5.4.3. Pinksteren in Oude Testament

Het Nieuwtestamentische Pinksterfeest heeft zijn wortels in het Oude Testament:

  • bij de wetgeving bij de berg Sinaï
  • door de instelling van het Wekenfeest

Wetgeving bij de berg Sinaï

Terwijl we bij het Pinksterfeest denken aan de komst van de Heilige Geest, die vanaf dat moment in de harten van gelovigen kwam wonen, was de wetgeving bij de berg Sinaï (Exodus 20) het moment dat God te midden van zijn volk Israël kwam wonen. Let maar eens op hoeveel overeenkomsten er zijn te vinden als we beide gebeurtenissen met elkaar vergelijken.

1. Tijdstip
De wetgeving vond ongeveer vijftig dagen na de uittocht uit Egypte plaats. Het joodse Wekenfeest moest vijftig dagen na Pesach worden gevierd (Leviticus 23) ter herinnering aan de wetgeving en ook om het begin van de zomeroogst te gedenken. Het begrip 'Pinksteren' is afgeleid van het Griekse woord voor 'vijftig'.

"Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar." (Handelingen 2:1, NBV2004)

De eerste Pinksterdag vond dus plaats op de eerste dag van het Wekenfeest, zeven weken na de opstanding van Jezus. Daarom wordt in veel christelijke kerken op zeven weken na Pasen het Pinksterfeest gevierd. Bij benadering zien we dus steeds diezelfde periode terugkomen.

2. Verwachten
God had het volk Israël de opdracht gegeven zich klaar te maken voor de grote gebeurtenis.

"Bij het aanbreken van de derde dag moeten ze gereed zijn, want op die dag zal de HEER voor de ogen van heel het volk neerdalen op de Sinaï." (Exodus 19:11, NBV2004)

Op een vergelijkbare manier had Jezus zijn apostelen de opdracht gegeven om naar Jeruzalem te gaan en te wachten op de komst van Gods Geest.

"Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: 'Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan." (Handelingen 1:4, NBV2004)

3. Wonderlijke verschijnselen
Bij de wetgeving vonden enkele wonderlijke verschijnselen plaats:

"De Sinaï was volledig in rook gehuld, want de HEER was daarop neergedaald in vuur. De rook steeg op als de rook uit een smeltoven, en de berg trilde hevig. Het geschal van de ramshoorn werd luider en luider. Mozes sprak, en God antwoordde met geweldig stemgeluid." (Exodus 19:18-19, NBV2004)

Deze verschijnselen werden waargenomen door een miljoenenvolk. Op de eerste Pinksterdag waren er ook opmerkelijke verschijnselen: windvlagen en vuur die werden waargenomen door een kleine groep gelovigen.

"Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven." (Handelingen 2:2-4, NBV2004)

In beide gevallen konden alle aanwezigen de bovennatuurlijke tekenen van Gods aanwezigheid waarnemen en ook met hun eigen oren horen wat God zelf tot hen te zeggen had.

4. Goddelijk machtsvertoon
Vanwege Gods machtsvertoon deden de Israëlieten het zowat in hun broek van angst. Moest dat echt zo? God geeft zelf het antwoord:

"Och, hadden ze steeds zulk een hart om Mij te vrezen en om al mijn geboden te onderhouden, opdat het hun en hun kinderen voor altoos wel mocht gaan." (Deuteronomium 5:29, NBG1951)

God wilde dat het volk uit ontzag voor Hem zijn leefregels zou eerbiedigen en er naar zou leven. Dat is namelijk de sleutel tot een stabiele relatie met God en een gelukkig leven:

"Ik gaf hun mijn inzettingen. De mens die ze opvolgt zal daardoor leven." (Ezechiël 20:11, NBG1951)

Ook voor nieuwtestamentische gelovigen is het ontzag voor God door te leven naar zijn geboden een basiskenmerk van een waar geloof. Niet voor niets wordt Gods Geest in het Nieuwe Testament vaak de HEILIGE Geest genoemd.

