6.4.6. Berouw na zondigen

"Wie ontzag heeft voor de HEER haat het kwaad ..." (Spreuken 8:13, NBV2004)

Treuren over de zonde

Geen mens kan leven zonder te zondigen. Het belangrijkste is niet DAT je zondigt, maar wat je VERHOUDING is met de zonde: haat je de zonde of koester je de zonde.

  1. Als je de zonde haat en worstelt met bepaalde zonden (meestal zondige gewoonten) dan is er de weg van berouw, vergeving en overwinning.
  2. Je koestert de zonde als je die steeds goedpraat of met excuses aankomt. Dan is er geen vergeving omdat je het niet nodig vindt om te belijden, en je bent dan een slaaf van je zondige gewoonten, een loser.

Als je de zonde hebt leren haten, heb je Jezus aan je zijde. Jezus heeft gezegd:

"Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden." (Matteüs 5:4, NBV2004)

Dit slaat niet op treuren om moeilijke levensomstandigheden, maar op hartgrondig berouw omdat je het benauwd krijgt van je zonden. Dat is heel iets anders dan alleen maar liedjes zingen als "Halleluja, al mijn zonden zijn vergeven." Alsof er na de wedergeboorte geen zonden meer te belijden zijn. Berouw is niet alleen nodig bij de bekering die vooraf gaat aan de wedergeboorte, maar ook bij de zonden van elke dag:

"... Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen! Besef uw ellendige staat en treur en huil. Laat uw lachen veranderd worden in treuren en uw blijdschap in droefheid. Verneder u voor de HEERE, en Hij zal u verhogen." (Jakobus 4:8-10, HSV2010)

Spijt en berouw

Spijt en berouw zijn twee verschillende dingen. Spijt is oppervlakkiger, berouw gaat veel dieper. Spijt werkt op het niveau van de ziel:

  • Met je verstand ben je ervan overtuigd dat je iets gedaan hebt wat je beter niet had kunnen doen.
  • Je hebt een gevoel van schaamte omdat je je zonden ontdekt hebt, of omdat ANDEREN je zonden hebben ontdekt.

In veel culturen (bijvoorbeeld in Aziatische culturen of binnen de islam) speelt eergevoel, gezichtsverlies en schaamte een belangrijkere rol dan schuldbesef. Daar is men geneigd zonden niet zo erg te vinden zolang niemand anders ze heeft ontdekt. In de westerse wereld, waar de Bijbel eeuwenlang veel invloed heeft gehad, zijn christengelovigen eerder geneigd tot schuldbesef, ongeacht of anderen ervan weten, en speelt schaamte een minder sterkere rol.

In tegenstelling tot spijt speelt berouw (ook wel 'inkeer' genoemd) zich af op het diepere niveau van het innerlijk: het menselijke hart. Daarbij spreekt het geweten zijn veroordeling uit over ze zonden en dat is een gezond schuldbesef. Berouw richt zich bovendien tot God. Ook als je iets verkeerds hebt gedaan tegenover mensen, weet je je ook schuldig tegenover God. Daarvan was koning David zich ook heel sterk bewust nadat zijn zonde met Batseba was uitgekomen:

"Ik beken: ik heb mij misdragen, mijn zonde klaagt mij voortdurend aan. Tegen U alleen heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat in uw ogen slecht is." (Psalm 51:5-6, WV1995)

Zondebesef en berouw

Berouw is een heilzaam zondebesef dat tot innerlijke verandering leidt. Het is de enige juiste reactie van de gelovige, wanneer hij in zijn hart is overtuigd van zonde. Berouw is een pijnlijk zondebesef en tegelijk een ernstig voornemen om de betreffende zonde niet meer te doen. Laat ik een tweetal overbekende voorbeelden noemen van mensen uit de Bijbel die oprecht berouw hadden van hun zonden:

  1. Petrus had berouw nadat hij Jezus had verloochend (Lucas 22:54-61). Hij had Jezus in de steek gelaten en zelfs ontkend dat hij bij Hem hoorde! Hij begon vreselijk te snikken (Lucas 22:62). Zijn diepe pijn verdween toen hij zijn opgestane Heer ontmoette (Lucas 24:34), die hem later in het openbaar in ere herstelde (Johannes 21:15-19). Petrus was er goed doorheen gekomen en Jezus liet aan alles merken dat Hij hem weer vertrouwde en dat hij een verantwoordelijke taak voor zijn Koninkrijk mocht uitvoeren.
  2. Judas had ook berouw toen hij doorkreeg dat hij had meegewerkt aan de veroordeling van Jezus en zijn dood aan het kruis (Matteüs 27:3). De echtheid van zijn berouw blijkt uit zijn reactie: hij ging naar de tempel en bracht het verradersloon terug. Voor een dief is dat heel wat! Verder zei hij: "Ik heb gezondigd en onschuldig bloed vergoten!" Toen het geld niet werd aangenomen, smeet hij het in de tempel (Matteüs 27:3-5). In zijn berouw kwam Judas verder dan Petrus, want door deze daad toonde hij dat zijn berouw echt was. Laten we niet te snel oordelen over Judas! Ook voor hem zou er vergeving zijn geweest als hij naar Jezus was gegaan... We weten niet wat hem ervan weerhield. Schaamte? Dacht hij dat Jezus hem zijn verraad nooit zou kunnen of willen vergeven? Hoe het ook zij, hij zonk weg in het moeras van zonde en schuld en om zichzelf van pijn en wroeging te verlossen pleegde hij zelfmoord (Matteüs 27:5).

Zie onderwerp 'Petrus en Judas' in hoofdstuk 'Lijden van Jezus'.

De moraal van het verhaal is duidelijk: blijf niet zitten met je zonden, maar ga ermee naar Jezus. Nu! Als de zonde in je hart blijft zitten zal dat blijvend een oorzaak van onvrede zijn die je op vele manieren zal belemmeren.

"Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid." (1 Johannes 1:9, HSV2010)

Zie ook onderwerp 'Bekering en verstand' in hoofdstuk 'Bekering'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017