Wedergeboorte van Israel

 

5.2.8. Wedergeboorte van Israël

Het voorafgaande onderwerp over de ontstaansgeschiedenis van het volk Israël is: 'Bekering van Israël' in hoofdstuk 'Bekering'.

Ontstaan van het volk Israël

Het volk Israël werd tot een zelfstandig volk na de uittocht uit Egypte door de Schelfzee. De farao van Egypte kan in dit verband vergeleken worden met de satan, de tegenstander van God en degene die niet wil dat zondaars zich aan zijn macht onttrekken.

Deze geboorte van het volk is een illustratie van de wedergeboorte van de gelovige die zich tot God bekeerd heeft, waarbij we vier aspecten hebben onderscheiden: rechtvaardigmaking, verzoening, verlossing en levendmaking.

Wedergeboorte-aspect: Verlossing

Toen het volk Israël bij de Schelfzee aankwam was de dreiging van Egypte nog niet voorbij. De farao kwam met een eliteleger het volk achterna om hen weer als slaven terug te drijven naar Egypte.

"Hij liet dus zijn strijdwagen inspannen en nam zijn manschappen met zich mee: zeshonderd van de beste wagens en alle voertuigen van Egypte, elk met drie man bezet." (Exodus 14:6-7, WV1995)

Zo is er ook een hele strijd te strijden gedurende iemands bekeringsproces, want de satan probeert op allerlei manieren te voorkomen dat hij aan zijn macht onttrokken wordt. Evenals de farao zijn beste strijdkrachten en strijdmiddelen had ingezet, zo doet de satan echt al het mogelijke en tot het laatste moment om mensen bij Jezus vandaan te houden.

Het volk werd doodsbang dat de hele operatie zou mislukken. Mogelijk nog spectaculairder dan de tien plagen gedurende het bekeringsproces was de bevrijding uit de macht van Egypte: de doortocht door de Schelfzee. Daarbij deed God een groot wonder door een droog pad dwars door de zee te maken, zodat het volk te voet de overkant kon bereiken (Exodus 13-14). De legermacht van de farao kwam het volk achterna zonder te beseffen dat ze hun ondergang tegemoet gingen.

De engel van de Heer kwam tussen het volk en het oprukkende leger van de farao. Ja, zo brengt Jezus een bekeerling veilig het nieuwe leven binnen! Bij de doortocht door de Schelfzee, de kerngebeurtenis van de verlossing van Israël, zien we dat ALLEEN God handelend optrad. Mozes zei tegen het volk:

"De HEER zal voor u strijden, u hoeft zelf niets te doen." (Exodus 14:14, NBV2004)

Het is opvallend dat God bij de strijd tegen de Egyptenaren geen enkele inzet van het volk verwachtte. In alle latere oorlogen van het volk Israël zou het leger wel in actie komen. Maar hier niet, want God wilde eens en voorgoed duidelijk maken dat verlossing uitsluitend het werk van Hemzelf is. Geen mens kan en mag daar iets aan toevoegen of bijdragen. Datzelfde geldt voor iemands wedergeboorte.

Toen het volk de overkant bereikte, liet God het water van de Schelfzee terugvloeien, waardoor het Egyptische leger vernietigd werd. Op dat moment werd de macht van de farao over het volk definitief beëindigd. Het volk was voorgoed vrij en buiten het bereik van de legermacht van de vijand. Vanaf dat moment had het volk een nieuwe identiteit en nationaliteit gekregen. Israël was niet langer een slavenvolk uit Egypte, maar het was Gods volk geworden. Gods noemde het zijn persoonlijke leger (Exodus 12:41), op weg naar het Beloofde Land. Als je bent wedergeboren, ben je ook met kracht door God bevrijd uit de macht van de satan. Deze kan nog wel invloed laten gelden, omdat de aarde nog onder zijn heerschappij valt, maar hij is het eigendomsrecht op je leven kwijt.

De bevrijding van het volk was geen geleidelijk proces, maar een abrupt gebeuren, waarbij het volk werd losgerukt uit de handen van een schijnbaar oppermachtige vijand. De Schelfzee maakte duidelijk een scheiding tussen niet bevrijd zijn en wel bevrijd zijn. God wilde een duidelijke mijlpaal neerzetten en bovendien een barrière, zodat het heel moeilijk zou zijn om dezelfde weg terug te gaan. En zo is het ook bij de wedergeboorte: een duidelijk waarneembare gebeurtenis die de belangrijkste mijlpaal in het leven van een mens is. Het verdeelt je leven in twee perioden: de tijd voor en de tijd na je wedergeboorte.

Zie ook onderwerp 'Verlossing' in dit hoofdstuk.

Wedergeboorte-aspect: Verzoening

Vanaf de uittocht (en eigenlijk ook al daarvoor) was God actief aanwezig te midden van zijn volk. Het was zichtbaar voor het hele volk dat God de regie had van het gehele bevrijdingsproces en dat Hij de weg zou wijzen naar het beloofde land:

"De HEERE ging vóór hen uit, overdag in een wolkkolom om hen de weg te wijzen, en 's nachts in een vuurkolom om hun licht te geven, zodat zij dag en nacht verder konden trekken." (Exodus 13:21, HSV2010)

In het vervolg van de geschiedenis zien we ook dat de wolkkolom functioneerde als een zekere bescherming tegen de verzengende woestijnzon. Deze zichtbare aanwezigheid van de almachtige God te midden van zijn volk is een beeld van de merkbare aanwezigheid van de Heilige Geest in het hart van de wedergeboren mens.

