6.4.7. Zonden belijden

Davids schuldbelijdenis

Koning David had ernstig gezondigd. Hij had overspel bedreven met Batseba, de vrouw van Uria. Vervolgens had hij haar man bij oorlogshandelingen de dood in gejaagd om Batseba als vrouw te kunnen nemen (2 Samuël 11). Nadat God hem op zijn zonde had gewezen, toonde hij diep berouw (2 Samuël 12). In Psalm 51 vertolkte hij zijn gedachten en gevoelens als volgt:

"Wees mij genadig, o God, naar uw goedertierenheid, delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid, was mij geheel van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde. Want ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat bestendig vóór mij. Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan wat kwaad is in uw ogen... Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest, verwerp mij niet van uw aangezicht, en neem uw Heilige Geest niet van mij; hergeef mij de blijdschap over uw heil (=zegen), en laat een gewillige geest mij schragen." (Psalm 51:3-13, NBG1951)

Uit dit Bijbelgedeelte kunnen wij heel wat van David leren:

  • David was zich bewust van wat hij verkeerd had gedaan. De zonde drukte als een zware last op hem.
  • David besefte dat de relatie met God ernstig verstoord was door zijn zonden, want hij merkte dat Gods Geest van hem geweken leek te zijn.
  • David wist dat die relatie met God koste wat kost hersteld moest worden.
  • David noemde zijn zonden tegenover mensen bovenal zonden tegenover God.
  • David toonde oprecht berouw en innerlijke gebrokenheid.
  • David deed terecht een beroep op Gods vergevingsgezindheid.
  • David besefte dat hij ook daarna afhankelijk zou zijn van de ondersteunende aanwezigheid van God

Wil je zonden belijden of alleen je geweten sussen?

Soms kunnen we zo nonchalant omgaan met het belijden van zonden: het kan zelfs een routine worden, waar we niet warm of koud van worden. Wat zit er achter je zondebelijdenis? Heb je écht een afkeer van jezelf door wat je gedaan hebt? Of wil je alleen maar toegeven dat je in het algemeen zondig bent? Wil je echt veranderen en een REIN geweten hebben? Of wil je alleen maar afkomen van je SCHULDGEVOEL en je geweten laten SUSSEN?

Ter illustratie het volgende verhaal dat ik eens in de krant las. Jantje had het horloge van de pastoor gestolen, maar zijn geweten klaagde hem toch wel aan. Dus ging hij naar de pastoor om zijn zonde op te biechten.

Jantje: "Ik heb een horloge gestolen en mijn geweten zegt me dat ik zonde gedaan heb. Hier is het horloge, mag ik het aan u geven?"

Pastoor: "Nee Jantje, ik heb liever dat je het aan de eigenaar teruggeeft."

Jantje: "Ik heb het de eigenaar aangeboden, maar hij wil het niet terug hebben."

Pastoor: "Dan mag je het houden. Ga in vrede, mijn zoon!"

Jantje ging naar huis met het horloge en met een schoon geweten. Of toch niet? Nee, alleen met een gesust geweten en dat geeft tijdelijk enige verlichting omdat je geweten een beetje in slaap gesust is. Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat ik soms net zo slim ben als Jantje: ik wil weer vrede met God hebben maar stiekem toch de zonde vasthouden. Herken je dat? Het lijkt zo gemakkelijk om het met God op een akkoordje te gooien. Alleen het werkt niet, want God weet alles. Jantje had de volle waarheid moeten zeggen en onder geen voorwaarde het horloge weer mee naar huis mogen nemen. Als jij en ik onze zonden belijden, moeten we het echt doen, met berouw en met het voornemen om afstand te nemen van die zonden en ze niet opnieuw te doen, met Gods kracht. Alleen dan ervaren we die kostbare vrede van een gereinigd hart.

