8.1.2. Heiliging

Heiligheid is geen populair woord

De oorspronkelijke betekenis van het woord 'heilig' in Bijbelse zin is: behorend bij God en apart gezet van de wereld. Het is een impopulair woord dat vaker spottend dan positief wordt gebruikt. Uitdrukkingen als 'heilig boontje' gaan in de richting van: wereldvreemde slappeling die er niet bij hoort, iemand met ouderwetse ideeën die niet meer van deze tijd zijn. De wereld-zonder-God heeft een grondige afkeer van dit woord. En voor de meeste christenen klinkt het woord 'heiligheid' ook niet prettig. Het doet je denken aan je eigen tekortschieten tegenover het loepzuivere karakter van God. Het woord lijkt afstand te scheppen tussen de mens en zijn heilige God, die gezegd heeft:

"... Wees heilig, want ik ben heilig." (1 Petrus 1:16, NBV2004)

Die woorden klinken beschuldigend en verwijtend, waardoor God zo onbereikbaar ver van ons af lijkt te staan. We krijgen beter zicht op deze Bijbeltekst als we bedenken dat de gelovige door God gereinigd en geheiligd is (wanneer hij al zijn onbeleden zonden alsnog bij God heeft gebracht) en dat van de gelovige niet verwacht wordt dat hij volmaakt is, maar dat zijn hart en zijn gedachten maar één richting uitgaan: naar God en niet in de richting van de zonde. Als we groeien in liefdevolle toewijding naar God, waarin we echt in alles voor HEM willen leven, zijn we op de goede weg. Dat is een heilig leven.

Toewijding en heiliging

Het begrip 'toewijding' houdt in dat je veel aandacht wilt geven aan iemand of iets en dat je je daar volledig voor wil inzetten. Het Bijbelse begrip 'heiliging' gaat een stap verder, namelijk om een soort toewijding die je hele leven omvat, je hart en je ziel, je gedachten, woorden en daden. Heiliging zouden we kunnen omschrijven als je hele persoonlijkheid wijden aan de dienst van God, alles afstemmen op Hem en de belangen van het Koninkrijk van de Hemel. Moderne Bijbelvertalingen (zoals de NBV2004 vertaling) geven het abstract klinkende woord voor 'heiliging' soms weer als 'toewijding'.

Heiliging is een geestelijk proces in de mens, dat een onderdeel is van zijn geloofsgroeiproces. Daarbij zijn de volgende factoren van belang:

  1. De gelovige wordt geheiligd door God.
  2. De gelovige wijdt zich toe aan God.

In de Bijbel komen we de begrippen reiniging en heiliging vaak naast elkaar tegen. Ze liggen ook in elkaars verlengde, want onreinheid gaat niet samen met Gods heiligheid. Iemand moet eerst rein zijn (zonden vergeven) voordat hij geheiligd voor God kan zijn en zich aan Hem kan toewijden.

Geheiligd door God

Elk proces in de gelovige begint bij God en dat geldt zeker ook voor heiliging. De gelovige wordt allereerst geheiligd door God. De apostel Paulus adresseert zijn eerste brief aan de Korintiërs aan de 'geheiligden' in Korinte:

"aan de gemeente Gods te Korinte, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen ..." (1 Korintiërs 1:2, NBG1951)

God heeft gelovigen afgezonderd van de wereldse mensen en hen geroepen en apart gezet om in de eerste plaats Hem te dienen. Daardoor zijn zij ingelijfd in Gods eigen volk. God is zelf bovenal heilig en dat is zijn meest prominente eigenschap. God is God vanwege zijn heiligheid waardoor Hij meer dan enig ander wezen in het heelal eer, respect en aanbidding verdient van alles wat leeft. Door het werk van Jezus op aarde, door zijn lijden, sterven en opstanding, heeft Hij de weg geopend voor mensen om door God geheiligd te worden om deel uit te maken van zijn heilige, hemelse Koninkrijk.

"u bent geheiligd, u bent gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God..." (1 Korintiërs 6:11, WV1995)

Geheiligd aan God

Heiliging betekent ook een keuze om je leven aan God toe te wijden. Een voorbeeld vinden we in het Oude Testament over de wijding van Aäron tot hogepriester van God. Mozes kreeg van God de volgende instructie:

"Laat je broer Aäron en zijn zonen deze kleding aantrekken en zalf hen; zo wijd je hen en heilig je hen om mij als priester te dienen." (Exodus 28:41, NBV2004)

Hier zien we hoe toewijding, wijding en heiliging bij elkaar horen. Zoals Aäron zich wijdde aan de fulltime dienst aan God, zo worden christengelovigen aangespoord om hun hele leven in dienst van God stellen. Dat is toewijding en dat is heiliging.

