5.5.5. Wonderen verrichten

Wat zijn wonderen?

Wonderen zijn bovennatuurlijke verschijnselen die op aarde gebeuren door het rechtstreekse optreden van God of Gods engelen. Op aarde heet een wonder onnatuurlijk. Maar vanuit de hemel bekeken is het de gewoonste zaak van de (geestelijke) wereld.

Satanische wonderen

Ook de satan kan wonderen doen, onder toelating van God. Zo konden bijvoorbeeld in de tijd van Mozes de Egyptische geleerden hun staven in slangen veranderen, evenals Mozes (Exodus 7:11-12). Mozes had deze macht ontvangen van God, de Egyptische geleerden van de satan. Over de antichristelijke machten die zich vooral in de eindtijd openbaren schreef de apostel Paulus:

"Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen." (2 Tessalonicenzen 2:9, NGB1951)

In kringen van satanisten komen ook allerlei wondertekenen voor. Maar het komt ook voor dat mensen, die op een of andere manier een verbinding met de wereld van de duisternis hebben ontvangen, allerlei bovennatuurlijke gaven kunnen hebben. Velen van hen denken dat het bijzondere krachten van zichzelf zijn. Anderen geloven zelfs dat het gaven van God zijn...

Wonderen in het Oude Testament

In het Oude Testament lezen we dat God de meeste wonderen verrichtte door profeten. Tot de meest bekende en opzienbare wonderen behorende de volgende:

  • de plagen over Egypte (Mozes en Aaron)
  • de doortocht van de Israëlieten door de Schelfzee (Mozes)
  • de zon die lange tijd niet onderging (Jozua)
  • vuur uit de hemel om een brandoffer aan te steken (Elia)
  • veel andere wonderen gedaan door de profeten Elia en Elisa
  • bevrijding van Daniëls vrienden uit de vurige oven en van Daniël uit de leeuwenkuil

De wonderen dienden om Gods plannen te realiseren, om zijn macht te tonen en om gelovigen bij te staan.

Wonderen in het Nieuwe Testament

De Bijbel vermeldt meer wonderen van Jezus dan alle oudtestamentische profeten bij elkaar. Vele daarvan waren bedoeld om zijn Koninklijke autoriteit te bevestigen en om het geloof van mensen te versterken. Het effect op de omstanders was groot:

"Er ging een huivering van ontzag door de omstanders die dit vlak voor hun ogen zagen gebeuren. Zij prezen God dat Hij deze macht aan een mens (=Jezus) had gegeven." (Matteüs 9:8, HB2008)

In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat zulke wonderen vooral dienen ter ondersteuning van geestelijke gebeurtenissen. Denk maar aan de verlamde man, van wie Jezus eerst zijn zonden vergaf, en hem vervolgens genas van zijn lichamelijke verlamdheid (Marcus 2:1-12).

De eerste christengelovigen baden om wonderen ter ondersteuning van de verkondiging van het evangelie.

"Let dan ook nu op hun dreigementen, Heer, en geef dat uw dienaren in alle vrijmoedigheid uw woord verkondigen, en laat door het uitstrekken van uw hand genezingen en tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus." (Handelingen 4:29-30, WV1995)

De tijd daarna deden de apostelen op grote schaal wonderen in de naam van Jezus en daardoor kwamen veel mensen tot geloof:

"De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag." (Handelingen 2:43, NBV2004)

De apostelen verrichtten vele tekenen en wonderen onder het volk ... Steeds meer mensen gingen in de Heer geloven, een groot aantal mannen zowel als vrouwen, en ze legden zelfs zieken op draagbedden of matrassen buiten op straat, in de hoop dat toch ten minste de schaduw van Petrus, wanneer hij voorbijkwam, op een van hen zou vallen. Ook vanuit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe; ze brachten zieken mee en mensen die door onreine geesten gekweld werden, en allen werden genezen." (Handelingen 5:12-16, NBV2004)

De apostelen hebben ook doden opgewekt. Daarvan kunnen we enkele voorbeelden in de Bijbel vinden: de opwekking van Dorkas door Petrus (Handelingen 9:36-43) en van een jongen in Troas die tijdens de prediking van Paulus in slaap was gevallen en een dodelijke val had gemaakt: (Handelingen 20:7-12).

Wie zijn in staat om wonderen te doen?

In de Bijbel zien we dat God vaak het initiatief neemt tot het doen van wondertekenen. Voorbeelden daarvan zijn de tien plagen van Egypte en de doortocht van het volk Israël door de Schelfzee en door de Jordaan. Andere keren nemen mensen het initiatief, zoals Elia, toen Hij God om vuur vroeg op de berg Karmel (1 Koningen 18) en toen hij met zijn mantel op het water van de Jordaan sloeg om aan de overkant te kunnen komen (2 Koningen 2:8).

Kracht om allerlei wonderen te verrichten is een van de geestelijke gaven die God aan de Gemeente heeft gegeven.

"de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten ..." (1 Korintiërs 12:9-10, NBV2004)

Jezus had al eerder gezegd dat gelovigen de macht zouden krijgen om allerlei wonderen te verrichten in zijn naam:

"Jezus antwoordde: 'Ik verzeker jullie: als jullie geloven zonder te twijfelen ... zul je zelfs tegen die berg kunnen zeggen: 'Kom van je plaats en stort je in zee,' en het zal gebeuren." (Matteüs 21:21, NBV2004)

Uit dit voorbeeld mogen we concluderen dat er eigenlijk geen grenzen zijn aan de mogelijkheden voor wonderen die in de naam van Jezus kunnen worden uitgevoerd. Uiteraard dient degene die wonderen verricht afgestemd te zijn op de wil van God, want het blijven GODS wonderen.

Alleen voor 'specialisten'?

In Marcus 16 zegt Jezus het volgende, nadat Hij hen de 'Grote Opdracht' gegeven heeft om de wereld met het evangelie te bereiken:

"Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, ... op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden." (Marcus 16:17-18, NBG1951)

Jezus heeft niet gezegd dat deze belofte alleen voor bepaalde mensen zou gelden. Vele gelovigen hebben deze belofte als een persoonlijke uitdaging opgevat en hebben Gods wonderen zien gebeuren...

God verricht graag wonderen om ons getuigenis in de wereld te bevestigen. God is niet veranderd en zijn vermogen en verlangen om wonderen op aarde te doen is niet verminderd. Jezus zei zelfs:

"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze..." (Johannes 14:12, NBG1951)

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017