9.7.4. Abraham de aartsvader

Abrahams zekerheid

Voor evenwichtige typen is veiligheid van grote waarde. Het bijzondere van Abraham was dat Hij zich in zijn onbeschermde tenten veiliger voelde dan Lot, die intussen in de ommuurde stad Sodom woonde. Dat is heel opmerkelijk en een teken van zijn groeiende geloofsvertrouwen. Hij leefde met God en dat maakte het verschil.

Lot voelde zich veilig in Sodom. Een stad biedt namelijk bescherming, heel wat meer dan de tenten waar Oom Abraham in bleef wonen. Het Griekse woord voor 'stad' is 'polis', een woord dat wij kennen als een verzekeringsbewijs. Stad en zekerheid, die begrippen horen bij elkaar. Maar er kwamen vijanden het land binnen (Genesis 14). Zij namen niet de tentbewoner Abraham te pakken, want die werd beschermd door zijn almachtige God, die een verbond met hem had gesloten. De stad Sodom werd overmeesterd en de inwoners, waaronder Lot en zijn gezin, werden als slaven buitgemaakt. Let eens op hoe Abraham reageerde toen hij hoorde over het lot van Lot:

"Toen Abram hoorde dat zijn neef gevangengenomen was, bracht hij allen op de been die in zijn huis opgegroeid waren en met de wapens konden omgaan – driehonderdachttien in getal – en achtervolgde Kedorlaomer en diens bondgenoten tot aan Dan. 's Nachts viel hij hen met zijn mannen van verschillende kanten tegelijk aan, versloeg hen en achtervolgde hen tot aan Choba, dat ten noorden van Damascus ligt." (Genesis 14:14-15, NBV2004)

Wat was er toch met Abraham gebeurd? De meeste evenwichtige typen zijn niet zulke helden, omdat ze van nature gauw bang en besluiteloos zijn. Maar Abraham aarzelde niet (!) en ging erop af. Daar vond hij de anders zo zelfverzekerde Lot, waarschijnlijk hongerig, met touwen vastgebonden en niet zeker of hij nog lang te leven had. En wie was zijn redder ... Oom Abraham, de tentbewoner. Hij was strategisch en grondig te werk gegaan: hij had zijn vijanden 's nachts van verschillende kanten aangevallen en bleef hen als een terriër achtervolgen tot voorbij Damascus. Goed doordacht, degelijk werk. Dat was Abraham. Evenwichtige typen kunnen goed organiseren.

Evenwichtige typen kunnen soms wat onzeker overkomen. Maar je kunt wel huizen op ze bouwen want als ze gemotiveerd zijn, blijken ze bijna alles te kunnen. Veel evenwichtige typen kunnen ook uitstekende leiders zijn, niet om snel veranderingen door te voeren, maar wel om een vaste koers te varen waar dat nodig is. Niemand die zoveel verborgen en ongebruikte talenten in huis heeft als een evenwichtig type. Ik zou willen dat ze dat zelf wisten; ze zouden dan zoveel tevredener met hun karakter kunnen zijn!

Maar het geheim van Abraham lag niet in zijn aangeboren temperament, maar aan zijn Helper, die druk doende was om Abrahams karakter helemaal uit te ontwikkelen en aan te vullen door de kracht van de Heilige Geest. Dat doet God met iedereen die zich volkomen aan Hem toevertrouwt. Karakterontwikkeling is het belangrijkste werk van de Heilige Geest in de gelovige.

Betrouwbaarheid van Abraham

Toen Abraham terugkeerde om de mensen van Sodom met hun bagage naar huis te brengen, had hij een ontmoeting met de geheimzinnige koning Melchisedek.

"En Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste en sprak een zegen over Abram uit: "Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde. Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde hij aan u uit.' ..." (Genesis 14:19-20, NBV2004)

Dat was een vorstelijke onderscheiding vanuit de hemel mogen we wel zeggen. Door tien procent van de buit aan Hem af te staan erkende hij Melchisedek als zijn Meerdere. Hij moet hebben begrepen dat hij een soort vertegenwoordiger van God was. De meeste Bijbeluitleggers zijn van mening dat Melchisedek een verschijningsvorm van Jezus was (Hebreeën 7:1-10). Met de zegen ontving Abraham ook een duidelijke boodschap: God heeft je deze overwinning bezorgd, je hebt het niet zelf gedaan!

"... Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd." (Genesis 14:20, NBV2004)

Abraham bleek een bescheiden, betrouwbare, integere man te zijn. De koning van Sodom kwam Abraham bedanken voor de bevrijding van zijn mensen en wilde hem een flinke beloning geven.

