6.2.7. Tien Geboden

Grondwet

De Tien Geboden vinden we in Exodus 20:2:17 en in een wat uitgebreidere vorm in Deuteronomium 5:6-21. We zouden ze de grondwet kunnen noemen van de Wet van Mozes.

Verboden en geboden

Als we de Tien Geboden doorlezen, merken we al gauw dat ze bijna allemaal in de VERbiedende wijs staan. De nadruk lijkt niet te liggen bij wat we wel moeten doen, maar wel wat we niet mogen doen. Bij de opvoeding van kleine kinderen gaat dat ook vaak op die manier. Van nature probeert een kind immers alles uit en dat gaat wel eens mis. Het kind moet dus veel leren over wat niet mag: niet op de tafel klimmen, niet in stopcontacten peuteren en niet de hete kookplaat aanraken. Omdat vader of moeder het zegt.

Bij het groter worden kunnen de ouders ook uitleggen waaróm iets niet mag, om hen vervolgens te vertellen wat wél een goed gedrag is. Als kinderen eenmaal groter zijn hebben ze geleerd voorzichtig te zijn, rekening te houden met anderen, enzovoort. Op die leeftijd is het verbieden minder nodig en ligt de nadruk steeds meer op het ontwikkelen van goede relaties als basis voor goed gedrag. Zodra ze echt volwassen zijn vinden ze het normaal om zich bij hun ouders thuis te gedragen zoals die dat prettig vinden.

De periode van het Oude Verbond kan ook wel het jeugdstadium van Gods volk worden genoemd, vandaar de nadruk op de verbiedende kant. Het Nieuwe Verbond is het meer volwassen stadium, een verdere, diepere doorwerking van Gods plan met zijn volk. Daar ligt de nadruk meer op de innerlijke houding en vooral liefde als motivatie voor goed gedrag.

In het volgende overzicht zie je bij elk van de Tien Geboden de verbiedende en de gebiedende kant ervan:

  verbod gebod
1. geen andere goden dienen alleen God dienen, die je bevrijd heeft uit je slavernij
2. geen afgodsbeelden maken en die aanbidden God aanbidden zoals Hij aanbeden wil worden
3. Gods naam niet onheilig gebruiken Gods naam met diep respect gebruiken
4. niet werken op de Sabbatdag de Sabbatdag eerbiedigen als een geschenk van God
5. niet rebelleren tegenover je ouders je ouders respecteren
6. niet moorden respect hebben voor menselijk leven
7. niet echtbreken het huwelijk in ere houden
8. niet stelen het goede voor je medemensen zoeken
9. niet liegen goed spreken over anderen
10. niet begeren wat anderen hebben tevreden zijn, anderen het beste gunnen

Tien verboden en geboden

God en de medemensen liefhebben

De eerste vier leefregels hebben betrekking op de relatie met God: in de eerste plaats het dienen en eren van de enige ware God en in de tweede plaats het sabbatsgebod waardoor het volk Israël zich moest onderscheiden van de andere volken.

De laatste zes leefregels hebben te maken met de omgang met andere mensen. Deze gedragsregels zijn zo fundamenteel voor een gezonde samenleving dat ze ook buiten de sfeer van het joodse en christelijke geloof toepasbaar zijn. In de mate waarin samenlevingen functioneren volgens deze principes vinden we vrijheid, rechtvaardigheid, welvaart en psychisch gezonde mensen.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013