Zekerheid over eeuwig leven

 

5.2.7. Zekerheid over eeuwig leven

"... het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus, onze Heer." (Romeinen 6:23, NBV2004)

Opstanding

Jezus zei van zichzelf:

"... Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?" (Johannes 11:25-26, HSV2010)

Heel nadrukkelijk gaf Jezus aan dat zijn eigen opstanding (uit de dood naar het leven) de voorwaarde heeft geschapen dat zijn volgelingen door het geloof eeuwig leven zullen ontvangen nadat ze zijn wedergeboren. Zo zeker als Jezus is opgestaan, die zich met mij als gelovige heeft geïdentificeerd, zo zeker zal de dood op mij geen vat hebben. Daarom zal ik in het hiernamaals eeuwig leven ontvangen.

"Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop. Er wacht u ... in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt." (1 Petrus 1:3-4, NBV2004)

Zie ook onderwerp 'Betekenis van Jezus' opstanding' in hoofdstuk 'Jezus' opstanding'.

Eeuwig leven

Vaak wordt er in de Bijbel gesproken over het eeuwige leven, dat Jezus geeft. Denk maar aan de bekendste Bijbeltekst:

"Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft." (Johannes 3:16, HSV2010)

Helaas leggen veel mensen veel nadruk op het woordje 'eeuwig', zo van: als je tot geloof komt, weet je zeker dat je later naar de hemel gaat. Maar de Bijbel benadrukt voortdurend de geestelijke ofwel hemelse kwaliteit van het nieuwe leven voor het hier en nu. Daarom lees ik de laatste woorden van deze tekst liever met de nadruk op het woord 'leven'. Het gaat om een leven vol goddelijke kracht.

Een vanzelfsprekende eigenschap van het nieuwe leven is dat het niet kan sterven, omdat dat het leven van God in de mens is, en God is nu eenmaal onsterfelijk. Jezus zegt:

"En ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken." (Johannes 10:28, HSV2010)

Uit deze uitspraak blijkt dat eeuwig leven niet van een gelovige kan worden afgenomen door de satan.

Je kunt het nieuwe leven alleen kwijtraken als je ervoor kiest

Alleen als de mens vrijwillig en bewust van God wil weglopen zal hij het nieuwe leven verliezen. God respecteert altijd de keuzen van onze vrije wil. Er zijn mensen die beweren: "eens een kind van God, altijd een kind van God." Deze uitdrukking is aardig bedacht en klinkt misschien erg Bijbels, maar is het niet. Op aarde blijft een mens altijd het kind van zijn vader of moeder, maar we moeten niet vergeten dat de term 'kind van God' niet in alle opzichten parallel loopt met de manier waarop je een fysiek kind van je ouders bent! In de Bijbel zien we tal van voorbeelden van Gods beloften, maar als de ontvangers van die beloften God de rug toekeren vervalt ook de belofte. Denk maar aan de belofte die God aan David en Salomo deed dat er ALTIJD een nakomeling van hen als koning over Israël zou regeren en dat het volk ALTIJD in hun land zouden mogen wonen. De geschiedenis leert dat deze beloften lang niet altijd vervuld bleven omdat de Israëlieten op grote schaal besloten hadden om God te verlaten...

Het is natuurlijk een belachelijk idee dat een mens, die eenmaal dat rijke, nieuwe leven van God geproefd heeft, weer terug zou willen gaan naar het zondige leven. Als iemand wel zo'n keuze maakt, kun je je afvragen of hij ooit is wedergeboren. En toch komt het voor dat echt wedergeboren mensen zich later heel bewust distantiëren van God, maar gelukkig zijn het uitzonderingen. En dan is de weg terug naar God uitgesloten, hoe hard het ook klinkt. Niet dat God de weg voor hem afsluit, maar zo iemand heeft zijn hart verhard en is eenvoudigweg niet meer ontvankelijk voor Gods Woord. Lees bijvoorbeeld de volgende ernstige waarschuwing voor mensen die het nieuwe leven hebben geproefd en toch overwegen God af te wijzen:

"Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest, en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld, en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen ..." (Hebreeën 6:4-6, HSV2010)

Dit geldt natuurlijk niet voor mensen, die in wanhopige situaties het gevoel hebben God te zijn kwijt geraakt. Gods genade is meer dan ruim genoeg om zulke mensen te blijven dragen. Trouwens, zolang iemand bang is om van God af te dwalen, mag hij weten dat hij zich niet definitief van God heeft afgekeerd en in de situatie van Hebreeën 6:4-6 is terechtgekomen! Iedere afgedwaalde gelovige mag weer terugkomen bij God. De gelijkenis van de verloren zoon (Lucas 15:11-32) spreekt daar heel duidelijke taal over!

Hoop

De hoop op eeuwig leven ofwel de vaste zekerheid om na dit leven eeuwig bij God te zijn is een geweldig voorrecht waar alle wedergeboren gelovigen van verzekerd kunnen zijn:

"... heeft Hij ons behouden ... door de wassing van de wedergeboorte en de vernieuwing van de Heilige Geest ... opdat wij ... erfgenamen werden naar de hoop van het eeuwige leven." (Titus 3:5-7, TELOS1982)

Het geeft extra moed om in het hier en nu te leven en te weten dat het aardse leven zin heeft ter voorbereiding op wat komen gaat. Dat geeft veel houvast, vooral onder moeilijke levensomstandigheden.

Zie meer hierover in hoofdstuk 'Hiernamaals'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013