5. Veel getuigen
Zowel de wetgeving als de komst van Gods Geest waren publieke gebeurtenissen, waarbij veel getuigen aanwezig waren. Bij de wetgeving was een miljoenenvolk aanwezig (Israël). Bij de komst van Gods Geest waren 120 directe betrokkenen (Handelingen 1:15) en was er een menigte toeschouwers uit alle landen rondom de Middellandse Zee (Handelingen 2:5-11).

Het joodse Wekenfeest

Het Wekenfeest werd en wordt door de joden gevierd ter herinnering aan de wetgeving op de berg Sinaï, vijftig dagen na Pesach. Bovendien is het een jaarlijks oogstfeest, waarbij onder meer 'een nieuw graanoffer' aan God wordt gebracht uit de eerste producten van de nieuwe oogst. Het graanoffer spreekt van dankzegging, nieuwe toewijding en viering van het leven dat God gegeven heeft. Als zodanig was het een afbeelding van (vernieuwde) overgave aan God en de voortdurende levensvernieuwing ofwel herschepping door de Heilige Geest.

Volgens de huidige joodse tradities worden op de eerste dag van het Wekenfeest de Tien Geboden gelezen en het boek Ruth, dus weer de nadruk op wetgeving en oogst. In joodse gezinnen worden dan veel melkproducten genuttigd, die de Tora symboliseren, die vanwege zijn voedende kracht vergeleken wordt met melk. Ook de apostel Petrus gebruikte deze vergelijking in een van zijn brieven:

"En verlang vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord..." (1 Petrus 2:2, HSV2010)

In nieuwtestamentische zin beschouwen we Gods Woord, de Bijbel, als de belangrijkste bron van ons geestelijke voedsel. Gods Woord en Gods Geest worden vaak in één adem genoemd als de belangrijkste voorwaarden voor geloofsgroei.

Nadruk op wetgeving

De wetgeving vanaf de berg Sinaï wordt beschouwd als het meest belangrijke moment van de joodse geschiedenis:

  • God komt bij zijn volk wonen.
  • God maakt zijn wil bekend aan het volk door middel van de wetgeving.
  • God sluit een verbond met het volk (het Oude Verbond).

Op een vergelijkbare manier denken we bij het nieuwtestamentische pinksterfeest aan het volgende:

  • De Heilige Geest wordt naar de aarde gezonden en komt wonen in de harten van de gelovigen.
  • De Heilige Geest legt Gods Woord in hun hart.
  • Dit is een bevestiging van het Nieuwe Verbond met de nieuwtestamentische gelovigen.

Over deze aspecten van het nieuwtestamentische Pinksterfeest was door verschillende profeten eeuwen geleden al geprofeteerd, zoals door Jeremia:

"Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten - spreekt - de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk." (Jeremia 31:32, NBV2004)

Als we denken aan het Pinksterfeest is 'Gods levenswet' voor veel christenen zo ongeveer het laatste waar ze aan denken. De Geest staat toch juist voor de bevrijding van die antieke wet en zet ons toch in de vrijheid, nietwaar? Door de Heilige Geest kunnen we toch juist de blijdschap ervaren van Gods aanwezigheid en bijzondere geestelijke gaven ontvangen.

Het Oude en het Nieuwe Testament vormen een eenheid en juist door de kennis van het Oude Testament kunnen we het Nieuwe Testament pas goed begrijpen. In dit verband betekent dit dat de levenswet van God, die in de harten van gelovigen wordt levend gemaakt door de Heilige Geest het belangrijkste aspect is van Pinksteren. Dat is namelijk de basis voor het nieuwtestamentische, christelijke geloof. Alle ervaringsaspecten van de inwoning en vervulling van de Heilige Geest zijn prachtig en ook belangrijk, maar staan wel op de TWEEDE plaats. Laten we dat nooit vergeten.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013