6.4.9. Onvergeeflijke zonden

Opzettelijke zonden

De Bijbel maakt onderscheid tussen vergeeflijke en onvergeeflijke zonden ofwel tussen zonden en doodzonden. In het Oude Testament had God de mogelijkheid voor het zondoffer gegeven, maar dat was alleen voor onopzettelijke zonden (Numeri 15:22-29). Als iemand met voorbedachten rade zondigde was het zondoffer niet toereikend, maar moest zo iemand uit het volk worden vergestoten.

"Maar wanneer iemand willens en wetens iets misdoet, of het nu een geboren Israëliet is of een vreemdeling, spot hij met de HEER. Zo iemand moet uit de gemeenschap gestoten worden, omdat hij geen ontzag getoond heeft voor de woorden van de HEER en zijn geboden geschonden heeft. Zo iemand moet uitgestoten worden, hij moet de gevolgen van zijn zonde dragen.' (Numeri 15:30-31, NBV2004)

Dit is een buitengewoon ernstige boodschap en een gedeelte dat we bijna niet durven te lezen. Wie heeft er nog nooit opzettelijk gezondigd? Opzettelijk zondigen wordt gelijkgesteld met opstandigheid tegenover God, waarbij we zijn gezag als het ware uitdagen. Wie zulke zonden heeft gedaan moet zich daar nadrukkelijk van bekeren omdat die een ernstige belemmering vormen in de relatie met God.

David en Batseba

De Bijbel geeft een duidelijk voorbeeld van de uitwerking van opzettelijke zonden. Dat vinden we in de geschiedenis van het overspel van koning David tegenover Batseba en de moord op haar wettige echtgenoot (1 Samuël 11). God heeft hem niet verstoten en wel zijn zonden vergeven. Maar let eens op welke lessen hij moest leren en lees wat God via de profeet Natan tegen Hem zei:

"Welnu, voortaan zullen moord en doodslag in je koningshuis om zich heen grijpen, omdat je mij hebt getrotseerd en de vrouw van Uria tot vrouw hebt genomen. Dit zegt de HEER: Je eigen familie zal een bron van ellende voor je worden. Je zult moeten aanzien dat ik je vrouwen aan een ander geef, aan iemand van je eigen familie. Die zal met je vrouwen slapen op klaarlichte dag. Jij hebt in het diepste geheim gehandeld, maar ik zal dit laten gebeuren ten overstaan van heel Israël en in het volle daglicht.'" (2 Samuël 12:10-12, NBV2004)

Gelukkig toonde David berouw en God vergaf hem:

"David antwoordde Natan: 'Ik heb gezondigd tegen de HEER.' Toen zei Natan: 'De HEER vergeeft u die zonde, u zult niet sterven. Maar omdat u de vijanden van de HEER aanleiding hebt gegeven tot laster, moet wel uw pasgeboren zoon sterven.'" (2 Samuël 12:13-14, NBV2004)

Davids zoon, die in overspel bij Batseba verwekt was, zou sterven en Davids reputatie werd ernstig geschaad 1 Samuël 12). In 2 Samuël 13-19 kunnen we lezen over de ellende binnen zijn eigen gezin met als dieptepunt de opstand van Absalom. David moest een dure prijs betalen voor zijn opzettelijke zonden. Voor zover we weten heeft David deze fout daarna niet weer gemaakt. Laten het een waarschuwing voor ons allemaal zijn. Er zit een duur prijskaartje aan opzettelijke zonden.

Houding tegenover zonden

In principe kan elke soort zonde vergeven worden als die met oprecht berouw aan God wordt beleden. Dat geldt ook voor 'verbondsbreuk' met God, zoals wordt geïllustreerd in Ezechiël 16. Dat is een beeldverhaal over Israëls geestelijke overspel door andere goden achterna te lopen en dat na berouw door God is vergeven.

Of zonden vergeven worden of niet hangt niet zozeer af van de aard en de ernst van de zonden, maar van de houding die je tegenover je zonden inneemt. Wie zijn zonden haat en ze belijdt, vindt vergeving. Wie zijn zonden koestert en niet wil opgeven, blijft in zijn zonden.

Lastering van de Heilige Geest

In het Nieuwe Testament wordt gesproken over de lastering tegen de Heilige Geest, waarvoor geen vergeving mogelijk is. Voor alle duidelijkheid: de term 'zonde tegen de Heilige Geest' komt niet in de Bijbel voor. In de Bijbel zien we een voorbeeld van deze onvergeeflijke soort zonde: het werk van God toeschrijven aan de duivel. Jezus zei hierover het volgende:

"... wie gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar is schuldig en verdient het eeuwige oordeel. Want zij (=schriftgeleerden) zeiden: Hij heeft een onreine geest." (Marcus 3:29-30, HSV2010)

Sommige mensen zijn bang dat ze de onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest hebben bedreven. Alleen al het feit dat ze er bang voor zijn betekent volgens mij dat ze zo'n zonde NIET hebben gedaan. Mensen kunnen onder zeer moeilijke omstandigheden wel eens tijdelijk opstandig worden en gekke dingen zeggen of doen; echte afwijzing van Jezus gaat zover dat men niets (meer) met Hem te maken wil hebben, en zo ver komen de meeste gelovigen nooit!

Verharding van het hart

Het radicaal en tegen beter weten in afwijzen van Jezus is een onvergeeflijke zonde. Als iemand zich bewust en definitief afkeert van God is er geen weg terug, omdat zijn hard zich dan zo verhardt dat hij zich afsluit voor de mogelijkheid van vergeving. Dat leidt tot een onvoorwaardelijke veroordeling in het hiernamaals.

Een voorbeeld van verharding van hart vinden we bij de farao ven Egypte. In eerste instantie was het de farao zelf die zijn hart verhardde, telkens wanneer Mozes en Aäron hem namens God vroegen om het volk Israël te laten gaan. Dat waren zijn eigen keuzen. Bij de volgende plagen lezen we dat God zijn hart verder verhardde.

"Maar toen Farao zag, dat er verlichting was ingetreden, liet hij zijn hart niet vermurwen en luisterde niet naar hen - zoals de HERE gezegd had." (Exodus 8:15, NBG1951)

"Maar de HERE verhardde het hart van Farao, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan." (Exodus 10:20, NBG1951)

De farao was te ver gegaan en daarna was er geen weg terug meer. Ook vandaag de dag kunnen mensen in zo'n vreselijke conditie terecht komen.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013