Wet van het geweten

 

6.2.2. Wet van het geweten

Godsbesef

In alle culturen gedurende alle eeuwen is er een natuurlijke behoefte geweest aan religie en een besef van hogere machten in de onzichtbare wereld. Het besef dat er een Schepper moet zijn die de wereld en de natuur in al zijn complexiteit heeft gemaakt, is ingebouwd in het menselijk geweten. Dat is veel natuurlijker en aannemelijker dan te veronderstellen dat alles is ontstaan door blind toeval. Dat is namelijk erg onlogisch en vanuit het oogpunt van kansberekening (een onderdeel van de wiskunde) zo goed als onmogelijk. Het ontkennen van een Godsbestaan is naar mijn mening zeer tegennatuurlijk en een opzettelijke daad van ingaan tegen het normale religieuze besef dat we overal in de wereld tegenkomen.

"Want wat een mens van God kan weten, is hen bekend; God heeft het hun geopenbaard. Vanaf de schepping van de wereld wordt zijn onzichtbaar wezen door de rede in zijn werken aanschouwd, zijn eeuwige macht namelijk en zijn godheid..." (Romeinen 1:19-20, WV1995)

In de voortijd, tussen Adam en Noach, en in de periode daarna, voorafgaande aan de wetgeving bij de berg Sinaï, konden mensen kennis over God hebben van hun voorouders, die uiteindelijk hun kennis konden ontvangen van Adam en Eva. Omdat mensen in die tijd erg oud werden en vele generaties nakomelingen kenden, waren alle wereldbewoners waarschijnlijk behoorlijk op de hoogte van wie God was en van het gedrag dat Hij van de mensen verwachtte. Ook waren er predikers als Henoch en Noach die in contact stonden met God en de mensen waarschijnlijk hebben onderwezen over Hem en zijn wil.

In de loop der eeuwen is de overgedragen kennis over God bij veel volken weggeëbd en zijn zij zelf bedachte goden gaan aanbidden in plaats van de levende God.

"Terwijl ze beweren wijs te zijn, zijn ze dwaas en hebben ze de majesteit van de onvergankelijke God ingewisseld voor beelden van vergankelijke mensen, vogels, lopende en kruipende dieren ... Ze hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen." (Romeinen 1:22-25, NBV2004)

Momenteel zijn er massa's mensen op de aarde die geen enkel besef hebben van de WARE God.

Besef van goed en kwaad

Gedurende alle eeuwen voorafgaande aan de wetgeving aan het volk Israël bestond er, voor zover wij weten, geen gedocumenteerde weergave van Gods levenswet. Maar toch waren de mensen van die tijd niet onwetend. In de Romeinenbrief lezen we dat mensen een natuurlijk godsbesef hebben en een natuurlijk besef van goed en kwaad. Daar speelt vooral het geweten een rol, dat door de Schepper 'voorgeprogrammeerd' lijkt te zijn.

God heeft de mensen ook een natuurlijk besef van goed en kwaad gegeven:

"Wanneer namelijk heidenen, die de wet niet hebben, de wet van nature naleven, dan zijn ze zichzelf tot wet, ook al hebben ze hem niet. Ze bewijzen door hun daden dat wat de wet eist in hun hart geschreven staat; en hun geweten bevestigt dit, omdat ze zichzelf met hun gedachten beschuldigen of vrijpleiten." (Romeinen 2:14-15, NBV2004)

Dat blijkt ook uit het feit dat in alle religies er een verwachting is dat mensen na het aardse leven voortleven in een andere vorm, in een geestelijke wereld, en dat zij in dat volgende leven de vruchten zullen plukken van hun gedrag op aarde: een goed leven voor goede mensen of een slecht leven voor slechte mensen. Een duidelijk besef dus van verantwoordelijkheid voor gedrag.

Elke samenleving heeft ongeschreven of geschreven gedragsregels en manieren om verkeerd gedrag te voorkomen of af te straffen. Ik denk dat we rustig kunnen stellen dat elke wereldbewoner van nature op zijn klompen een aantal dingen weet over de manier waarop mensen met elkaar horen om te gaan:

  • dat het goed is om mensen lief te hebben en dat het slecht is om mensen te haten
  • dat het goed is om anderen te helpen en dat het slecht is om hen pijn of verdriet te doen
  • dat het goed is om trouw te zijn tegenover je man of vrouw en dat het slecht is om ontrouw te zijn
  • dat het goed is om voor je kinderen te zorgen en dat het slecht is om hen te verwaarlozen
  • dat het goed is om je ouders te respecteren en dat het slecht is om hen te minachten

En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Zonder het te weten kom je met zulke uitspraken al heel dicht bij de laatste zes van de Tien Geboden die God als grondwet voor het volk Israël heeft gegeven. Het zijn heel natuurlijke, voor de hand liggende regels. En eigenlijk weet iedereen dat.

Leven volgens je geweten

Als mensen geen overgedragen kennis hebben van God en zijn wil over het menselijke gedrag, zijn ze aangewezen op hun geweten. Hun geweten is dan hun enige wet.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013