10.2.6. Scheiding bij het sterven

Ieder mens is op weg naar de eeuwigheid. De Bijbel zegt dat ieders bestemming in het hiernamaals afhangt van de manier waarop hij op aarde geleefd heeft.

Eeuwigheid

Over de vraag wie na het sterven eeuwig leven zullen ontvangen bestaat grote onduidelijkheid.

  • Veel kerkgangers hebben twijfels over hun eigen eeuwige behoud.
  • Toch lijkt het bij een begrafenisdienst vanzelfsprekend dat het overleden kerklid naar de hemel is gegaan. Wie zou het tegendeel durven beweren, want dat kun je de rouwende mensen toch niet aandoen?
  • Gaan we dan toch allemaal naar de hemel en wordt ons in de kerk wat twijfel aangepraat als stok achter de deur om ons toch maar extra goed ons best te laten doen?
  • Op welke gronden kunnen we aannemen dat iemand naar de hemel gaat?
  • Hoe weet je zeker dat je op weg bent naar de hemel en dat je jezelf niet misleidt door te geloven in een 'ingebeelde hemel'?

Dit zijn eerlijke vragen en bedenkingen die we niet uit de weg moeten gaan. In dit hoofdstuk willen we daar uitgebreid op ingaan, omdat alle gelovigen hier vragen over hebben.

Vooruitlopend op wat in de volgende onderwerpen wordt uiteengezet zouden we het volgende kunnen stellen:

  1. Zolang Jezus nog niet is teruggekeerd op aarde mogen ware gelovigen erop rekenen dat ze na hun sterven naar de hemel gaan waar God is. Daar zullen ze tijdelijk verblijven in afwachting van de opstanding van hun lichaam.
  2. Mensen die Jezus hebben afgewezen mogen er op rekenen dat ze na hun sterven naar de hel in het dodenrijk gaan, de plaats zonder God. Daar zullen ze tijdelijk verblijven in afwachting van de Tweede Opstanding die voorafgaat aan het Laatste Oordeel.
  3. Er zijn veel andere mensen waarvan het ene noch het andere gezegd kan worden. Over hun bestemming geeft de Bijbel naar mijn mening geen duidelijk uitsluitsel.

Geen vanzelfsprekendheid

Toch laten bovengenoemde uitgangspunten nog veel ruimte voor allerlei uiteenlopende opvattingen. Er zijn bijvoorbeeld heel wat mensen die zich koesteren met geruststellende gedachten over hun eeuwige behoud:

  • Sommige mensen denken al recht te hebben op eeuwig leven als ze een vrome grootmoeder hebben die voor hen bidt. Of ze denken dat God wel streng lijkt, maar als het erop aankomt toch wel heel veel door de vingers ziet, net als Sinterklaas.
  • In sommige kerkelijke kringen zijn er hele volksstammen die beweren dat je gegarandeerd naar de hemel gaat wanneer je als kind gedoopt bent. Velen van hen geloven dat dit ook nog geldt als je daarna een slecht leven leidt.
  • In andere kringen komen we andere volksstammen tegen die er een soortgelijke misvatting op na houden. Zij beweren dat, als je eenmaal wedergeboren bent, de toegang tot het eeuwige leven je niet meer kan ontgaan. "Eens een kind van God, altijd een kind van God" zeggen ze dan. Dat mag misschien aannemelijk klinken, maar dat wordt niet door de Bijbel bevestigd.

Dan zijn er andere kringen, waar de hemelpoort bijna wordt dichtgespijkerd door hun opvattingen dat mensen maar bij hoge uitzondering ternauwernood gered kunnen worden. Ik heb eens een begrafenis meegemaakt, waarbij de predikant het presteerde om niet één woord van hoop en troost uit te spreken. Dat deed hij niet tijdens zijn lange preek en evenmin bij het graf. Vreselijk! Dat is dan weer het andere uiterste.

Beoordeling na het sterven

De Bijbel maakt dus duidelijk dat na het sterven ieders bestemming in de geestelijke wereld wordt bepaald:

"Eens moeten mensen sterven en daarna volgt het oordeel." (Hebreeën 9:27, NBV2004)

We sterven dus slechts één maal. De Bijbel laat geen ruimte voor reïncarnatie, zoals die in verschillende wereldreligies voorkomt.

