9.7.3. Geloofsperikelen van Abraham

Abraham in Egypte

Er kwam hongersnood in het land en Abraham kwam voor de keus te staan om ergens heen te gaan waar voedsel was of te blijven op de plek die God voor hem bestemd had. Deze omstandigheden werden zijn eerste test in geloofsvertrouwen. Als iemand door God geroepen wordt voor een bepaalde taak, dan kan het niet anders of er komen testmomenten.

Abraham besloot om maar naar Egypte te gaan. Hoewel Lot in deze geschiedenis niet genoemd wordt, is hij waarschijnlijk gewoon meegegaan. Mogelijk was hij het zelfs geweest die Abraham overhaalde om naar Egypte te gaan. Lot had gewoon oog voor alles wat mooi, comfortabel en welvarend was, zoals later nog duidelijker zou blijken.

Een van de grootste belemmeringen voor geloofsgroei is vrees en dat geldt vooral voor evenwichtige typen. De bangigheid van Abraham kwam ook weer duidelijk naar voren toen hij in Egypte aankwam. Hij had de pech dat hij zo'n aantrekkelijk uitziende vrouw had. Sara moet wel een topmodel zijn geweest om op 65+ leeftijd machtige koningen nog het hoofd op hol te brengen. Toen ze dicht bij de grensovergang naar Egypte waren zei Abraham tegen haar:

"Luister, ik weet heel goed dat jij een mooie vrouw bent ... Zeg daarom dat je mijn zuster bent, dan kom ik er dankzij jou misschien goed vanaf en loopt mijn leven geen gevaar." (Genesis 12:11,13, NBV2004)

Het was gedeeltelijk waar, omdat Sara zijn halfzuster was (Genesis 20:13), maar ook een halve waarheid is bedrog. Abraham vertrouwde in deze omstandigheden niet op Gods hulp en bescherming. God had hem immers buitengewoon grote beloften gegeven, die Hij nooit zou kunnen waarmaken als Abraham gedood zou worden. Aan de andere kant: Abraham had nog niet meegemaakt dat God ook onmogelijke dingen voor hem kon doen, dus ging hij maar te rade bij zijn eigen 'gezond verstand'. Dat is de natuurlijke reactie van evenwichtige typen.

De vrees van Abraham was niet helemaal ongegrond, want de farao werd inderdaad getipt door zijn officieren dat er een mooie vrouw was gesignaleerd en dus werd Sara naar zijn paleis gebracht. Zou dat ook zijn gebeurd als Abraham op God vertrouwd had?

"Maar de HEER trof de farao en zijn hof met zware plagen om wat er gebeurd was met Abrams vrouw Sarai." (Genesis 12:17, NBV2004)

Terwijl God Abraham beloofd had dat de hele wereld via hem gezegend zou worden, verspreidde hij geen zegen in Egypte, maar wel allerlei narigheid. De farao kwam erachter dat Sara Abrahams vrouw was, mogelijk doordat God hem er persoonlijk over aansprak of via zijn waarzeggers. Hij , en hij liet Abraham over de grens zetten als ongewenst persoon. Niet alleen haalde Abraham schande over zichzelf en zijn familie, maar indirect werd ook de naam van God oneer aangedaan.

"Vanuit de Negev trok hij geleidelijk verder, tot aan Betel, tot aan de plaats tussen Betel en Ai waar zijn tent vroeger al had gestaan en waar hij toen een altaar had gebouwd. Daar riep Abram de naam van de HEER aan." (Genesis 13:3-4, NBV2004)

Abraham ging terug naar de positie waar hij was toen het nog goed was, om vandaar uit weer verder te gaan. Daarin zien we iets van de praktische instelling van Abraham, die zo typerend is voor evenwichtige typen. Dat is zo'n verstandig voorbeeld dat je nooit mag vergeten. Als je het een keer goed verknald hebt in je leven, probeer dan zo mogelijk terug te gaan naar de situatie waar het nog goed was en roep de Heer aan. Dan kun je je mislukkingen weer bij God laten en verder gaan.

Vredelievendheid van Abraham

Evenwichtige typen houden van harmonie, rust, veiligheid en vrede. Ze zijn de beste vredestichters die er te vinden zijn. Ze zullen niet gauw tegenstellingen tussen mensen aanscherpen, maar mensen dichter bij elkaar brengen ligt hen beter. Dat is een heel goede eigenschap.

We komen dit ook tegen bij Abraham. Hij werd geconfronteerd met groeiende spanningen tussen zijn eigen schaapherders en die van zijn neef Lot. Eigenlijk was het een luxe probleem, want het had te maken met hun steeds maar toenemende bezittingen.

"Beiden bezaten zo veel vee dat er te weinig land was om bij elkaar te blijven wonen. Hierdoor ontstond er ruzie tussen de herders van Abrams vee en de herders van Lots vee..." (Genesis 13:6-7, NBV2004)

"Daarom zei Abram tegen Lot: 'Waarom zouden we ruziemaken, jij en ik, of jouw herders en de mijne? We zijn toch familie?" (Genesis 13:8, NBV2004)

Het is duidelijk dat er echt ruzie was. Kennelijk was Lot op hoge poten bij Abraham gekomen en hem verwijten gemaakt. Lot was er niet de man naar om iets van de kant van de ander te bekijken. Maar hier kwamen de kwaliteiten van Abraham opnieuw om de hoek kijken. Beheerst en flegmatiek van karakter liet hij zich niet gek maken door Lot en de heetgebakerde schaapherders. Evenwichtige typen zijn als rotsen in de branding. Ook als iedereen in paniek raakt, blijven ze gewoon functioneren. Het lijkt wel alsof ze ervan genieten om in turbulente tijden het hoofd koel te kunnen houden. En waarom ook niet? Abraham wist dat ruziemaken de zaak alleen maar verergerde en kwam onmiddellijk met een voorstel.

