5.5.4. Profeteren

"Blus de Geest niet uit, kleineer de profetische gaven niet, keur alles, behoud het goede." (1 Tessalonicenzen 5:19-21, WV1995)

Wat is profeteren?

Kort gezegd: spreken namens God. De gave van profetie, die in het Oude Testament aan profeten gegeven was, komt in het Nieuwe Testament voor als een bovennatuurlijke gave van de Heilige Geest. Uiteraard geldt ook hiervoor dat dit vandaag de dag evenzeer voorkomt onder Gods kinderen, die er voor openstaan. Er zijn theologen die beweren dat de profetie in deze tijd niet meer van toepassing is, omdat de profetie ophield toen de Bijbel compleet was. De Bijbel zelf geeft geen enkel aanknopingspunt voor deze bewering. De feiten tonen aan dat vandaag de dag profetie nog steeds springlevend is.

Werk van de Heilige Geest

Profetie is geen mensenwerk, iets wat mensen bedenken, zeggen of doen, maar het werk van de Heilige Geest in de gelovige.

"Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren ..." (Joël 3:1, NBV2004)

In het Oude Testament lees je vaak dat God tot profeten sprak. Het waren vaak eenvoudige mensen, maar hun bediening had een geweldige uitwerking. Profeteren is in de eerste plaats: luisteren naar wat God te zeggen heeft en dat doorgeven aan degenen voor wie de boodschap bestemd is.

"want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest." (2 Petrus 1:21, NBV2004)

De 'profeet' hoeft niet altijd te weten dat hij profeteert op het moment dat hij profetische woorden uitspreekt. Soms beseft hij het achteraf als hij verneemt welk effect zijn woorden hebben gehad. Paulus spoort ons aan om naar de gave van profetie te streven, omdat het als de belangrijkste geestelijke gave kan worden beschouwd:

"Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest, vooral naar die van de profetie." (1 Korintiërs 14:1, NBV2004)

Profetie van God komt via iemands intuïtie binnen. Ook ingevingen vanuit het eigen onderbewustzijn kunnen aanvoelen als iets dat 'van buiten jezelf' komt. Daardoor is het niet altijd gemakkelijk om het onderscheid te maken of een boodschap van God komt of uit het eigen hart. Vooral sterk intuïtief ingestelde mensen kunnen hierdoor misleid worden. Daarom zegt de Bijbel dat toetsing van profetieën door anderen noodzakelijk is.

Profeteren binnen de plaatselijke gemeente

Profeten zijn personen die een speciale functie hebben in de Gemeente van Jezus:

"... Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus." (Efeziërs 4:11, NBG)

In sommige kerkelijke kringen waar geen plaats is voor de bijzondere geestelijke gaven wordt de functie van 'profeten' in dit verband min of meer gelijkgesteld met die van predikers. Het begrip 'profetie' wordt dan versmald tot zoiets als 'woordbediening' en dat doet geen recht aan de Bijbelse boodschap. We mogen niets afdoen van wat het Woord van God ons leert. In dit Bijbelgedeelte worden profeten apart genoemd van leraars en dat maakt op zich al duidelijk dat profeteren iets heel anders is dan 'het profetische Woord van God' uitleggen.

Bekendmaking van Gods wil

In veel gevallen hebben profetieën te maken met de plannen die God van plan is uit te voeren. God zei eens tegen de profeet Jeremia:

"Roep mij aan, en ik zal je antwoorden, ik zal je grote, wonderlijke dingen bekendmaken, dingen die je volkomen onbekend zijn." (Jeremia 33:3, NBV2004)

In het Oude Testament lezen we veel uitspraken van profeten, die 'op afstand' worden uitgesproken over bepaalde volken. Zo lezen we bijvoorbeeld in Ezechiël 29-31 uitgebreide profetieën over Egypte. Het waren Gods voornemens om strafgerichten tegen Egypte uit te voeren.

Profetieën van vandaag kunnen natuurlijk nooit een vervanging zijn van het geïnspireerde Woord van God, de Bijbel. Het zijn eerder aanvullingen, meestal bedoeld voor goddelijke leiding, correctie of bemoediging.

"Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen, en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend." (1 Korintiërs 14:3, NBV2004)

Ook zijn het soms openbaringen, toekomstvoorspellingen of opdrachten aan gelovigen. Profetieën van God horen vanaf het begin bij de nieuwtestamentische Gemeente. We zien dat bij de beschrijvingen over de eerste gemeenten (Handelingen 11:27-28; Handelingen 15:30-32; Handelingen 21:10). Daarbij komt het vaak voor dat profeten uitspraken doen die alleen begrepen worden door de persoon voor wie de profetie bestemd is. Andere profetieën kunnen gaan over zaken waar de profeet uit zichzelf niets van kan weten. De persoon voor wie zo'n profetie bedoeld is kan dan nog zekerder weten dat de profetische woorden rechtstreeks van God afkomstig zijn.

Satanische profetieën

De satanische tegenhanger van profetie is waarzeggerij, waarin de satan zijn eigen bedoelingen aankondigt, of spiritisme waarbij demonen tot mensen spreken, waarbij ze vaak doen voorkomen dat er overledenen tot hen spreken. De satan is een uitstekende imitator. Omdat de satan wel degelijk macht kan uitoefenen op alle mogelijke gebeurtenissen, kunnen deze profetieën tot op zekere hoogte correct zijn en uitkomen, maar lang niet altijd. De satan wordt niet voor niets de 'vader van de leugen' genoemd. Over hem zegt Jezus:

"... Hij (= de satan) is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen." (Johannes 8:44, NBV2004)

Als de satan iets zegt dat op waarheid lijkt, is het meestal een gevaarlijke mix van waarheid en leugen. Omdat Gods plannen meer gewicht in de schaal leggen dan die van de satan, komen Gods plannen wel uit, terwijl die van de satan alleen uitkomen als God het hem toestaat. Als een kind van God ongewild een waarzeggerij aanhoort die hem verontrust, kan hij daarmee naar God gaan en bidden of God de plannen van de satan zal verijdelen.

Er zijn ook mensen met een demonische gebondenheid die waarzeggende dromen hebben: wat zij dromen komt de volgende dag uit. Dat is een beangstigende situatie en alleen die angst maakt al duidelijk dat het van de satan komt. Wanneer gaven van God functioneren, ontstaat er vrede in het hart; waar de satan het doet ontstaat onrust en verwarring.

Zie hiervoor hoofdstuk 'Bevrijding'.

Profetische proclamaties

Een bekend voorbeeld van profetische proclamaties uit het Oude Testament vinden we in de geschiedenis van Jozua. Als legerleider meende hij op een dag meer tijd nodig te hebben om de vijanden te verslaan en toen sprak hij woorden van God:

"... In aanwezigheid van Israël sprak hij: 'Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon.' En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israël zijn vijanden had afgestraft." (Jozua 10:12-13, NBV2004)

De profeet Elia zei tegen de goddeloze koning Achab:

"Zo waar de HEER leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg." (1 Koningen 17:1, NBV2004)

En zo zijn er in het Oude Testament nog veel andere profetische proclamaties opgeschreven. Profeten spraken namens God en in de autoriteit van God, en wat ze zeiden gebeurde door persoonlijk ingrijpen van God.

Onder het Nieuwe Verbond is deze vorm van profeteren ook bekend. Jezus bestrafte de storm en die kwam tot bedaren (Lucas 8:24). Hij vervloekte een vijgenboom, die kort daarna verdorde (Matteüs 21:18-21). En let op wat Jezus daarna tegen zijn discipelen zei:

"Ik verzeker jullie: als jullie geloven zonder te twijfelen, zul je niet alleen teweeg kunnen brengen wat er gebeurde met de vijgenboom, maar zul je zelfs tegen die berg kunnen zeggen: 'Kom van je plaats en stort je in zee,' en het zal gebeuren." (Matteüs 21:18-21, NBV2004)

Kortom, Jezus spoort de discipelen en via hen ook ons als gelovigen ditzelfde te doen. Daarbij moet de gelovige er wel van overtuigd zijn dat dit de wil van God is.

Spreken of profeteren in een vreemde taal

Het Nieuwe Testament leert ons dat profetieën soms geuit worden in geestelijke talen te midden van de gemeente. Meestal geeft dan iemand anders een door God ontvangen uitleg aan de profetie.

"Ik zou willen dat u allen in klanktaal kon spreken, maar ik wil nog liever dat u profeteert. Iemand die profeteert is nuttiger dan iemand die in klanktaal spreekt, tenzij hij uitlegt wat hij zegt, zodat de gemeente er baat bij heeft ... Er mogen twee, hoogstens drie van u in klanktaal spreken, ieder op zijn beurt en bovendien met iemand die de uitleg geeft." (1 Korintiërs 14:5, 27, NBV2004)

In zo'n geval merkt de eerste spreker in zijn intuïtie dat de uitleg overeenkomt met de boodschap in de vreemde taal die hij heeft doorgegeven. Doordat er twee gelovigen bij betrokken zijn, kan er een zekere toetsing plaatsvinden.

