5.5.6. Zieken genezen

Genezingen van Jezus

Jezus trok vooral de aandacht vanwege de vele zieken die Hij genas. Jezus kwam in de eerste plaats om mensen bekend te maken met het Koninkrijk van de Hemel. Daarbij stond het uitdragen van zijn boodschap centraal.

"Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal." (Matteüs 9:35, NBV2004)

Eerst onderwees Jezus de mensen om hun geloof als het ware op te wekken. Als de zieken onder hen dan in geloof naar Hem toekwamen, werden ze door Hem genezen. Keer op keer lezen we in de Bijbel dat geloof in Jezus de voorwaarde was tot genezing. Vaak zei Jezus dan achteraf: "Door je geloof ben je beter geworden." Zie bijvoorbeeld Matteüs 9:22.

In de Bijbel lezen we dat Jezus erg veel zieken genas, ongeacht de ernst van hun ziekte. Jezus genas de schoonmoeder van Petrus die 'alleen maar koorts' had, een man die 38 jaar ziek was, een man die blind geboren was en bracht zelfs mensen die aan hun ziekte gestorven waren tot leven. De kracht van Jezus om te genezen was onbeperkt. Dokter Lucas schreef in zijn evangelie dat Jezus zichzelf een 'Geneesheer' noemde (Lucas 4:23; Lucas 5:31). Jezus GENAS niet alleen, Hij WAS de Geneesheer. De genezingen van Jezus waren geen uitzonderingen, maar Hij besteedde er veel tijd en aandacht aan.

Jezus genas zieken door handoplegging of andere vormen van aanraking.

"... Hij legde ieder van hen afzonderlijk de handen op en genas hen." (Lucas 4:40, NBG1951)

Dat was in de loop der tijd zo bekend bij de mensen dat ze er zelf om vroegen:

"... Kom alstublieft mee om haar de handen op te leggen; dan wordt ze beter en blijft in leven." (Marcus 5:23, GNB1996)

Ik geloof niet dat Jezus altijd alle mensen genas die naar Hem toekwamen. Hij kende hun harten en Hij wist wanneer genezingen wel en wanneer ze niet moesten of konden worden uitgevoerd omdat ze er om een of andere reden niet klaar voor waren. Daarom legde Jezus niet iedereen de handen op. Maar de mensen die Hij wel de handen oplegde genazen, zichtbaar voor de mensen om hen heen. In sommige gevallen (bijvoorbeeld na de genezing van melaatsheid) stuurde Jezus hen naar de priester (Lucas 5:14), die als onafhankelijk persoon kon vaststellen dat zij inderdaad genezen waren.

Zie meer hierover in onderwerp 'Jezus genas zieken' in hoofdstuk 'Wonderen van Jezus'.

Opdracht tot genezing

Veel mensen vragen zich af: "Waarom geneest God vandaag naar verhouding zo weinig mensen?" Hierop kan een wedervraag worden gesteld die ons tot nadenken moet stemmen: "Waarom geneest de Gemeente zo weinig mensen?" We lezen in de Bijbel namelijk over de opdracht aan gelovigen om zieken te genezen in de naam van Jezus:

"Genees zieken..." (Matteüs 10:8, NBV2004)

"De volgende tekenen zullen hen die tot geloof gekomen zijn, begeleiden: ... Zieken zullen ze de handen opleggen en zij zullen gezond worden." (Marcus 16:17-18, NBV2004)

Deze opdracht en bevoegdheid wordt toegekend aan gelovigen, niet uitsluitend aan apostelen, en ook niet alleen aan leidinggevenden binnen de kerkelijke gemeente, tenminste dat zegt de Bijbel. Er moet meer ernst worden gemaakt met deze opdracht, die zo duidelijk in Gods Woord beschreven wordt. Er zijn naar verhouding maar weinig kerkelijke gemeenten in ons land waar dit bespreekbaar is, en nog minder waar de geestelijke gave van genezing functioneert.

Zie ook onderwerp 'Opdracht tot genezing' in hoofdstuk 'Bevrijding'.

