Bekering en gedrag

 

5.1.7. Bekering en gedrag

Bij de bekering zijn alle aspecten van hart en ziel betrokken. We gaan het nu hebben over het gedragsaspect van de bekering.

Gedrag en levensstijl

 

schema gedrag en levensstijl

Een bekering is niet compleet als er geen praktische consequenties aan worden verbonden. We hebben het dan over geloofspraktijk.

  1. Als een uitvloeisel van je keuze om Jezus te aanvaarden kies je ook voor een ander gedrag. Je wilt van harte gaan leven zoals God dat van je vraagt.
  2. Je levensstijl verandert niet plotseling, maar langzamerhand volgens de door de veranderde praktijk van je leven als bekeerd persoon.

Bekering leidt tot gedragsverandering

Als je oprecht berouw hebt gekregen van je zonden en ze beleden hebt voor God, is het normaal dat je je voorneemt om je voortaan van dergelijke zonden af te keren en ze niet meer te doen. Zonder de follow-up van een ernstig voornemen van gedragsverandering, kun je je afvragen of je berouw wel echt is geweest.

"... want hij heeft erover nagedacht en besloten zijn zonden de rug toe te keren en een leven naar Gods wil te gaan leiden." (Ezechiël 18:28, HB2008)

Houd er wel rekening mee dat er voor hardnekkige gewoontezonden meestal een proces nodig kan zijn om er helemaal vanaf te komen.

Volgeling van Jezus

Dit is de Grote Opdracht die Jezus vlak voor zijn hemelvaart aan zijn discipelen gaf:

"Ga er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen te maken..." (Matteüs 28:19, HB1987)

De discipelen van Jezus zijn geroepen om anderen tot discipelen van Jezus te maken en dat proces gaat nog steeds door. Een discipel is meer dan een leerling (het woord dat in moderne vertalingen meestal gebruikt wordt). Een discipel is een volgeling in de meest complete betekenis van het woord: net zo leven als je Meester geleefd heeft. De gedragsverandering die van een bekeerde verwacht wordt is dat hij van harte wil leven zoals Jezus en doen wat Hij gezegd heeft. Natuurlijk is dat een leerproces; bij de bekering wordt daar een begin mee gemaakt.

Goedmaken

Toen de hoofdtollenaar Zacheüs Jezus ontmoette en in zijn huis ontvangen had, besloot hij in zijn hart om een volgeling van Jezus te worden. Dat was zijn bekering. Onmiddellijk daarna deed hij iets wat hij anders zijn leven lang niet gedaan zou hebben:

"Maar Zacheüs was gaan staan en zei tegen de Heer: 'Kijk, Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig'." (Lucas 19:1-10, NBV2004)

Dit bewees duidelijk de echtheid van zijn bekering. Hier was de Heilige Geest werkzaam geweest in zijn hart. Jezus reageerde door dit te bevestigen en zei:

"... vandaag is in dit huis redding ten deel gevallen ... " (Lucas 19:9, NBV2004)

Bekering betekent dus ook: een vast voornemen om het in orde te maken met de mensen die je VOOR je bekering hebt benadeeld. Dat is een zichtbaar bewijs van gedragsverandering.

De apostel Paulus gaf een duidelijk voorbeeld van noodzakelijke gedragsverandering:

"Wie gestolen heeft, moet niet meer stelen, maar moet zich liever inspannen om met de handen goed werk te doen, om iets te kunnen meedelen met wie gebrek heeft." (Efeziërs 4:28, HSV2010)

Dit is een heel wijs advies: precies het tegenovergestelde gaan doen van de zondige manier van leven waarvan je afstand genomen hebt.

Zie onderwerp 'Goedmaken' in hoofdstuk 'Rein geweten'.

Bewijs van bekering

Johannes de Doper zei tegen zijn bekeerlingen dat bekering consequenties heeft voor je toekomstige gedrag:

"Breng dan vruchten voort in overeenstemming met de bekering." (Matteüs 3:8, HSV2010)

Een bekering is niet compleet als er geen duidelijk initiatief tot gedragsverandering heeft plaatsgevonden. Het is een noodzakelijk gevolg van berouw:

"... dat zij zich met berouw zouden bekeren tot God en werken doen, met hun berouw in overeenstemming." (Handelingen 26:20, NBG1951)

Let wel dat een bekering niet compleet is zonder gedragsverandering. De Bijbel zegt dan dat er zonder gedragsverandering geen bekering is geweest.

"Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden?" (Jakobus 2:14, NBV2004)

Kenmerk van het nieuwe gedrag van een christen is dat hij uit liefde tot God doet wat God in zijn Woord van hem vraagt: God en zijn medemens liefhebben:

"... het geloof, dat door de liefde werkzaam is." (Galaten 5:6, HSV2010)

Na bekering en wedergeboorte maak je als gelovige (als het goed is) een levenslang proces van geloofsgroei mee. Het gedragsaspect van geloofsgroei (groeien in geloofspraktijk) wordt uitgewerkt in deel 9 'Geloofspraktijk'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017