Ook komt het voor dat profetieën in een gewone, bestaande taal worden uitgesproken, die onbekend is aan de spreker, maar wel verstaan wordt door de toehoorders. Het taalwonder van de eerste Pinksterdag (Handelingen 2) is daar een voorbeeld van. Ook in deze tijd komen dergelijke gebeurtenissen voor, meestal in situaties waar het evangelie wordt doorgegeven aan ongelovigen.

Toetsing van profetieën

De Bijbel maakt duidelijk dat ons profeteren niet volmaakt is, eenvoudigweg doordat de mens die profeteert niet volmaakt is:

"Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren" (1 Korintiërs 13:9, NBG)

Daarom moeten profetieën getoetst worden door anderen.

"Laat van hen die profeteren er telkens twee of drie spreken; daarna moeten de anderen het beoordelen." (1 Korintiërs 14:29, NBV2004)

Het komt voor dat mensen vermeende profetieën uitspreken, die uit hun eigen innerlijk komen. Het is ook verstandig als iemand tijdens een samenkomst een profetie heeft, dit eerst toetst met de leiders van de gemeente om verwarring te voorkomen. Hierdoor wordt voorkomen dat een onechte profetie, die voortkomt uit de verbeelding van de spreker, als van God afkomstig wordt aangenomen. Zo mogen profetieën bijvoorbeeld in geen enkel opzicht in tegenspraak zijn met wat de Bijbel zegt. Niet voor niets wordt ook de gave van 'onderscheiding van geesten' in de Bijbel genoemd (1 Korintiërs 12:10), vooral om de uitingen van Gods Geest te kunnen onderscheiden van andere uitingen. In de praktijk is een belangrijk deel van de profetieën, die bij gemeentelijke samenkomsten worden uitgesproken, niet van God afkomstig. Toetsing is dus echt nodig. Per slot van rekening is profeteren ook iets wat mensen moeten LEREN.

Pas vooral op voor mensen, ook geestelijke leiders, die schermen met uitdrukkingen als "de Heer heeft me laten zien dat ... en daarom moet jij dit of dat doen." Door het gebruik van zulke uitdrukkingen kan de spreker anderen gemakkelijk manipuleren. Wie zou immers in twijfel durven trekken wat God zelf zegt? Waar wordt geprofeteerd, moet altijd een correctiemogelijkheid aanwezig zijn. Dat dient om te voorkomen dat alles wat als profetie wordt aangediend, klakkeloos wordt geaccepteerd.

In het Oude Testament komen we ook voorbeelden van valse profetieën tegen.

"De HEER antwoordde: 'Die profeten verkondigen leugens, en dat in mijn naam. Ik heb hen niet gezonden, hun niets opgedragen, niet tot hen gesproken. De visioenen die ze profeteren zijn leugens, waarzeggerij, holle woorden en eigen verzinsels." (Jeremia 14:14, NBV2004)

Ook in onze tijd horen we ervan, zoals bijvoorbeeld bij Benny Hinn, een Amerikaanse prediker die wereldwijd volle zalen trok. Deze charismatische prediker was ook in eigen kring omstreden door zijn opmerkelijke profetieën die hij in de negentiger jaren heeft uitgesproken. Hij zei tijdens een nieuwjaarstoespraak in zijn eigen gemeente dat God hem had verteld dat Fidel Castro in de jaren negentig zou overlijden en dat de Amerikaanse homoseksuele gemeenschap midden jaren negentig met vuur zou worden verbrand. Iedereen kan constateren dat beide gebeurtenissen nooit hebben plaatsgevonden. Het toetsen van profetieën is noodzakelijk om eventuele valse profeten te ontmaskeren. Waar die toetsing achterwege blijft kan de leugen zich nestelen!

We moeten niet luchthartig over deze dingen denken, In Deuteronomium 18:20 lezen we dat een profeet die zijn eigen woord spreekt en zegt dat God het gezegd heeft, moet STERVEN. Dat houdt op zijn minst in dat we vandaag de dag voorzichtig moeten zijn met profetie. Maar het feit dat het bij profetie wel eens misgaat, mag geen aanleiding zijn om de gave van profetie in de plaatselijke gemeente te verwaarlozen of te veronachtzamen!

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013