Onder het Oude Verbond komen we allerlei ceremoniële gebruiken tegen die te maken hebben met allerlei vormen van heiliging. Die gebruiken waren bedoeld ter ondersteuning van de keuze van de Israëlieten om hun leven aan God toe te wijden. Voorbeelden daarvan zijn: besnijdenis, priesterwijding, het onderhouden van de Sabbatten feestdagen. Onder het Nieuwe Verbond is de doop ook een plechtigheid ter ondersteuning van de wijding van het leven aan het volgen van de Heer. Ook kennen we de kerkelijke plechtigheden bij de inwijding van predikanten, priesters en andere mensen met verantwoordelijke taken binnen de gemeente.

In veel gevallen wordt er een belofte of zelfs een eed afgelegd bij een daad of ritueel van wijding aan God. Hier volgt een Bijbelgedeelte waarin het volk Israël zich opnieuw besloot toe te wijden aan het dienen van God:

"Iedereen in Juda verheugde zich over de eed die ze hadden afgelegd. Ze hadden uit volle overtuiging gezworen en zochten met heel hun hart de HEER, en hij liet zich door hen vinden en verschafte hun rust aan al hun grenzen." (2 Kronieken 15:15, NBV2004)

We zien ook de uitwerking van deze keuze van toewijding: God bevestigde het met vrede en voorspoed. God zal zeker iedereen zegenen die een belofte of gelofte doet om zijn leven toe te wijden aan Jezus.

Een rein en heilig leven

In het Oude Testament lezen we veel voorbeelden van reiniging en heiliging. Vaak ging het daarbij om rituelen die door de Israëlieten moesten worden uitgevoerd. Kijk maar eens naar de volgende passage over de ontmoeting tussen God en het volk bij de wetgeving vanaf de berg Sinai:

"Toen sprak de HEER tot Mozes: 'Ga naar het volk en zorg ervoor dat ze zich vandaag en morgen heiligen en hun kleren wassen. Zij moeten zich gereed maken voor overmorgen, want overmorgen zal de HEER voor de ogen van heel het volk neerdalen op de Sinai." (Exodus 19:10-11, WV1995)

Het wassen van de kleren was een eenvoudig reinigingsritueel. De nieuwtestamentische vertaling daarvan is natuurlijk de noodzaak voor innerlijke reiniging (door belijdenis en vergeving van zonden) als noodzakelijke voorbereiding voor een ontmoeting met God. Een uiterlijk ritueel is voor nieuwtestamentische gelovigen niet nodig, maar het kan wel helpen om de juiste innerlijke houding te onderstrepen. Zo is het een goede gewoonte om niet in je vuile kleren naar een kerkelijke samenkomst te aan om daar als gemeente een ontmoeting met God te hebben. De 'zondagse kleding' die in vroegere jaren steevast werd gedragen bij de kerkgang heeft dus wel degelijk een Bijbels fundament. Maar zodra het als een ongeschreven wet gaat functioneren verliest het zijn waarde. Het belangrijkste is dat we als gelovigen ons hart voorbereiden op de ontmoeting met God. Als we dat nalaten heeft de zondagse kleding natuurlijk geen enkele waarde. Als we het bewust doen om er God mee te eren dan is dat een goede zaak, maar het is geen verplichting en we mogen medegelovigen niet minachten als zij zich anders willen uiten.

Een heilige levensstijl richt zich op de richtlijnen van Gods Woord en is zo ongeveer het tegenovergestelde van een wereldse levensstijl, die erop gericht is om zoveel mogelijk de eigen behoeften te bevredigen en op te gaan in begeerten van het vlees. Voorbeelden:

"... Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen,dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid." (Efeziërs 4:21-24, NBV2004)

"God heeft ons niet geroepen tot zedeloosheid, maar tot een heilig leven." (1 Tessalonicenzen 4:7, NBV2004)

"Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht." (2 Petrus 3:11, NBG1951)

"... maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God." (1 Korintiërs 6:11, NBV2004)

"Maar nu, bevrijd van de zonde en dienstknecht geworden van God, oogst u heiligheid en tenslotte eeuwig leven." (Romeinen 6:22, WV1995)

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017