"De koning van Sodom verzocht Abram hem de mensen terug te geven, de bezittingen mocht Abram houden. Maar Abram antwoordde hem: 'Ik zweer bij de HEER, bij God, de Allerhoogste, de schepper van hemel en aarde, dat ik volstrekt niets wil aannemen van wat uw eigendom is, nog geen draad of schoenriem. U zult niet kunnen zeggen: 'Ik ben het die Abram rijk heeft gemaakt.' (Genesis 14:21-23, NBV2004)

Behalve een onkostenvergoeding wilde Abraham van de koning van Sodom niets ontvangen voor zijn inspanningen. Hij wilde alleen van God afhankelijk zijn en niet rijk gemaakt worden door een goddeloze machthebber uit de regio, hoezeer dat ook zijn aanzien zou kunnen verhogen. Mensen als Abraham zijn uiterst waardevol voor God om zijn vertegenwoordigers op aarde te zijn! Trouw en betrouwbaarheid zijn belangrijke en tegelijk vrij zeldzame eigenschappen in mensen! Abraham was het allebei. Hij was in geestelijke zin aan het groeien.

Belofte aan Abraham

Direct na deze gebeurtenis had Abraham weer een ontmoeting met God.

"Wees niet bang, Abram: ikzelf zal jou als een schild beschermen. Je loon zal vorstelijk zijn." (Genesis 15:1, NBV2004)

Abraham had het aanbod van de goddeloze vorst afgeslagen. Prompt bevestigde God zijn royale toezegging van een toekomstige beloning die veel meer waard was dan wat hij had afgeslagen. Zo werkt dat in Gods Koninkrijk: hoe meer aardse zekerheden en goederen je loslaat, hoe meer je van God terug ontvangt, in het hier en nu en/of in het hiernamaals.

Abraham maakte God erop attent dat er een belofte van God was waar hij nog moeite mee had: dat van zijn nageslacht. Hij was al oud en had nog steeds geen zoon. God had hem een nakomeling beloofd die hij zelf zou verwekken. Er is een groot geloof nodig om dat aan te nemen als je weet dat het menselijkerwijs gesproken niet meer kan.

"En Hij (=Abraham) geloofde in de HERE, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid." (Genesis 15:6, NBG1951)

Abrahams zijwegen

God had Abraham en Sara nageslacht beloofd, maar ze konden samen geen kinderen krijgen. Omdat er steeds maar niets kwam, vond Sara dat ze God een handje mochten helpen.

"'Luister,' zei Sarai tegen Abram, 'de HEER houdt mijn moederschoot gesloten. Je moest maar met mijn slavin slapen, misschien kan ik door haar nakomelingen krijgen.' Abram stemde met haar voorstel in en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw; Abram woonde toen tien jaar in Kanaän. Hij sliep met Hagar en zij werd zwanger..." (Genesis 16:2-4, NBV2004)

Zoals we dat vaak zien bij evenwichtige mannen die met een pittige vrouw getrouwd zijn, liet Araham zich te gemakkelijk leiden door de initiatieven van zijn vrouw. Hij week van Gods route af en sloeg de zijweg van 'eigen kracht' in. Dat is een verleiding waar we als gelovigen gemakkelijk toe worden verleid.

Een vreemd plan was het niet om een slavin als bijvrouw te nemen om nageslacht te verwekken. Zo gebeurde het zo vaak in het Midden-Oosten van die tijd. Uit deze verbintenis werd Ismaël geboren. Maar er rustte geen zegen op. Zowel Hagar als Ismaël zorgden vanaf het begin voor ellende in het gezin van Abraham en op het laatst kon Abraham weinig anders doen dan hen wegzenden. Tot op vandaag de dag zijn de nakomelingen van Ismaël een bron van moeite en strijd voor de nakomelingen van Isaak, de echte zoon van Abraham en Sara, die later toch geboren zou worden.

Verbond

Toen Abraham 99 jaar oud was herhaalde God zijn eerder gedane beloften en deze keer in de vorm van een verbond, dat een voorloper was of een aanzet tot het 'Oude Verbond' dat God honderden jaren later zou sluiten met het volk Israël na de uittocht uit Egypte. In dat verbond ging het om concrete zaken voor de nakomelingen van Abraham, waarvan hij de stamvader zou zijn:

"Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn." (Genesis 17:7-8, NBV2004)

God benadrukte dat de lijn van zijn nageslacht niet via Ismaël, maar via Isaak zou gaan, de zoon van Abraham en Sara:

"... je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak moet noemen, en met hem zal ik mijn verbond voortzetten. Het zal een eeuwigdurend verbond zijn, dat ook voor zijn nakomelingen zal gelden. En wat Ismaël betreft, ik verhoor je: ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en hem veel, heel veel nakomelingen geven ... Maar mijn verbond zal ik voortzetten met Isaak, de zoon die Sara je volgend jaar omstreeks deze tijd zal baren.'" (Genesis 17;16-21, NBV2004)

Als verbondsteken van de kant van Abraham en de zijnen stelde God als eis dat de mannen besneden zouden worden.

"Nog diezelfde dag besneed Abraham zijn zoon Ismaël, allen die in zijn huis geboren waren en allen die hij gekocht had, kortom al zijn mannelijke huisgenoten, zoals God hem had opgedragen." (Genesis 17:23, NBV2004)

Hier zien we de trouwe, gehoorzame Abraham weer in actie. Hij wachtte geen moment om Gods opdracht uit te voeren. Met zulke mensen sluit God graag een verbond, mensen waar je van op aan kunt, ook al zijn ze niet volmaakt.

