4.1.3. Jezus de Messias

De Messias is de beloofde Koning van Israël

De titel 'Messias' betekent letterlijk de gezalfde die God beloofd had te zenden om vanuit Israël over de aarde te regeren. De joden wisten dat de Messias een nakomeling van koning David zou zijn:

"De dag zal komen - spreekt de HEER - dat ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven. Dan wordt Juda verlost en zal Israël in vrede leven. Zijn naam zal zijn 'De HEER is onze gerechtigheid'. (Jeremia 23:5-6, NBV2004)

Ook wisten ze dat Hij in Betlehem, de geboorteplaats van David, geboren zou worden:

"U, Betlehem in Efrata, al bent u klein onder Juda's stammen, toch zal er, zeg Ik, iemand uit u voortkomen die over Israël gaat heersen. In het verre verleden ligt zijn oorsprong, in lang vervlogen dagen." (Micha 5:1, WV1995)

In het geslachtsregister van Matteüs 1:1-16 zien we Jezus' afstamming van David beschreven. Natuurlijk houdt de titel 'Zoon van David' direct verband met zijn roeping tot het Messiaanse koningschap. Ook dit heeft de engel Gabriël voor zijn geboorte tegen zijn moeder Maria gezegd:

"Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven." (Lucas 1:32, NBV2004)

Jezus en David

Er is geen koning in het Oude Testament, die zo vaak genoemd wordt als koning David. Als geen ander was hij een voorafschaduwing van Koning Jezus. Er zijn veel overeenkomsten tussen David en Jezus, zoals:

  • Ze werden beiden geboren in Betlehem (1 Samuël 16:4-13; Lucas 2:1-20).
  • Ze werden beiden uit jaloezie vervolgd door een koning: David door koning Saul (1 Samuël 18-26), Jezus door Herodes (Matteüs 2:13-18).
  • Ze hadden beiden een opvallend diepe relatie met God.
  • God hield van David en stelde hem als voorbeeld voor alle andere koningen; God noemde Jezus 'zijn geliefde Zoon' (Matteüs 3:17). Trouwens: de naam 'David' betekent: geliefde.
  • David ZONG over Godverlatenheid in Psalm 22, Jezus heeft die uiterste Godverlatenheid MEEGEMAAKT toen Hij stierf als vervloekte en gekruisigde. Deze Psalm bevat verschillende profetieën met details die in de lijdensgeschiedenis van Jezus zijn vervuld.
  • David ZONG over de Goede Herder (Psalm 23), Jezus WAS de Goede Herder (Johannes 10:1-18).

Jezus is de Zoon van David

In het Nieuwe Testament wordt Jezus op enkele opvallende plaatsen niet Gods Zoon of Mensenzoon genoemd, maar Zoon van David. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:

  • In de allereerste Bijbeltekst van het Nieuwe Testament wordt Jezus al Zoon van David genoemd en daarna volgt zijn geslachtsregister als afstammeling van David (Matteüs 1).
  • Bij de aankondiging van Jezus' geboorte vertelde de engel Gabriël aan Maria dat Jezus de troon van 'zijn vader David' zou ontvangen (Lucas 1:32).
  • God regelde het zo dat Jezus geboren werd in Betlehem, de stad van David (Micha 5:1; Lucas 2:4), hoewel zijn aardse ouders in Nazaret woonden.
  • Enkele blinden 'zagen' Jezus als de beloofde Zoon van David (Matteüs 9:27; Lucas 18:38).
  • Bij de intocht in Jeruzalem, kort voor zijn kruisiging, werd Jezus toegezongen: "Hosanna de Zoon van David, gezegend Hij, die komt in de naam van de Heer" (Matteüs 21:9). Ook later in de tempel riepen mensen dezelfde woorden (Matteüs 21:15) en Jezus accepteerde deze benaming.

Messias

Gedurende de jaren van Jezus' bediening op aarde hield de volgende kernvraag alle mensen bezig: Is Jezus de beloofde Messias, die God aan het volk Israël beloofd had om hen te redden van de vijanden en die een heilsstaat zal oprichten? Zijn discipelen geloofden dit al vanaf het begin. Toen Andreas Petrus aanspoorde om voor het eerst Jezus te ontmoeten zei hij:

"'We hebben de Messias gevonden,' zei hij tegen hem. Messias betekent Christus, Gezalfde." (Johannes 1:42, GNB1996)

Toen Natanaël, die ook een van de twaalf discipelen zou worden, Jezus ontmoette zei hij:

"Rabbi, u bent de Zoon van God, u bent de koning van Israël!" (Johannes 1:49, NBV2004)

Toen Jezus aan zijn discipelen vroeg wie Hij volgens hen was, zei Petrus:

"... U bent de messias, de Zoon van de levende God." (Matteüs 16:16, NBV2004)

Bij de intocht in Jeruzalem, kort voor de veroordeling van Jezus, riepen de mensen:

"Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël." (Johannes 12:13, NBV2004)

Maar zelfs de demonische geesten, die door Jezus werden uitgedreven maakten overal bekend dat Jezus de Messias was. Niet dat dit het soort reclame was waar Jezus op zat te wachten, maar hun getuigenis was wel hoorbaar voor de omstanders. Dit was een van de weinige keren dat demonen de waarheid hebben gesproken...

