is het niet misdadig om het evangelie te verkondigen, want daardoor zullen er mensen Jezus afwijzen die anders nooit deze zonde zouden hebben gedaan, waardoor ze in het hiernamaals zwaarder gestraft zullen worden.

Als antwoord op die vraag zou ik het volgende willen zeggen. Het evangelie betekent letterlijk 'goede boodschap' en dus kan het nooit op zichzelf een oorzaak zijn van iemands onheil. Door het evangelie wordt openbaar wat in de harten van mensen verborgen was. Als iemands geweten inktzwart is, zal hij daardoor geneigd zijn het evangelie resoluut af te wijzen, omdat hij het slechte het goede niet verdragen kan. Maar als iemands hart bij voorbaat openstond om het goede te doen, zal het evangelie ook gemakkelijker ingang vinden in zijn hart. Deze gedachte wordt ondersteund door de geschiedenis van de oude Simeon, die na de besnijdenis van Jezus een profetie uitsprak:

"Deze is tot een val en opstanding van velen in Israël … opdat de overleggingen uit veler harten openbaar worden." (Lucas 2:34-35, NBG1951)

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013