4.1.1. Jezus de Zoon van God

Zie ook onderwerp 'Goddelijke drie-eenheid' in hoofdstuk 'Gods wezen'.

Wanneer is Jezus ontstaan?

Jezus is de Zoon van God, maar geen schepsel van God. De Zoon is een verschijningsvorm van de eeuwige God en daarom kunnen we niet spreken over het 'ontstaan' of 'geboren worden' van de Zoon. Kijk eens naar de volgende bekende profetie over Jezus:

"En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af." (Micha 5:1, HSV2010)

Uit Bijbelteksten als deze mogen we niet concluderen dat er ooit een tijdstip van Jezus' ontstaan is geweest, lang voor zijn menswording op aarde. Tijd bestaat immers niet in de geestelijke wereld. Daarom kon Jezus ook van zichzelf zeggen:

"Ik ben de eerste en de laatste, het begin en het einde." (Openbaring 1:17, NBG1951)

Jezus wordt ook wel de 'eerstgeborene van de hele schepping' genoemd (Kolossenzen 1:15, HSV2010). De Jehova's Getuigen concluderen uit deze tekst dat Jezus een gewoon schepsel was, omdat Hij gewoon geboren zou zijn. Niets is minder waar. Het woord 'eerstgeborene' betekent vooral dat Jezus de eerste (=belangrijkste) uitdrukking van Gods wezen is en dat Jezus er was voor dat al het andere ontstond. De nadruk ligt vooral op 'eerst' en niet op 'geborene'. Jezus zei van zichzelf:

"... Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben Ik." (Johannes 8:58, NBG1951)

Dit is een heel opmerkelijke uitspraak. Jezus gebruikte voor zichzelf dus de 'Ik ben' naam, die in het Hebreeuws meerdere tijden kan omvatten: Ik was, Ik ben en Ik zal zijn. Dat is een aanduiding voor eeuwig bestaan van de totale Godheid.

Zoon van God en afbeelding van God

"Hij (=Jezus), Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid... Hebreeën 1:3, HSV2010)

God heeft zichzelf afgebeeld in zijn Zoon Jezus. In Hem is de onzichtbare God zichtbaar geworden (Kolossenzen 1:15). Jezus zei:

"Ik en de Vader zijn één." (naar Johannes 10:38)

"... Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien ..." (Johannes 14:9, NBG1951/NBV2004)

Wie is God? Lees de evangeliën in de Bijbel zodat je Jezus leert kennen. En dan ken je de Vader ook. De Vader heeft hetzelfde karakter als Jezus. Door Jezus hebben we dus God heel goed leren kennen. De apostel Paulus schreef:

"Hij is het beeld van de onzichtbare God..." (Kolossenzen 1:15, WV1995)

"... in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk." (Kolossenzen 2:9, HSV2010)

God heeft dus niet een gedeelte van zichzelf in zijn Zoon uitgedrukt, maar alles. Daarom is Jezus niet alleen goddelijk, maar God zelf, God in mensengedaante, om voor 100% te kunnen functioneren in de materiële wereld. Jezus heeft, evenals de Vader, leven in zichzelf (Johannes 5:26). Wel stelt Hij zich afhankelijk van de Vader op (Johannes 5:30) en onderwerpt Hij zich aan de wil van de Vader (Matteüs 26:39).

De Zoon van God vertegenwoordigt God bij de mensen

In het Bijbelboek Openbaring wordt Jezus de betrouwbare getuige van God genoemd (Openbaring 1:5). Met andere woorden: Jezus is degene die de Godheid op aarde bekend heeft gemaakt en vertegenwoordigt. In Hebreeën 3:1 wordt Jezus de 'apostel van God' genoemd, dat wil zeggen: de uitgezondene, de vertegenwoordiger van de zender. Jezus wordt ook wel het mens geworden Woord genoemd ofwel de levende boodschap van God:

"Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader." (Johannes 1:14, NBV2004)

Jezus is Gods Rechterhand en als zodanig heeft Hij namens de Vader de uitvoerende macht binnen het Koninkrijk van de Hemel ontvangen. Momenteel beperkt deze heerschappij zich nog tot de geestelijke wereld, vandaar de benaming 'Koninkrijk van de Hemel'. Na zijn wederkomst op aarde zal Jezus namens de Vader ook regeren over de aarde. Zo zien we dat Jezus in alle fasen van de geschiedenis van het Koninkrijk de Vader vertegenwoordigt in de materiële wereld.

Jezus is God en mens

Jezus wordt in de Bijbel nadrukkelijk God genoemd:

"... de verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en redder, Christus Jezus." (Titus 2:13, GNB1996)

In Matteüs 1 wordt een profetie uit het Oude Testament geciteerd en op Jezus toegepast in verband met de maagdelijke geboorte bij zijn moeder Maria:

"De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven,' wat in onze taal betekent 'God met ons." (Matteüs 1:23, NBV2004)

In Jezus is de Godheid bij de mensen komen wonen. Het is een ontzagwekkend feit! Toen Tomas oog in oog kwam te staan met Jezus na zijn opstanding riep hij uit:

"... Mijn Heer, mijn God!' (Johannes 20:28, NBV2004)

Jezus is tegelijk volledig God en volledig mens. Jezus noemde zichzelf zowel Zoon van God als Mensenzoon. Als mensen hebben we moeite om daarbij de juiste balans in acht te nemen. Bij het lezen van de evangeliën zien sommige Bijbellezers alleen maar de Zoon van God, die alles kon omdat Hij God was. Ze gaan dan gauw voorbij aan zijn menselijkheid. Andere Bijbellezers zien Hem in de eerste plaats als mens, die een goed voorbeeld gaf, en gaan voorbij aan zijn goddelijkheid. Maar Jezus heeft een volledig goddelijke natuur en Hij is ruim tweeduizend jaar geleden op aarde geboren en heeft daar een volledige menselijke natuur aangenomen.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017