"Het is maar beter dat we uiteengaan. Het hele land ligt voor je open. Als jij naar links gaat, ga ik naar rechts; als jij naar rechts gaat, ga ik naar links.'" (Genesis 13:9, NBV2004)

Dat was een royaal aanbod. Als oudste en familiehoofd had hij zelf de meeste rechten op het beste land. Maar Abraham had liever vrede en weinig bezit dan veel bezit en een jaloerse neef die niet tevreden zou zijn en vandaag of morgen toch weer moeilijk zou gaan doen. Een heel praktische kijk op het leven, die geen snelle resultaten oplevert, maar op lange termijn het meest bevredigend is.

Lot had zijn ogen goed de kost gegeven en maakte snel zijn keus:

"Lot liet zijn blik rondgaan en zag hoe rijk aan water de hele Jordaanvallei was; Abram bleef in Kanaän wonen ... Lot sloeg zijn tenten op bij de steden in de vallei. Zijn woongebied strekte zich uit tot aan Sodom; de mensen daar waren slecht, ze zondigden zwaar tegen de HEER." (Genesis 13:10-13, NBV2004)

Lot koos voor de gemakkelijk te verkrijgen welvaart. De zondige reputatie van de mensen van Sodom deerde hem niet. Zijn ogen waren verblind door de zucht naar rijkdom. Hij was totaal wereldgezind; God speelde op zijn hoogst een bijrol in zijn leven en dus ook in zijn beslissing over de toekomst.

Abrahams afscheid van Lot

Abraham gebruikte ook zijn ogen, in geestelijke zin dan "als ziende de Onzienlijke" (Hebreeën 11:27, NBG1951). Hij had de vruchtbare vlakte bij Sodom ook wel gezien, maar hij woonde liever in tenten met God dichtbij dan bij een zondige stad waar God niet blij mee zou zijn. Het was een daad van geloofsvertrouwen. God maakte duidelijk dat hij daarmee de juiste keus had gemaakt.

Abraham nam dus afscheid van Lot. Dat was een grote stap voor hem: nu was hij helemaal alleen, zonder familie; alleen met God. Lot was steeds een blok aan het been van Abraham geweest, een belemmering voor Gods plannen voor Abraham en voor zijn karakterontwikkeling. Pas toen hij en Lot uit elkaar gingen was Abraham gekomen waar God hem hebben wilde: los van zijn 'wortels' en in volkomen afhankelijkheid van Hem. God had begrip voor de worsteling van Abrahams hart in dat loslatingproces en bemoedigde hem door de belofte van het hele beloofde land te herhalen:

"Nadat Lot was weggegaan, zei de HEER tegen Abram: 'Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Al het land dat je ziet geef ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd." (Genesis 13:14-15, NBV2004)

Tenslotte ging Abraham zich min of meer vestigen bij Mamre. Dat was weer een mijlpaal in Abrahams leven.

"Toen brak Abram op en ging wonen bij de eiken van Mamre, bij Hebron. Daar bouwde hij een altaar voor de HEER." (Genesis 13:18, NBV2006)

Weer een altaar dus, op de plek waar hij vele jaren zou blijven wonen. Weer een altaar bij een van de mijlpalen van zijn leven. Het is belangrijk dat je elke belangrijke mijlpaal in je leven met de Heer beleeft. Je mijlpalen, de markeringmomenten bij het aanbreken van nieuwe perioden in je leven, moeten altijd goed neergezet worden, want ze zijn bepalend voor de periode die erop volgt. Van Abraham leren we het belang van een leven van altaar en tent, zoals de Chinese godsdienstige leider Watchman Nee dat noemde. Dat is een leven van aanbidding en overgave aan God en een leven in afhankelijkheid van Hem en niet van andere krachtbronnen.

Herhaling

Evenwichtige typen hebben vaak heel wat tijd nodig om hun levenslessen te leren. Het zijn geen mensen die een wilsbesluit nemen en dan meteen op het goede spoor zitten. Je moet ze de tijd geven. Het prachtige in de geschiedenis van Abraham is dat God hem ook nadrukkelijk de tijd gaf die hij nodig had en geduld had met zijn langzame vorderingen. Een tijd later woonde Abraham namelijk een tijdje in Gerar en ook de koning van dat gebied keek verlekkerd naar Abrahams vrouw en liet haar in zijn paleis komen. Gevolgen: misgeboorten bij de vrouwen in het land (Genesis 20). God sprak rechtstreeks tegen Abimelech om hem te waarschuwen dat hij met zijn handen van Sara moest afblijven:

"... geef haar nu terug aan haar man, want hij is een profeet en kan voor je bidden, en dan zul je in leven blijven. Maar geef je haar niet terug, dan zul je onherroepelijk sterven, jij en allen die bij je horen." (Genesis 20:7, NBV2004)

Gods genadigheid en geduld met Abraham komt hierin heel sterk naar voren. Niet alleen waarschuwde Hij Abimelech om niet de fout in te gaan, maar Hij noemde de bange, falende Abraham nota bene ZIJN PROFEET! Wat is God toch bijzonder! Hij vergaf Abraham niet alleen, maar ging een stap verder: hij mocht optreden als vertegenwoordiger van de Allerhoogste God om genezing van getroffen onderdanen van Abimelech te bewerkstelligen.

"... ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn ..." (Genesis 12:2, NBV2004)

Ja, God komt zijn beloften na, ook aan gelovigen die nog veel moeten leren. Dus er is ook hoop voor jou en mij...

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.