Blijf niet zitten met onbeleden zonden

Als je blijft rondlopen met een schuldig geweten kun je daardoor veel schade oplopen. Het blijft een zieke plek in je innerlijk, die ongemerkt kan groeien en op onverwachte momenten tot een uitbarsting kan komen. Sommigen worden er onrustig of geprikkeld van, anderen worden bang dat anderen er achter komen. In een van de Psalmen schrijft David hierover in dichterlijke bewoordingen:

"Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt, als in zijn geest geen spoor van bedrog is. Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele dag. Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht, mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte." (Psalm 32:2-4, NBV2004)

David spreekt kennelijk uit eigen ervaring. Maar hij kent ook de zegen van de bevrijding van schuld:

"Toen beleed ik u mijn zonde, ik dekte mijn schuld niet toe. Ik zei: 'Ik beken de HEER mijn ontrouw' - en u vergaf mij mijn zonde, mijn schuld." (Psalm 32:5, NBV2004)

Tenslotte een advies van David aan alle Bijbellezers':

"Laten uw getrouwen dus tot u bidden als zij in zichzelf een zonde vinden. Stormt dan een vloed van water aan, die zal hen niet bereiken." (Psalm 32:6, NBV2004)

David weet dat zonde belijden de weg is om meer geestelijke kracht te kunnen ontvangen.

Belijden van zonden en bekering van zonden

Wat is belijden? Letterlijk betekent het woord vanuit de Griekse grondtekst: 'hetzelfde zeggen'. Het houdt in dat je zonden heel duidelijk zonder omhaal van woorden tegen God zegt. Dus niet iets vaags als: "wilt U alle zonden vergeven die ik misschien gedaan heb" want dat is geen zonden belijden, maar het uitspreken van een soort vroom klinkende formule zonder inhoud. Zeg maar gewoon tegen God wat je gedaan hebt. Je moet echt 'met de billen bloot' en aan God vertellen wat je hebt uitgespookt. Uiteraard met het stellige voornemen om het niet meer te doen.

Zonden belijden is noodzakelijk om vergeving te ontvangen. Berouw of spijt zijn niet voldoende. Je moet ermee naar God gaan die heeft beloofd je zonden te vergeven, met een beroep op het feit dat Jezus eenmaal al je zonden op het kruis heeft gedragen en de straf ervoor heeft gedragen.

"Wie zijn zonden bedekt, zal geen voorspoed kennen, maar wie ze belijdt en ze nalaat, zal barmhartigheid ondervinden." (Spreuken 28:13, WV1995)

Bij de wedergeboorte vindt vergeving in het groot plaats. Daardoor verander je van identiteit: van zondaar tot gerechtvaardigde. Als je na je wedergeboorte zondigt blijf je de identiteit van een gerechtvaardigde houden, maar er is elke keer een soort vervolgbekering nodig als je gezondigd hebt:

"... Keer terug naar mij - zegt de HEER van de hemelse machten -, dan zal ik naar jullie terugkeren ..." (Maleachi 3:7, NBV2004)

En ook van die 'dagelijkse' zonden moeten we ons in afschuw afkeren en ons toekeren naar God, in het geloof dat Hij de zonden zal vergeven op basis van het plaatsvervangend sterven van Jezus aan het kruis. Voor een wedergeboren gelovige is er voor de vergeving van zonden slechts één voorwaarde: ze belijden aan God. Vergeving vragen is op zich niet nodig, belijden is genoeg. Na het belijden volgt vergeving. Daar mag van uitgaan op grond van Gods Woord:

"Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid." (1 Johannes 1:9, HSV2010)

Zonden belijden is niet altijd gemakkelijk

Echte schuldbelijdenis is niet gemakkelijk. Schuldbelijdenissen, die gemakkelijk over je lippen komen, gaan meestal niet zo diep. Het kanveel moeite en strijd kosten om vast gewortelde zonden op tafel te durven leggen, omdat je ze diep in je hart niet graag wilt opgeven. Vooral als je terugdeinst voor de consequenties van het afleggen van die zonden. Belijden van zonden houdt immers ook in dat je ernstig voorneemt om je gedrag overeenkomstig te veranderen.

Misschien moet je het wel goedmaken met iemand en dat kan gezichtsverlies betekenen. Misschien is het wel heel vernederend om daadwerkelijk te breken met je zonden. Het kan ook zijn dat je wel schaamt voor je zonden, maar diep in je hart dezelfde zonde de volgende keer weer wilt doen. Wil je de prijs betalen om echt rein te worden voor God?

Zie ook de volgende onderwerpen:
- 'Zonde en schuld' in hoofdstuk 'Zonde"
- 'Zonden belijden' in hoofdstuk 'Omgang met God'

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013