8.1.3. Vreemdelingschap

Het gaat bij dit onderwerp om de vraag: Waar ligt je hart? Waar zoek je je heil? In de wereld of bij God? De psalmdichter had zijn antwoord al klaar:

"Beter één dag in uw voorhoven dan duizend dagen daarbuiten, beter op de drempel van Gods huis dan wonen in de tenten der goddelozen." (Psalm 84:11, NBV2004)

Begin van de reis

Jezus zei:

"Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht hebben." (Johannes 8:12, WV1995)

Bij de bekering zet je de eerste stap op een nieuwe weg door het aardse leven. De aarde is niet je definitieve woonplaats, maar een doorgangsgebied. Je volgende thuis is het Vaderhuis, ofwel de hemel. Alles wat je op aarde doet is bepalend voor wat je in het hiernamaals zult zijn...

Vriendschap met de wereld of vreemdelingschap

Een ware gelovige, die als zodanig tot het Koninkrijk van God is toegetreden, behoort niet te heulen met Gods vijand door wereldgezindheid. Dat getuigt van grove trouweloosheid.

"Trouwelozen, weet u niet dat vriendschap met de wereld vijandschap met God betekent? Wie met de wereld bevriend wil zijn, maakt zich tot vijand van God." (Jakobus 4:4, WV1995)

Vreemdelingschap houdt geen wereldmijding in, maar dat je niet gaat leven zoals de mensen die zonder God leven.

"En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid ..." (Romeinen 12:2, HSV2006)

"Vrienden, u bent hier vreemdelingen, tijdelijke bewoners. Daarom druk ik u op het hart, geef niet toe aan uw zelfzuchtige verlangens. Ze belagen uw geestelijk leven." 1 Petrus 2:11, GNB1996)

Natuurlijk is het wel toegestaan vriendschap te sluiten met ongelovigen of je aansluiten bij niet-christelijke organisaties, om door woord en wandel van Jezus te getuigen. Maar alleen als je zeker weet dat Gods invloed door jou sterker is dan verkeerde invloeden die ze uitoefenen op jouw levensstijl. Maar ga daardoor niet met de anderen mee naar plaatsen waar je niet hoort te komen. Laat je ook niet door de ander overhalen dingen te doen die tegen Gods wil ingaan, zoals het verzuimen van je kerkdiensten omdat je bepaalde dingen wilt doen met je vrienden. Denk je dat je tegenover hen een getuige van Jezus kunt zijn als je met hen meegaat en je eigen levensstijl zo gauw opgeeft?

Jezus ging vriendschappelijk om met het uitschot van de maatschappij, om hen de liefde van God te laten zien. Maar ik geloof niet dat Hij zich door hen liet overhalen om tegen zijn geweten in te gaan.

"Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen. Wat is de verwantschap tussen gerechtigheid en wetteloosheid? Wat heeft licht met duisternis te maken? ... Daarom zegt de Heer: Ga weg bij de ongelovigen, zonder je van hen af en raak niets aan dat onrein is. Dan zal ik jullie aannemen ..." (2 Korintiërs 6:14,17, NBV2004)

De bekendste toepassing van dit Bijbelvers is: trouw niet met een ongelovige! Als je verkering hebt met een ongelovige, zorg er dan voor dat je voor het huwelijk zeker weet dat de ander is wedergeboren en vertrouw er NOOIT op dat de bekering van de ander wel na de huwelijksdag zal plaatsvinden. Belangrijke mijlpalen in je leven moet je goed neerzetten. Dit is van levensbelang.

Tot vervelens toe lezen we in het Oude Testament Gods waarschuwingen aan de Israëlieten om zich niet te vermengen met heidense volken, omdat ze daardoor gemakkelijke verleid zouden worden tot afgoderij en immoraliteit. Het Oude Testament staat vol met voorbeelden waarbij de Israëlieten dat juist WEL deden. En daar kwamen steevast grote brokken van. Een voorbeeld:

"Efraïm heeft zich met andere volken vermengd; hij is een misbaksel geworden. Vreemdelingen hebben zijn krachten verteerd, maar hij beseft het niet; zijn haar is grijs geworden, maar hij beseft het niet." (Hosea 7:8-9, NBV2004)

Nederland telt honderdduizenden kerkverlaters die om precies dezelfde reden zijn afgehaakt van het volgen van Jezus. Ze vonden de dingen van de wereld waardevoller dan die van God. Niet ineens, maar stapje voor stapje.

Vreemdelingschap van Abraham

Een van duidelijkste contrasten tussen wereldgelijkvormigheid en vreemdelingschap vinden we in de geschiedenis van Abraham en Lot. Abraham was gegaan naar het land dat God hem had gewezen. Abraham ging met God en Lot ging met Abraham mee. Dat is nu net het verschil tussen de beide mannen. Toen ze uit elkaar moesten gaan omdat hun kudden te groot werden, liet Abraham Lot kiezen waar hij heen wilde gaan. Lot had zijn ogen goed de kost gegeven en maakte onmiddellijk zijn keus:

"Lot liet zijn blik rondgaan en zag hoe rijk aan water de hele Jordaanvallei was; Abram bleef in Kanaän wonen ... Lot sloeg zijn tenten op bij de steden in de vallei. Zijn woongebied strekte zich uit tot aan Sodom; de mensen daar waren slecht, ze zondigden zwaar tegen de HEER." (Genesis 13:10-13, NBV2004)

Lot koos voor de gemakkelijk te verkrijgen welvaart. De zondige reputatie van de mensen van Sodom deerde hem niet: zijn ogen waren verblind door de dollartekens in zijn ogen. God speelde maar een bijrol in zijn leven en zijn beslissing over de toekomst was dus snel gemaakt. De hebzucht heerste over hem. En hij dacht waarschijnlijk bij zichzelf: "Ik zal nooit zo slecht worden als die Sodomieten."