In het Nieuwe Testament komen we veel beeldspraak tegen die verband houdt met rechtspraak. Het Griekse woord 'krisis', dat in onze Bijbelvertalingen vaak is vertaald met 'oordeel', maar in veel gevallen betekent het zoiets als:

  1. scheiding of
  2. aankomen bij een wegsplitsing, waar je twee kanten op kunt gaan, of
  3. dat het ene zich onderscheidt van het ander

De nadruk van het Bijbelse begrip 'oordeel' ligt vaak niet op de wijze waarop een scheiding plaats zal vinden, maar op de scheiding zelf. Daarom moet je bij het woord 'oordeel' in het Nieuwe Testament dus niet meteen denken aan een letterlijke rechtszitting, anders word je als Bijbellezer op het verkeerde been gezet. Let bijvoorbeeld eens op de volgende woorden van Jezus:

"De mannen van Nineve zullen opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en zullen het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona; en zie, meer dan Jona is hier." (Matteüs 12:41, HSV2010)

Nergens in de Bijbel kun je vinden dat een heidens volk een actieve functie zal hebben bij het vaststellen van iemands eeuwige bestemming. Wat Jezus naar mijn mening heeft bedoeld, is dat de mensen van Nineve zich door hun gedragsverandering positief hebben onderscheiden van een deel van de joden. Daarom gingen zij voor de eeuwigheid een betere bestemming tegemoet dan joden die Jezus bewust hebben afgewezen. Dus ... pas op met het woord oordeel, vooral in de meer letterlijke Bijbelvertalingen!

Op grond waarvan vindt de scheiding plaats?

De scheiding vindt plaats op grond van de beoordeling van ieders daden, zoals overduidelijk in veel Bijbelgedeelten is te lezen:

"Want God zal elke daad doen komen in het gericht over al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaad." (Prediker 12:14, NBG1951)

"Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen; maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn." (Johannes 3:18-21, NBG1951)

Op aarde worden door mensen keuzen gemaakt, die beslissend zijn voor de plaats waar ze na hun aardse leven zullen thuis horen in de geestelijke wereld. Die keuzen hebben betrekking op het al of niet aannemen en volgen van Jezus tijdens het leven op aarde. Die keuzen zullen in het hiernamaals eenvoudigweg bevestigd worden: de goeden gaan het licht en de slechten de duisternis tegemoet. De mensen zullen daar heengaan waar ze thuis horen. Mensen die 'in Gods licht wandelen' voelen zich thuis in het licht. Mensen die dat licht haten. zullen daar ook niet terecht komen.

Rechtvaardige beoordeling

Wel mogen we er van uitgaan dat het oordeel of de scheiding op rechtvaardige wijze zal plaatsvinden. Bij de beoordeling of iemand het eeuwige leven of de eeuwige dood tegemoet gaat, vind ik onder meer de volgende uitgangspunten in de Bijbel:

  1. God is zowel rechtvaardig als genadig.
  2. Gods genadigheid is sterker dan zijn gerechtvaardigde boosheid. De beoordeling wordt niet met een koude precisie uitgevoerd. Er zit een liefdevolle God achter, die zover gaat met zijn genade als zijn rechtvaardigheid Hem toelaat.
  3. Ik geloof zeker dat God bij de beoordeling rekening zal houden met het feit dat we onder 'de vloek' zijn geboren en daardoor een moeilijke start hebben gemaakt vanwege de erfzonde.
  4. Ook denk ik zeker dat God de levensomstandigheden van ieder mens zal meenemen in zijn beoordeling.
  5. Alleen mensen bij wie het geweten voldoende is ontwikkeld, zijn persoonlijk verantwoordelijk voor hun daden.
  6. Genade wordt verleend op grond van het plaatsvervangend sterven van Christus. Alleen God bepaalt in welke gevallen deze genade wordt verleend.

De Bijbel geeft aanknopingspunten waardoor we zekerheid kunnen hebben over eeuwig leven of eeuwige dood. Er is echter ook een grijs tussengebied waar we niet al te stellig over kunnen spreken. Dit wordt in de volgende onderwerpen nader uitgelegd.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017