"Hij (=Jezus) dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: 'Jij bent de Zoon van God!' Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat hij de messias was." (Lucas 4:41, NBV2004)

De joodse leiders en de farizeeën hebben steeds geweigerd Jezus te erkennen als de door God gezonden Messias. Hierover is in de vier evangeliën veel geschreven. Na de opstanding van Jezus probeerden de apostelen hen ervan te overtuigen dat Jezus toch wel degelijk de beloofde Messias was. De genezing van een verlamde man in de naam van Jezus de Messias had dat immers bevestigd:

"Dus moet heel het huis Israël zeker weten dat God Hem tot Heer en Messias heeft aangesteld, deze Jezus, die u hebt gekruisigd." (Handelingen 2:36, WV1995)

De Zoon van David is de Messias

Dat de Messias een nakomeling van David zou zijn, daarover bestond in de dagen van Jezus geen twijfel. In zijn laatste discussie met de farizeeën gaf Jezus op een indirecte manier een duidelijk visitekaartje van zichzelf af:

"Nu de Farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: 'Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?' 'Van David,' antwoordden ze. Jezus vroeg: 'Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: 'De Heer sprak tot mijn Heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.'' Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?' En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen." (Matteüs 22:41, NBV2004)

Deze argumentatie is belangrijk, want hier bewijst Jezus vanuit de Schriften (Psalm 110:1) dat de Messias iemand zou zijn met extreem hoge goddelijke autoriteit. Jezus claimde de Messias te zijn, de Zoon van God. De Farizeeën hadden geen weerwoord tegen deze overtuigende woorden. Het was de laatste discussie die Jezus ooit met hen gevoerd heeft.

In de vroegchristelijke kerk gold dit als het meest duidelijke bewijs tegenover joden dat Jezus de Messias was. Ook de schrijver van de Hebreeënbrief haalde dit citaat uit de Psalmen aan om de goddelijkheid van Jezus aan te tonen (Hebreeën 1:13).

Christus = Messias

'Christus' is een Griekse benaming voor Jezus met dezelfde betekenis als Messias (Gezalfde). Deze titel van Jezus komt in het Nieuwe Testament vaak voor, in de brieven zelfs vaker dan 'Jezus' en 'Heer'.

Alle schrijvers van de boeken in het Nieuwe Testament waren zich natuurlijk duidelijk bewust van het feit dat deze naam betekende dat Jezus een joodse afkomst had, uit het nageslacht van koning David kwam en de door Gods aangestelde en gezalfde Messias was. Maar na verloop van tijd kwamen joden en christenen steeds verder uit elkaar te staan en beschouwden de christenen Jezus steeds meer als 'hun' Heer en die door de meeste joden niet aanvaard werd. Zo werd Jezus in hun beleving steeds meer verchristelijkt en steeds meer ontjoodst. En tegenwoordig is de naam 'Christus' voor de meeste christenen eigenlijk zoiets als de achternaam of een tweede naam van Jezus, waarbij wordt voorbijgegaan aan zijn functie als Messias, de komende Koning van Israël.

Gelukkig heeft de NBV2004 vertaling op sommige plaatsen het Griekse woord 'christos' weergegeven als 'messias' , namelijk overal waar Jezus' rol als de beloofde Messias duidelijk aan de orde was.

"Toen vroeg hij (=Jezus) hun (=discipelen): 'En wie ben ik volgens jullie?' Petrus antwoordde: 'U bent de messias." (Marcus 8:29, NBV2004)

Dat is heel correct, maar toch zou het nog correcter zijn om overal in het Nieuwe Testament de benaming Messias te gebruiken, maar dat zou bij veel christenen wellicht een gevoel van vervreemding tot gevolg hebben. Waarmee extra duidelijk zou worden bevestigd dat we Jezus inderdaad teveel verchristelijkt hebben. Het is moeilijk de Bijbel te lezen zonder vooroordelen! Deze kwestie maakt naar mijn mening pijnlijk duidelijk dat christenen nog te weinig beseffen dat zij gered zijn door de Messias van het joodse volk, en dat de vermaning van de apostel Paulus in Romeinen 11:17-24 nog veel te weinig is doorgedrongen tot christelijke harten...

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017