Bekering van Israël

 

5.1.12. Bekering van Israël

In de geschiedenis van het volk Israël kunnen we veel illustraties vinden van nieuwtestamentische concepten. Zo kunnen we de begrippen 'bekering' en 'wedergeboorte' tegenkomen in het Bijbelboek Exodus, waar het gaat over de ontstaansgeschiedenis van het volk.

Hierbij komen we de vier zielsaspecten tegen zijn genoemd bij enkele vorige onderwerpen in dit hoofdstuk: gevoel, verstand, wil en gedrag.

Gevoel (ervaringen)

Het volk was in de loop der jaren in diepe ellende terecht gekomen. Eerst mochten ze gewoon zelf een bestaan opbouwen in Egypte, nadat aartsvader Jakob met zijn familie er was komen wonen (Genesis 46). Het volk had zich snel uitgebreid en de Egyptenaren hadden hen later tot slaafse dwangarbeid verplicht (Exodus 1).

Bij veel mensen begint het bekeringsproces wanneer ze voor situaties komen te staan waar ze op eigen kracht niet uitkomen en waarbij ook hun eventuele godsdienstigheid niet helpt. Zolang alles vanzelf gaat meen je Jezus niet nodig te hebben en denk je dat je zelf de controle over alles hebt, maar als het tegenzit kom je soms tot heel andere gedachten. De moeilijke omstandigheden kunnen dan een positief effect hebben doordat je erdoor open komt te staan voor de zegen en hulp die God je wil geven...

God gebruikte deze moeilijke omstandigheden om het volk te laten beseffen dat er ook nog ergens een God was, die zich in het verleden aan hun voorouders had geopenbaard. Wat was er fout gegaan? Doordat ze de Egyptische afgoden waren gaan dienen (Ezechiël 20:8) was het volk ver van God komen te staan. God had zijn beschermende, zegenende hand van hen afgetrokken, zodat hun situatie steeds nijpender werd. Uiteindelijk was Israël een miserabel slavenvolk geworden, dat in diepe ellende verkeerde. Eindelijk ging het volk tot God roepen om een oplossing:

"Jaren gingen voorbij ... maar de Israëlieten gingen nog altijd onder slavenarbeid gebukt. Ze klaagden luid en hun hulpgeroep steeg op naar God." (Exodus 2:23. NBV2004)

Dat roepen naar God vanuit een verlangen naar vrijheid was hun eerste blijk van het besef dat ze God nodig hadden. Gedurende de tijd van de tien plagen heeft het volk keer op keer ervaren dat God aan hun zijde stond en machtiger was dan de farao en dan de goden van Egypte. Door deze ervaringen groeide hun vertrouwen op God zodat ze het tenslotte aandurfden om uit Egypte weg te trekken.

Zie ook onderwerp ' Bekering en gevoel'.

Verstand (openstaan voor de boodschap van bevrijding)

Mozes woonde in de woestijn bij het volk van Midjan, waar hij ook een gezin had gesticht. God riep Mozes om de leider te worden van het volk Israël om het volk te bevrijden:

"Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing..." (Exodus 3:8, NBV2004)

Mozes bracht die woorden van God over aan het volk Israël en deed in opdracht van God ook enkele wondertekenen om die boodschap te bekrachtigen. Zo nam het volk kennis van Gods plannen: ze zouden niet alleen bevrijd worden uit de slavernij, maar ook worden gebracht naar een goed land, met een uitstekend toekomstperspectief. Het goede nieuws van God bestaat altijd uit twee delen:

  1. God wil je bevrijden van lasten die te zwaar voor je zijn.
  2. God wil je daarvoor in de plaats iets heel goeds geven waar je gelukkig van wordt.

Zoals Mozes naar het volk Israël werd gezonden, is later Jezus, de Zoon van God naar de wereld gezonden. Jezus bracht het evangelie van bevrijding uit de macht van de satan en de belofte van een overvloedig en gelukkig leven. Het was een boodschap van bekering om deel te krijgen aan Gods Koninkrijk. Het volk Israël werd uitgedaagd om Gods woorden als betrouwbare waarheid te accepteren. Op dezelfde manier is er vandaag de dag bij de bekering van een mens eerst een aanvaarding van Gods waarheid nodig voordat hij tot geloof komt.

Zie ook onderwerp ' Bekering en verstand'.

Wil (kiezen voor God)

De reactie van het volk op Mozes' woorden en tekenen was veelbetekenend:

"Het volk nu geloofde, en toen zij hoorden dat de HERE op de Israëlieten acht geslagen en hun ellende gezien had, knielden zij en bogen zich neder." (Exodus 4:31, NBG1951)

Deze cruciale stap was een noodzakelijke voorwaarde voor de verlossing, want natuurlijk was God niet van plan het volk tegen haar wil te bevrijden. We zien dat het volk een kleine stap in geloof deed: men geloofde de boodschap van Mozes, vertrouwde dat hij namens God sprak en knielde voor God. Daarmee onderwierp het volk zich in principe aan Hem. Later zou blijken hoe broos die geloofsovergave nog was, maar in ieder geval was de eerste stap gezet.

Vervolgens ontstond er een ongekend felle strijd om het volk te laten gaan. De farao van Egypte deed alles om het volk te weerhouden om uit zijn machtsgebied te vertrekken. Eerst werd de slavernij zelfs verzwaard (Exodus 5:5-11). De tien plagen van Egypte (Exodus 7-12) waren niet alleen nodig zodat de farao het volk zou laten gaan, maar ook om duidelijk te maken dat de God van Israël vele malen machtiger was dan de afgoden van Egypte. De farao is hier natuurlijk het beeld van de satan, die mensen tegenhoudt om tot verlossing te komen. Daaruit kunnen we leren dat er ook bij de geestelijke verlossing van een mens een enorme weerstand kan komen uit de hoek van Gods tegenstander. Deze kan zich in de praktijk bedienen van omstandigheden, vrienden, familieleden of zelfs kerkelijke leiders om iemand er van te weerhouden om tot bekering te komen.

Zie ook onderwerp ' Bekering en wil'.

Gedrag (beginnen te doen wat God zegt)

De laatste stap was dat het volk Israël een begin maakte met het gehoorzamen van God. Ze hielden het Pesachmaal precies zoals God via Mozes had opgedragen en bestreken de deurposten van hun huizen met bloed zodat de doodsengel hun eerstgeboren kinderen niet zou doden (Exodus 12), terwijl de eerstgeborenen van de Egyptenaren wel zouden sterven. Uiteindelijk maakten ze zich klaar voor vertrek uit Egypte.

Bij elk bekeringsproces hoort een begin te worden gemaakt met het gehoorzamen van God. Wie daar niet toe bereid is heeft zichzelf niet aan God 'uitgeleverd'.

Zie ook onderwerp 'Bekering en gedrag'.

Lang proces

Daarmee was de 'bekering' van de Israëlieten compleet. Het was nog maar een zwak begin. Daarna zouden ze daadwerkelijk worden bevrijd en een nieuwe geboorte als Gods volk meemaken. Vervolgens zouden ze in de woestijn verder worden onderwezen in Gods levenswet en uiteindelijk in het beloofde land aankomen.

Dit 'bekeringsproces' van het volk Israël heeft een aantal jaren geduurd. Het was een proces waarbij geloof en ongeloof, vertrouwen en wantrouwen elkaar afwisselden. God gaf het volk voldoende tijd om alles te verwerken en klaar te zijn voor de uittocht uit Egypte.

Zie onderwerp 'Wedergeboorte van Israël' in hoofdstuk 'Wedergeboorte' als een soort vervolg op deze voorbeeldstudie.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013