Gave van genezing

Van alle wondergaven spreekt de gave van genezing erg sterk tot de verbeelding, omdat er zoveel zieke mensen zijn die op zo'n wonder hopen. Naar verhouding zijn er weinig mensen die de bijzondere gave van genezing blijken te hebben. Iedere gelovige is beperkt wat zijn inzicht betreft. Daarom gaat er ook wel eens wat fout waar mensen in de bediening van genezing staan. Aan de andere kant staan deze mensen ook vaak bloot aan veel bittere kritiek, vooral van predikanten die tijdens hun eigen kerkdiensten nog nooit een goddelijke genezing hebben meegemaakt. Dat zijn wel de allerlaatste mensen die kritiek mogen leveren, vind ik. Laten we blij zijn met de gaven die God geeft en de Gever van die gaven niet beledigen. Laten we vooral de bedieningen van deze mensen positief ondersteunen en ons uitstrekken naar soortgelijke wonderen van God in eigen kerkelijke kring. Het gaat om Gods eer, niet om sensationele gebeurtenissen!

Als mensen vandaag de dag worden genezen door een wonder van God is het belangrijk om een arts de genezing te laten vaststellen. We mogen buitenstaanders geen reden geven om te zeggen dat goddelijke genezingen nepvertoningen zijn! We mogen daarom ook geen genezingswonderen uitbazuinen als we niet zeker zijn van een genezing die door een arts is bevestigd.

Proclamatie van genezing

Natuurlijk is het niet verkeerd als er om genezing gebeden wordt, maar in de brieven van de apostelen lezen we daarvoor geen enkele aansporing. Wel lezen we in de Bijbel dat er proclamaties van genezing waren. Dan is er geen gebed om genezing, maar eerder een soort proclamatie in de trant van: "wees genezen", zoals kort na de eerste Pinksterdag toen Petrus een verlamde man genas. De man had om een aalmoes gevraagd, niet om genezing. Petrus zelf nam het initiatief:

"Maar Petrus zei: 'Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.' Hij pakte hem bij zijn rechterhand om hem overeind te helpen. Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels." (Handelingen 3:6-7, NBV2004)

Wij vinden dit een spectaculair verhaal, maar Petrus vond het heel normaal. Hij vroeg de mensen: "Waarom zijn jullie zo verbaasd?" (Handelingen 3:12). De apostelen hielden zelfs een soort genezingsdienst:

"Ook vanuit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe; ze brachten zieken mee en mensen die door onreine geesten gekweld werden, en allen werden genezen." (Handelingen 5:15, NBV2004)

Iedereen zomaar de handen opleggen?

Voor iemand die de gave van genezing heeft is het van groot belang dat hij inzicht heeft over wie wel en wie niet klaar is om genezing te ontvangen. Een dergelijk inzicht maakt onderdeel uit van de gave van genezing. Wellicht ook met het oog hierop schreef de apostel Paulus:

"Leg niemand overhaast de handen op..." (1 Timoteüs 5:22, GNB1996)

Als een zieke gebonden is door zondige gewoonten of gedachtepatronen, verslaving of (bewuste of onbewuste) bindingen met de demonische wereld is het nog niet de tijd om daartoe over te gaan. Het is van belang dat de zieke zich bewust is van deze dingen en dat zulke verhinderingen voor genezing eerst worden tenietgedaan. Dit is heel belangrijk.

Zie hiervoor hoofdstuk 'Bevrijding'.

Ziekenzalving

Een van de manieren om zieken te genezen is door de zieken de handen op te leggen en hen te zalven met olie.

"Is iemand van u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer. En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden." (Jakobus 5:14-15, WV1995)

Er zijn bidstonden binnen kerkelijke gemeenten waar het grootste deel van de tijd wordt gewijd aan het bidden voor zieken. Zou het niet beter zijn om in plaats daarvan (of daarnaast) naar de zieken toe te gaan en hen in Jezus' naam te zalven?

Er zijn goede boeken verkrijgbaar over dit onderwerp, geschreven door mensen die in de bediening van genezing staan.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017