5.4.2. Wachten op de Heilige Geest

Na zijn opstanding uit de dood was Jezus geregeld verschenen aan zijn apostelen:

"Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God." (Handelingen 1:3, WV1995)

Het hoofdonderwerp van zijn laatste onderwijs was hetzelfde als wat Hij al die jaren steeds had benadrukt: het Koninkrijk van de Hemel, de nieuwtestamentische verschijningsvorm van het alles omvattende Koninkrijk van God.

Koningschap op aarde?

Toch hadden de apostelen een brandende vraag over dat Koninkrijk die hen al zo lang had beziggehouden.

"Zij die bijeengekomen waren (=apostelen), vroegen hem: 'Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?' Hij antwoordde: 'Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.'" (Handelingen 1:6-8, NBV2004)

De discipelen moesten een grote omslag in hun denken hebben gemaakt. Kort voor de kruisiging van Jezus hadden ze nog met elkaar geruzied over de verdeling van de ministersposten. Ze hadden immers verwacht dat hun Heer binnen enkele dagen het Messiaanse koningschap over de aarde zou ontvangen. Nu ging Jezus bij hen vandaan en moesten ze ZELF het Koninkrijk gestalte geven op aarde.

Zendingsopdracht

Jezus had de apostelen verteld dat Hij naar zijn Vader in de hemel zou gaan om vanaf de hemelse troon te regeren over de mensen op aarde, die tot het Koninkrijk van de Hemel zouden gaan behoren.

"Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde." (Matteüs 28:18, NBG1951/HSV2010)

Vanuit die machtspositie gaf Jezus aan de apostelen de opdracht om de wereld in te gaan om dat Koninkrijk gestalte te geven en mensen uit alle volken tot zijn discipelen te maken waardoor ze tot dat Koninkrijk zouden toetreden:

"Ga er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen te maken. Doop hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen altijd te doen wat Ik u heb gezegd." (Matteüs 28:19, HB1987)

Zie ook: Marcus 16:15-16; Lucas 24:47; Johannes 20:21.

Meer hierover in onderwerp 'Grote Opdracht' in hoofdstuk 'Gods Koninkrijk uitbreiden'.

Wachten op DE belofte

In de dagen van de apostelen was het gebruikelijk als koningen of andere machthebbers een belangrijke overwinning of succes hadden behaald, dat ze dan geschenken uitdeelden aan de mensen.

"In de Psalmen staat immers dat Christus, na Zijn overwinning op satan, naar de hemel zou terugkeren en gaven aan de mensen zou geven" (Efeziërs 4:8, HB1987)

Het gaat hierbij om de grootste overwinning aller tijden en om de meest kostbare en omvangrijke gaven die Jezus aan zijn volgelingen wilde geven. In de Bijbel komen we talloze beloften van Gods kant tegen, maar er is slechts één belofte die DE belofte wordt genoemd (Zie ook Handelingen 1:4; 2:39):

"Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed." (Lucas 24:49, NBV2004)

De actieve inwoning van Gods Geest is het belangrijkste verschil tussen oudtestamentische en nieuwtestamentische gelovigen. Daarom is het onderwerp van dit hoofdstuk van het allergrootste belang.

"Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen ..." (Handelingen 1:8, NBV2004)

Bovennatuurlijke kracht is de meest kenmerkende eigenschap van een gelovige bij wie de Heilige Geest werkzaam aanwezig is. Tien dagen na de hemelvaart van Jezus zou Hij deze belofte waarmaken. Hemelvaart en Pinksteren zijn nauw aan elkaar verbonden.

Wachten op Pinksteren

Voor de Pinksterdag was het Koninkrijk van de Hemel nog in een stadium van voorbereiding. Dat stadium begon toen Johannes de Doper optrad om een nieuwe manier van denken te introduceren: van uiterlijke gehoorzaamheid aan Gods levenswet naar toewijding aan God vanuit het hart. Jezus heeft die omslag van denken verder uitgewerkt in zijn onderwijs en daarbij de principes van het nieuwe Koninkrijk van de Hemel geïllustreerd met tekenen en wonderen. Daarbij heeft Hij niet een soort presentatie gegeven van wat een God zoal kan doen, maar eerder een demo van het leven van een geestvervuld MENS die in een liefdevolle relatie met God de Vader leeft. Voor alle gelovigen zou zo'n leven pas mogelijk zijn door de Heilige Geest, die toen nog niet beschikbaar was omdat Jezus' taak op aarde nog niet was afgerond.

Hemelvaart en Pinksteren horen bij elkaar. Na de hemelvaart van Jezus, voordat de apostelen de wereld in zouden trekken, moesten ze nog even wachten totdat de Heilige Geest in hen zou komen wonen. Dat was DE belofte van de Vader. Deze belofte van het ontvangen van de Heilige Geest was bestemd voor alle mensen die tot een levend geloof in Jezus zouden komen. Dat gold in de eerste plaats voor gelovigen uit Israël, maar in de tweede plaats ook voor gelovigen uit de hele wereld:

"... want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen." (Handelingen 2:39, NBV2004)

Alleen met de kracht van de Heilige Geest zouden de apostelen immers de Grote Opdracht kunnen uitvoeren om de wereld te bereiken met het evangelie. Vanuit zijn hoge machtspositie kon Jezus na zijn hemelvaart de Heilige Geest zenden naar zijn volgelingen.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017