10.2.3. Tussenwereld

Bestemmingen in de geestelijke wereld

In het Oude Testament wordt gesproken over het dodenrijk als plaats van bestemming van ALLE mensen die hun leven op aarde beëindigd hebben, zowel voor goede als slechte mensen. In 'Herschepping' wordt dit woord ook met deze betekenis gehanteerd. In het Nieuwe Testament wordt een vergelijkbaar begrip gehanteerd, namelijk het Griekse woord 'hades' (bekend uit de Griekse mythologie). Daarmee wordt dan meestal de tijdelijke verblijfplaats van slechte mensen aangeduid, die daar het Laatste Oordeel afwachten, zoals bijvoorbeeld in de gelijkenis (of geschiedenis?) van de rijke man en de arme Lazarus:

"En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot." (Lucas 16:23, NBG1951)

De uitdrukking 'schoot van Abraham' was in de tijd van Jezus een uitdrukking voor de bestemming in het hiernamaals voor de goede mensen.

Twee gebieden in de geestelijke wereld

God zelf troont in 'de hoogste hemelen', de meest verheven plaats van de geestelijke wereld (Lucas 2:14). De satan heeft zijn troon in de 'diepste duisternis' (Judas 1:13), de meest vervloekte plaats van de geestelijke wereld. Bij de begrippen hoog en laag moeten we niet in de eerste plaats denken aan plaatsaanduidingen, maar aan morele begrippen: hoe hoger, des te heiliger, eervoller en zuiverder. Hoe dieper, des te meer moreel gezonken.

In de hemel is het licht en in de hel van het dodenrijk is het donker. God is licht en in de geestelijke wereld komt al het licht van God. De hemel is de plaats van heiligheid, harmonie, liefde, reinheid en vreugde. Binnen de hemel mogen we verschillende gradaties of niveaus van Gods heerlijkheid verwachten.

De hel in het dodenrijk is de plaats van duisternis, onreinheid, eenzaamheid en wroeging. Het lijkt me vanzelfsprekend dat ook daar verschillende gradaties van duisternis voorkomen. Dit wordt ook wel een put genoemd (Openbaring 9:1-2) een andere benaming van de genoemde 'diepste duisternis'.

schema tussenwereld

Tussen twee werelden

In het algemeen spraakgebruik bestaan er eigenlijk maar twee stadia: je leeft of je bent gestorven. In de medische wereld wordt verder nog onderscheid gemaakt tussen klinisch dood (geen spontane bloedsomloop, ademhaling en bewustzijn) en hersendood (de hersenen functioneren niet meer). Toch zijn er gebieden in de wereld waar men er iets genuanceerder over denkt. Zo heb ik videobeelden gezien van een Amerikaanse Bijbelvertaalster, Vida Chenowitz, die werkzaam was in een afgelegen stam in Papoea Nieuw-Guinea. Daarop kon je zien dat er een vrouw werd begraven terwijl ze zich nog bewoog, tot diep afgrijzen van de Bijbelvertaalster. De mensen vertelden haar dat haar geest het lichaam al had verlaten, terwijl het lichaam zeer snel zou afsterven. Voor deze mensen was de vrouw al overleden en kon ze daarom begraven worden. Zo was men dat gewend. Of deze animistische mensen gelijk hadden met hun bewering wil ik niet bevestigen of ontkennen, maar het zet je wel aan het denken.

Op grond van de Bijbel en van wat veel mensen hebben meegemaakt in bijna-doodervaringen kunnen we tot de volgende conclusies komen. Bij het overlijden gaan mensen waarschijnlijk niet direct naar hun bestemming in de geestelijke wereld, maar komen ze eerst in een tussenwereld. Dat is een soort voorportaal, van waaruit men naar de wereld van het licht of naar de wereld van de duisternis kan gaan. In die tussenwereld is al iets te zien van de hemel of de hel. Wellicht vereist de overgang van het leven op aarde naar het leven in de geestelijke wereld zo'n tussenstadium omdat anders het verschil tussen beide levenssferen te groot zou zijn om ineens te kunnen verwerken.