Abraham gebruikte ook zijn ogen, in geestelijke zin dan 'als ziende de Onzienlijke' (Hebreeën 11:27, NBG1951). Hij had de vlakte bij Sodom ook wel gezien en als oudere van de twee had hij het volste recht om als eerste zijn keuze te maken. Maar hij woonde liever in tenten met God dichtbij dan bij een zondige stad waar God niet blij mee zou zijn. God maakte duidelijk dat Abraham daarmee de juiste keus had gemaakt.

"Nadat Lot was weggegaan, zei de HEER tegen Abram: 'Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Al het land dat je ziet geef ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd ... Toen brak Abram op en ging wonen bij de eiken van Mamre, bij Hebron. Daar bouwde hij een altaar voor de HEER." (Genesis 13:14-18, NBV2004)

Ook hierin vertrouwde Abraham op God en het gevolg was ... een rijke belofte, die God later ook vervuld heeft, maar nog niet tijdens zijn leven. Abraham verkoos het vreemdelingschap boven de verleidelijke welvaart, en de beloning was oneindig veel meer waard dan de snelle rijkdom die hij had afgewezen.

"Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is." (Hebreeën 11:9-10, HSV2010)

Wereldgezindheid van Lot

En Lot? Eerst woonde hij BIJ de stad Sodom (Genesis 13:12), later IN de stad (Genesis 14:12). Van het één komt het ander. Hij wilde geen vreemdelingschap, maar vriendschap met de wereld en dat zou hem duur komen te staan.

Lot voelde zich veilig in Sodom. Een stad biedt namelijk bescherming, heel wat meer dan de tenten waar zijn oom Abraham in bleef wonen. Het Griekse woord voor 'stad' is 'polis', een woord dat wij kennen als een verzekeringsbewijs. Stad en zekerheid, die begrippen horen bij elkaar. Maar er kwamen vijanden het land binnen. Zij namen niet de tentbewoner Abraham te pakken, want die werd beschermd door zijn almachtige God. De stad Sodom werd overmeesterd en de inwoners, waaronder Lot en zijn gezin, werden als slaven buitgemaakt. Toch was God Lot genadig, vanwege zijn relatie met Abraham en zorgde ervoor dat hij gered werd en wel door ... oom Abraham de tentbewoner.

Had Lot zijn les geleerd? Nee. Want hij ging weer in Sodom wonen en later was hij zelfs een van de stadsbestuurders die als zodanig 'bij de stadspoort zaten' (Genesis 19:1). Hij was helemaal ingeburgerd en voelde zich thuis in de zondige stad. Hij noemde zijn stadsgenoten zelfs zijn broeders (Genesis 19:7). Toen God de stad ging vernietigen vanwege haar zondige levensstijl, redde God hem en zijn gezin door de hulp van engelen (Genesis 19). Tijdens de vlucht keek Lots vrouw om naar Sodom, tegen het uitdrukkelijke verbod van de engel. Het kostte haar het leven (Genesis 19:26). Zij staat als symbool voor een houding van niet los willen komen van de wereld (Lucas 17:32).

Maar ook deze dramatische gebeurtenis bracht Lot niet dichter bij God. Toen zijn stad Sodom vernietigd was, ging hij niet naar Abraham toe om een ander leven te beginnen en te leren op God te vertrouwen. Nee, hij wilde perse weer zijn veiligheid in een ander stadje zoeken (Genesis 19:19:19-23). Maar ook daaruit moest hij wegvluchten en hij eindigde als holbewoner (Genesis 19:30). Wat een afgang. Zijn laatste levensjaren waren een toonbeeld van triestheid en schande (Genesis 19:20-38).

Vreemdelingen

Laat dit voorbeeld een aansporing zijn om het vreemdelingschap met God te zoeken en er GROTE ERNST mee maken om de wereldgelijkvormigheid af te leggen. Wil je kortstondige bevrediging van je verlangens of een onvergankelijke erfenis? Of denk je net als Lot dat een klein beetje wereldgelijkvormigheid geen kwaad kan? Dat zou wel eens de grootste vergissing van je leven kunnen zijn. Kies dan niet volgens je gevoel, want dat laat zich te gemakkelijk verleiden om mee te doen met de wereld-zonder-God. Volg je verstand dat zich laat leiden door de eeuwige waarheid van Gods Woord.

"Vrienden, u bent hier vreemdelingen, tijdelijke bewoners. Daarom druk ik u op het hart, geef niet toe aan uw zelfzuchtige verlangens. Ze belagen uw geestelijk leven." (1 Petrus2:11, GNB1996)

Er is een belofte voor mensen die als vreemdelingen in de wereld willen leven:

"De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid." (1 Johannes 2:17, NBV2004)

Elk compromis dat je als gelovige sluit met de wereld is een verzwakking van je geloofsleven. Eerst merk je niets, maar als je het later wel merkt is de weg terug erg moeilijk.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017