4.1.5. Jezus de Koning

Jezus vervult een cruciale positie in Gods Koninkrijk in alle eeuwen. Hier volg een chronologisch overzicht.

1. Schepper naast God

Jezus was nadrukkelijk betrokken bij de totstandkoming van de schepping.

"de Zoon ... door wie Hij (God) de wereld heeft geschapen." (Hebreeën 1:2, NBV2004)

"Want God heeft door hem alles geschapen in de hemel en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, zoals tronen en heerschappijen, overheden en machten. Alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat dankzij hem." (Kolossenzen 1:16-17, GNB1996)

Wel weten we dat God de aarde vorm gaf door te spreken. In Genesis 1 lezen we steeds dat God iets zei en vervolgens maakte Hij het. De evangelist Johannes noemt Jezus op een filosofische manier ook wel het mens geworden Woord genoemd ofwel de levende boodschap van God:

"Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet... Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader." (Johannes 1:10,14, NBV2004)

2. Jezus in het Oude Testament

Misschien wel alle Bijbeluitleggers zijn het er over eens dat we Jezus vaak in het Oude Testament tegenkomen als DE 'Engel van de Heer'. Voorbeelden van zijn optreden zijn:

  • de ontmoeting met Abraham (als Melchizedek: Genesis 14:18-20; Hebreeën 7:1-10)
  • de ontmoeting met Hagar in de woestijn (Genesis 16:7-14)
  • de roeping van Mozes (Exodus 3:2)
  • uitvoeren van Gods strafgerichten op aarde (Jesaja 37:36)
  • bescherming van gelovigen (Psalm 34:8; Jesaja 63:9)

De 'Engel van de Heer' is namelijk geen gewone engel, want Hij wordt aan God gelijk gesteld:

"Daar verscheen de Engel des HEREN … Toen de HERE zag …, riep God hem." (Exodus 3:2-4, NBG1951)

In veel gevallen waar de Engel van de Heer verschijnt lezen we de ene keer: "God zei" en de andere keer "de Engel van de Heer zei".

De aartsvader Abraham had eens een bijzondere ontmoeting met een zekere Melchizedek, na zijn overwinning over een machtig leger. Daarvan lezen we in de Bijbel:

"En Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste, en sprak een zegen over Abram uit ... Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd." (Genesis 14:18-20, NBV2004)

We lezen heel bijzondere dingen over Melchisedek, die in hun geheel genomen niet passen bij een mens, maar eerder bij God:

  1. Zijn naam betekent 'koning van gerechtigheid', een titel die bij Jezus past.
  2. Hij was koning van Salem, en dat betekent: koning van vrede, Vredevorst dus, en dat is ook een titel van Jezus.
  3. Brood en wijn komen we bij de Pesachmaaltijd en het Heilig Avondmaal tegen.
  4. Hij werd priester genoemd, terwijl er het oudtestamentische priesterschap nog niet bestond.
  5. Hij zegende Abraham.
  6. Abraham gaf hem een offergeschenk als dank voor de overwinning, die overduidelijk door God was gegeven.

In Hebreeën 7 wordt Melchisedek met Jezus vergeleken. Daar lezen we onder meer het volgende:

"Zonder vader, zonder moeder, zonder stamboom kent hij geen begin van dagen en ook geen levenseinde, maar aan de Zoon van God gelijkgemaakt, blijft hij in eeuwigheid priester." (Hebreeën 7:3, HSV2010)

Vooral de verschijning van Melchisedek maakt het heel aannemelijk dat Jezus onder andere benamingen op de aarde verscheen in de oudtestamentische tijd.

3. Geboorte van Koning Jezus op aarde

Jezus was tijdens zijn leven op aarde een tamelijk onopvallende figuur. Zijn geboorte werd niet door veel mensen opgemerkt. Ik vermoed dat Jozef en Maria er in Nazaret ook niet te veel mee te koop liepen dat hun zoon eigenlijk de Zoon van God was. Dat zou Hij later wel bekend maken als zijn tijd gekomen was.

"Hij kwam naar wat van hem was (=het volk Israël), maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden." (Johannes 1:11-12, NBV2004)

Jezus wilde dat de mensen aan zijn optreden en woorden in hun hart zouden proeven dat Hij de door God gezonden Messias was. Eens, toen Jezus op een wonderbaarlijke manier een menigte van voedsel had voorzien, wilden de mensen Hem tot Koning uitroepen:

"Omdat Jezus doorhad dat ze Hem met alle geweld gingen meenemen en tot koning uitroepen, trok Hij zich weer, geheel alleen, in het gebergte terug." (Johannes 6:15, WV1995)

Maar Jezus wilde dat niet, omdat de tijd van het Messiaanse koningschap nog niet gekomen was. Zijn roeping was nu niet om nu al te heersen, maar om te dienen. En dat deed Hij door het joodse volk de ware betekenis van de Tora te leren begrijpen, door hun zieken te genezen en de demonisch gebonden en bezeten mensen te bevrijden. Hij deed het door te vertellen over het nieuwe Koninkrijk van de Hemel, een geestelijk koninkrijk bestaande uit Hemzelf als koning en allen die hun leven aan Hem toevertrouwden als zijn volgelingen.

"Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." (Matteüs 4:17, HSV2010)

Jezus leidde een kleine groep volgelingen op om later als apostelen de wereld in te zenden om het evangelie van dit Koninkrijk te verkondigen.

4. Jezus als 'lijdende knecht van de Heer'

De profeet Jesaja heeft enkele uitvoerige profetieën beschreven over de 'lijdende knecht'. Hierin worden allerlei details genoemd die verrassend nauwkeurig op Jezus te betrekken zijn:

"Hier is mijn dienaar ... hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld ... ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen ... om blinden de ogen te openen..." (uit Jesaja 42:1-8, NBV2004)

"... Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt..." (uit Jesaja 49:1-7, NBV2004)

"... Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden..." (uit Jesaja 50:4-11, NBV2004)

"... zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, zijn uiterlijk had niets meer van een mens ... Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende ... Om onze zonden werd hij doorboord ... Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open..." (uit Jesaja 52:13-53:12, NBV2004)

Toen de lijdenstijd van Jezus aanbrak gingen zelfs zijn discipelen twijfelen aan Jezus' koningschap. In die tijd werd Hij slechts door enkele mensen herkend als hun koning:

  • De moordenaar aan het kruis, die tot geloof kwam, sprak Jezus aan als koning. Hij was er zelfs van overtuigd dat Jezus ook na zijn dood nog koning zou zijn. Daar was veel geloof voor nodig (Lucas 23:42).
  • Pilatus schreef als opschrift boven het kruis van Jezus 'koning van de joden'. Ook al was dit misschien spottend bedoeld tegenover de joodse leiders, hij had Jezus wel degelijk als Koning herkend (Johannes 18:33-40).

De belangrijkste roeping van Jezus gedurende zijn leven op aarde was om plaatsvervangend voor de mensheid te lijden en te sterven aan het kruis. Daarna werd Hij opgewekt uit de dood en is Hij een aantal weken later teruggegaan naar de hemel.

5. Jezus als Koning, regerend vanuit de hemel

Na zijn hemelvaart heeft Jezus de hoogste Koninklijke positie gekregen 'aan de rechterhand van de Vader'. Vandaar uit functioneert Jezus als de Koning van het Koninkrijk van de Hemel en als het Hoofd van de wereldwijde Gemeente van gelovigen.

"... hij (=Jezus) heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit..." (Hebreeën 1:3, NBV2004)

Jezus is de uitvoerende machtspersoon binnen de Godheid, zodat Hij kon zeggen:

"Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven..." (Matteüs 11:27, WV1995)

"... Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde," (Matteüs 28:18, HSV2010)

Jezus leeft momenteel in de hemel als de 'hogepriester van het Nieuwe Verbond' (Hebreeën 8). Hij is een soort advocaat voor gelovigen die hun rechtspositie voor de troon van God veilig stelt:

"Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen van God? ... Christus is het die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, die ook voor ons pleit." (Romeinen 8:33-34, HSV2010)

De naam 'Heer' is de meest voorkomende titel van Jezus in het Nieuwe Testament. De Griekse vorm is 'kurios', dat ook de vertaling is van de Hebreeuwse titel 'adonai' die voor God wordt gebruikt. Dat hoeft ons niet te verbazen; het is een van de vele Bijbelse bewijzen dat Jezus God is. De belijdenis van de vroege Kerk, 'Jezus is Heer', betekent niet alleen dat Jezus een Koninklijke positie inneemt, maar nadrukkelijk ook dat Hij God is.

Zie ook onderwerp 'Toegewijd aan Jezus' in hoofdstuk 'Toewijding'.

6. Jezus als Koning over de aarde tijdens het Messiaanse Vrederijk

We verwachten dat na de wederkomst van Jezus het Messiaanse Vrederijk zal aanbreken. Dat zal de hele aarde omvatten en alle bestaande wereldrijken omvatten.

"En de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de HEER de enige God zijn en zijn naam de enige naam." (Zacharia 14:9, NBV2009)

Dan zal Jezus de regerende Vredevorst zijn in volle glorie:

"In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens (=Jezus). Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan." (Daniël 7:13-14, NBV2004)

7. Jezus als Koning op de Nieuwe Aarde

In de Bijbel lezen we dat na het einde van het Vrederijk het Laatste Oordeel zal plaatsvinden. Daarbij zal Jezus de uitvoerende Rechter zijn die ervoor zal zorgen dat ieder mens naar zijn definitieve bestemming gaat.

"Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon gegeven." (Johannes 5:22, NBV2004)

Het koningschap van Jezus, dat Hij uitoefende gedurende het Messiaanse Vrederijk, zal dan worden voortgezet op de Nieuwe Aarde, waar Hij ook weer de heerschappij heeft namens God de Vader (Openbaring 22:1).

Zie ook hoofdstuk 'Gods Koninkrijk'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017