Terug naar de aarde vanuit de tussenwereld?

Het is mogelijk dat een mens, die in de tussenwereld verkeert, bij wijze van uitzondering terug kan keren tot het leven op aarde. Voorbeelden daarvan zien we in de Bijbel, zoals het dochtertje van Jaïrus, waarvan Jezus zei dat ze niet gestorven was, maar dat ze sliep :

"Alle aanwezigen waren aan het weeklagen en sloegen zich van verdriet op de borst. Hij (=Jezus) zei: 'Houd op met klagen, want ze is niet gestorven maar slaapt.' Ze lachten hem uit, omdat ze wisten dat ze gestorven was.(Lucas 8:52-53, NBV2004)

Dat woord 'slapen' was geen verzachtende uitdrukking voor de dood, zoals wij het woord 'ontslapen' kennen. Op het moment dat Jezus aankwam in het huis van Jaïrus was het meisje kennelijk nog in de tussenwereld, waarvan wederkomst mogelijk is. Dat wist Jezus natuurlijk. Ik denk niet dat Jezus iemand, die al de echte hemelse sfeer heeft geproefd, zou hebben teruggeroepen. Die overgang naar de aarde zou dan een ondraaglijke teleurstelling zijn. Later keerde haar geest terug uit de tussenwereld, om vervolgens weer in de aardse sfeer verder te leven:

"En haar geest keerde terug en zij stond dadelijk op..." (Lucas 8:55, NBG1951)

Over het sterven van Lazarus sprak Jezus met soortgelijke woorden:

"... daarna zei Hij tot hen: Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga heen om hem uit de slaap te wekken. De discipelen dan zeiden tot Hem: Heer, als hij slaapt zal hij gezond worden. Maar Jezus had over zijn dood gesproken, maar zij meenden dat Hij over de rust van de slaap sprak. Toen zei Jezus vrijuit tot hen: Lazarus is gestorven ..." (Johannes 11:11-14, TELOS1982)

In deze woorden maakte Jezus de overgang van het hemels perspectief (slaap=leven in tussenstadium) naar het aardse perspectief (dood).

In bijzondere gevallen laat God ook in deze tijd mensen toe om vanuit de tussenwereld terug te keren naar het aardse leven. Twee van zulke voorvallen wil ik noemen. Ik denk dan aan Jan Pit, die als zendeling in Laos heeft gewerkt. Zijn getuigenis is meerdere malen uitgezonden in een Tv-programma. Hij kreeg een dodelijke vorm van malaria en was stervende. Een vriend, die naast zijn bed zat, bad vurig of God hem in het leven wilde behouden. Later vertelde Jan hoe hij in een donkere tussenwereld terechtkwam, van waaruit hij een wonderlijk licht zag dat van de hemel afkomstig was. Toen hoorde hij een stem die zei dat hij terug zou gaan naar de aarde omdat daar nog een taak voor hem lag. De arts die hem later onderzocht was sprakeloos en zei dat dit helemaal onmogelijk was. Bij God is veel meer mogelijk dan in de medische wereld.

Het tweede verslag komt van Des Oatridge, Bijbelvertaler bij Wycliffe in Papoea Nieuw Guinea. Hij vertelde over een gelovig meisje uit de Binumarien stam, dat gestorven was na een ziekte. God liet haar al iets van de hemelse schoonheid zien, maar hoorde toen een stem die zei dat ze aan anderen moest vertellen wat ze had gezien. Ze mocht terugkeren naar de aarde en door haar getuigenis hebben diverse van haar stamgenoten hun leven aan de Heer gegeven.

Deze voorvallen sluiten aan bij de bijna-doodervaringen, waarover in een vorig onderwerp is geschreven.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013