Hoogtepunt in Abrahams leven

Het absolute hoogtepunt van Abraham de aartsvader en vader van alle gelovigen brak aan toen God hem vroeg om zijn zoon Isaak, waar hij zo lang op gewacht had, aan Hem te offeren. Dat was het grootste offer dat God ooit van een mens gevraagd heeft. Dat vroeg God niet om Abraham iets te ontnemen of om hem ongelukkig te maken. Integendeel! Door Abrahams offerbereidheid zou zijn relatie met God tot ongekende hoogte stijgen en zou hij een eeuwigdurende hoge beloning in de hemelse sfeer ontvangen.

Wat was dat een moeilijke test voor zijn geloof. Hij deed er drie dagen over om op de plaats aan te komen die God genoemd had: de landstreek Moria, waar Abraham ooit zijn eerste altaar voor God had gebouwd. Drie dagen lang moest hij worstelen met zijn gedachten en emoties. Hij had alle gelegenheid om nog terug te gaan, maar hij deed het niet.

"Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef gesteld werd, Isaak ten offer gebracht. Hij stond op het punt om zijn enige zoon te offeren, en dat terwijl hij de beloften had ontvangen en tegen hem gezegd was: Zij die van Isaak afstammen, zullen gelden als uw nageslacht. Want hij was ervan overtuigd dat God zelfs de macht heeft om doden tot leven te wekken; daarom heeft hij zijn zoon ook teruggekregen, bij wijze van voorafbeelding." Hebreeën 11:17-19, WV1995)

Toen hij destijds naar Egypte was uitgeweken had hij niet geloofd dat God hem in zijn eigen land van voedsel kon voorzien. Nu geloofde hij dat God zijn belofte van een nageslacht via Isaak zou nakomen, zelfs nadat hij hem zou hebben geofferd (zie Genesis 22:5).

"Toen pakte hij (=Abraham) het mes om zijn zoon te slachten. Maar een engel van de HEER riep vanuit de hemel: 'Abraham, Abraham!' 'Ik luister,' antwoordde hij. 'Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.'" (Genesis 22:10-12, NBV2004)

Juist door zijn geloof in God, dat hij vooral bewees doordat hij bereid bleek om zijn enige zoon Isaak aan God te offeren (Genesis 22:1-19) hield Abraham zich aan het verbond dat God met hem gesloten had. God noemde hem later zelfs zijn vriend (Jesaja 41:8) en dat mogen we gerust een erenaam noemen!

Eeuwen later zou God op ongeveer dezelfde plek zijn enige Zoon en erfgenaam offeren voor de mensheid. Toen was er geen engel die Hem tegen kon houden. God had ALLES over om de mensen te redden van de eeuwige dood.

Bonus voor Abraham

God vroeg Abraham zijn familie te verlaten en te gaan waar Hij hem zou leiden. Hij gaf zijn familie dus op. Maar God vraagt ons nooit iets aan Hem te geven zonder dat Hij er veel meer tegenover zet. Hoe zat het met Abrahams nageslacht? God had beloofd dat het zo talrijk zou zijn als de zandkorrels van het strand, bij wijze van spreken. Hij werd niet alleen de stamvader van heel het volk van Israël, maar werd ook de 'vader van alle gelovigen':

"En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven." (Matteüs 19:29, NBV2004)

"... Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun [de] gerechtigheid zou worden toegerekend." (Romeinen 4:11, NBG1951)

De joden noemde de hemel, waar ze na hun sterven heen hoopten te gaan 'Abrahams schoot' (Lucas 16:22). Die uitdrukking zegt iets over het feit dat aartsvader Abraham daar alle gelovigen als een warme familiedeken om zich heen heeft. Wat een familie. God is zo genadig en overvloedig in het vervullen van zijn beloften: gedeeltelijk in het hier en nu, vooral in het hiernamaals. Abraham moest loskomen van zijn aardse familie. Nu is er in de hemel niemand met zo'n grote familie als ... vader Abraham.

Conclusie

De evenwichtige Abraham, die zo langzaam op gang was gekomen, was geëindigd als de grootste geloofsman van alle eeuwen en de stamvader van alle gelovigen. God wist wat iemand met zijn temperament nodig had om de eindstreep te bereiken. Niet te veel tegelijk verwachten, een langzaam, rustig groeitraject, en elke keer een stapje verder.

Zo komt een gelovige met een evenwichtig karakter bij zijn doel. Jaag hem niet op, laat hem rustig zijn gang gaan, word niet ongeduldig omdat alles zo lang duurt. Maar vergis je niet: op termijn kon hij iedereen wel eens voorbij lopen. Andere karakters maken wel een snellere start, maar verliezen vaak veel tijd met het opruimen van de brokken die ze onderweg maken door hun onstuimigheid.

Laat dit een opsteker zijn voor evenwichtige typen, die zichzelf vaak zo vreselijk onbijzonder vinden. Trek je op aan het prachtige voorbeeldleven van je oude aartsvader...

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.