De verbondenheid tussen God en het volk Israël kwam het sterkst tot uiting bij de verbondssluiting op en bij de berg Sinaï. Daar kreeg het volk ook de levenswet van God en gedetailleerde leefregels over de verhouding met God en met de medemens. Het volk Israël zou Gods volk zijn, terwijl Hij zelf de God van Israël zou zijn. De relatie tussen God en zijn volk Israël was in de eerste plaats een relatie tussen koning en onderdanen. Gods soevereiniteit wordt in het Oude Testament dan ook sterk benadrukt. Gehoorzaamheid aan Gods geboden waren dan ook de belangrijkste aandachtspunten voor de Israëliet, waarmee de relatie met God goed zou kunnen blijven.

Zie ook hoofdstukken 'Gods Koninkrijk' en 'Gods verbonden'.

Toch zien we op veel plaatsen in het Oude Testament dat God meer wilde zijn dan een afstandelijke Koning. Om te beginnen wilde God in het midden van zijn volk wonen: eerst via de tabernakel, later via de tempel. Verder onderhield Hij diepgaande vriendschappelijke relaties met de mensen die daarvoor open stonden, zoals Mozes, Jozua, David, Elia en Daniël. In de Psalmen zien we hoe de dichters God hebben leren kennen uit de geschiedenis (bijvoorbeeld Psalm 81 en 106) en uit Gods levenswet (Psalm 119).

"Want Ik, de HERE, uw God ... die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden." (Exodus 20:5, NBG1951)

Het onderhouden van Gods geboden was niet een nare verplichting die helaas vastzat aan het verbond met God; het was Gods bedoeling dat ze dit deden uit LIEFDE tot God en in het vertrouwen dat deze leefregels er alleen maar waren voor hun welzijn. De wet van Mozes en voorschriften was dan ook een bron van vreugde voor het volk Israël (en nog steeds voor de joden van vandaag) omdat daarin de relatie met God zo uitvoerig tot uitdrukking komt.

Zie ook onderwerp 'Verzoening' in dit hoofdstuk.

Wedergeboorte-aspect: Rechtvaardigmaking

Vanwege het feit dat God had besloten het volk Israël als zijn eigen volk aan te nemen mogen we aannemen dat Hij het volk haar vroegere zonden (vooral die van afgoderij) vergaf zodat ze als het ware met een schone lei konden beginnen. Dat staat niet letterlijk zo in het Bijbelboek Exodus te lezen, maar ik denk dat we dat rustig mogen aannemen. God zou immers niet kunnen optrekken met het volk als er een barrière van zondeschuld tussen God en het volk zou bestaan. Denk maar aan wat God later tegen Mozes zou zeggen na de afgoderij met het gouden kalf:

"... Jullie zijn een onhandelbaar volk. Als ik ook maar een ogenblik met jullie mee zou reizen, zou ik je al doden... (Exodus 33:5, NBV2004)

Vergeving van dagelijkse zonden werd vervolgens tot stand gebracht en in stand gehouden via de offerdiensten die voorlopige verwijzingen waren naar het offer van Jezus aan het kruis. Daardoor kwam vergeving van zonde en schuld tot stand. De wet van Mozes bevat veel gedetailleerde inzettingen en verordeningen om het volk te helpen in een reine relatie met de heilige God te leven, en in goede harmonie met hun medemensen. In het Oude Testament wordt daar veel aandacht aan geschonken. Het ging God niet in de eerste plaats om het uitvoeren van godsdienstige rituelen, maar om reine harten en mensen die van harten naar zijn geboden wilden leven.

Zie ook onderwerp ' Rechtvaardigmaking' in dit hoofdstuk.

Wedergeboorte-aspect: Levendmaking

Het nieuwe bestaan van het volk Israël was vooral een bestaan waarin God zijn overvloedige zegeningen zou geven: voorspoed, gezondheid, veiligheid, enzovoort. In de woestijn zou het volk merken dat God in al hun behoeften zou voorzien. De belofte van veilig en voorspoedig te wonen in het Beloofde Land was de kern van Gods belofte aan zijn volk. De mate waarin het volk gezegend zou worden zou wel afhankelijk zijn van hun mate waarin ze zich aan Gods leefregels hielden, uit liefde en respect voor Hem.

Hetzelfde geldt in geestelijke zin voor gelovigen onder het Nieuwe Verbond. Ook zij ervaren Gods zegeningen als ze leven naar zijn wil. Alleen met dit verschil dat God aan hen wel al God geestelijke zegeningen belooft (Efeziërs 1:3), terwijl aardse zegeningen voor hen niet vanzelfsprekend zijn. Gods kinderen kunnen onder alle omstandigheden, bij voor- en tegenspoed, leven vanuit die hemelse zegeningen (Filippenzen 4:12-13).

Zie ook onderwerp ' Levendmaking' in dit hoofdstuk.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017