4.6.1. Kruisiging van Jezus

Kruis dragen

Jezus had eens gezegd:

"Wie mij wil volgen, moet zichzelf verloochenen, elke dag zijn kruis opnemen en mijn weg gaan." (Lucas 9:23, GB1996)

Dat moet toen raadselachtig hebben geklonken voor de mensen die deze woorden hoorden. Jezus zinspeelde daarbij wel erg letterlijk op wat Hij zelf zou meemaken. Het navolgen van Jezus betekent: bereid zijn om zo nodig te lijden zoals Jezus eenmaal heeft geleden ter wille van het Koninkrijk.

Na de veroordeling door Pilatus werd Jezus door Romeinse militairen naar de executieplaats geleid.

"Zij voeren Jezus weg; hij droeg zelf het kruis..." (Johannes 19:17, NBV2004)

Zoals gebruikelijk moesten de veroordeelden hun eigen kruis dragen, dat wil zeggen: meestal alleen de dwarsbalk. De verticale balk werd dan al van tevoren in de grond geplaatst. Voor Jezus die kort daarvoor was gegeseld, was het haast ondoenlijk. Hij moet bijna onmiddellijk onder de last zijn bezweken, want:

"Bij het verlaten van het pretorium troffen ze een man uit Cyrene die Simon heette, en hem dwongen ze het kruis te dragen." (Matteüs 27:32, NBV2004)

Jezus heeft zijn kruis(balk) dus maar even zelf hoeven dragen. Onder de toeschouwers stond Simon (een gastarbeider of immigrant uit Cyrene, ongeveer het tegenwoordige Libië) met zijn neus vooraan. Hij kreeg van de soldaten de zware kruisbalk op zijn rug. Hij zal het vast niet voor zijn plezier hebben gedaan, want het was een zware klus. Toch heeft het ongetwijfeld een diepe indruk op hem gemaakt om in deze momenten pal achter Jezus te lopen. Zijn naam wordt in Marcus15:21 vermeld als de vader van Alexander en Rufus. Dit suggereert dat hij niet lang daarna tot geloof is gekomen en zijn Heer zijn leven lang gevolgd heeft in geestelijke zin. Ongetwijfeld beschouwde hij zijn kruis dragen voor Jezus achteraf als een enorme eer.

"Een grote volksmenigte volgde Jezus, evenals enkele vrouwen die zich op de borst sloegen en over hem weeklaagden. Jezus keerde zich echter naar hen om en zei: 'Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen." (Lucas 23:28, NBV2004)

Jezus wist dat Jeruzalem na ongeveer 40 jaar verwoest zou worden, de ramp die in verband gebracht kan worden met de afwijzing van de Messias. Het is opvallend dat Jezus op dat moment meer oog had voor de toekomstige ramp die deze mensen zouden meemaken dan voor zijn eigen lijden. Daaruit blijkt dat Jezus ondanks alles ontspannen was, vol vertrouwen dat Hij deed wat gedaan moest worden. Jezus bleef liefdevol en bewogen voor de mensen om Hem heen tot het allerlaatste moment. Zo is Jezus.

Golgota

"Zo kwamen ze bij de plek die Golgota genoemd werd, wat 'schedelplaats' betekent." (Matteüs 27:33, NBV2004)

Het is een hardnekkig misverstand dat de kruisiging BOVEN OP een heuvel plaatsvond. In de eerste plaats staat dat niet in de Bijbel. In de tweede plaats is het zeer onwaarschijnlijk, want de Romeinen kozen er vrijwel altijd voor om veroordeelden te kruisigen langs uitvalswegen, net buiten de stad. Zulke wegen gaan meestal niet over heuvels. De Romeinen wilden eenvoudigweg dat zoveel mogelijk mensen het zouden zien en daardoor werden afgeschrikt om hun wetten te overtreden. En de mensen zouden dan ook massaal toestromen om te kijken naar die overbekende landgenoot die werd gekruisigd. Voor de meesten van hen was het een schouwspel, iets dat ze gewoon MOESTEN zien (Lucas 23:48).

Het is onduidelijk waarom de plek een schedelplaats werd genoemd. Het kan zijn dat het een standaardplek voor executies was, een plaats waar wel eens schedels van mensen lagen. Een andere mogelijkheid is dat er een heuveltje of rotspartij bij die plek was die wat op een schedel leek. Wie wel eens in Jeruzalem is geweest en de graftuin heeft bezocht, even buiten de Oude Stad, heeft waarschijnlijk ook een heuveltje gezien dat sterk doet denken aan een schedel. Deze plek heeft veel kenmerken die in de Bijbel worden genoemd, maar er is geen hard bewijs voor gevonden.

Kruisiging

Om negen uur 's morgens werd Jezus gekruisigd (Marcus 15:25).

"Daar sloegen ze hem aan het kruis, samen met twee anderen, de een links, de ander rechts, en Jezus in het midden." (Matteüs 27:38, GNB1996)

Daar komt de uitdrukking 'de deugd in het midden' vandaan. Daarom gebruik ik die half spottende uitdrukking nooit. Jezus werd al genoeg bespot toen Hij aan het kruis hing en daar behoren wij niets aan toe te voegen! Terwijl Jezus aan het kruis werd bevestigd, bad Hij voor de soldaten die het deden.

"Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen." (Lucas 23:34, NBV2004)

Voor zover we weten had Jezus niet gebeden voor de joodse leiders die Hem door Pilatus lieten kruisigen. Zij wisten namelijk WEL wat ze deden en anders KONDEN ze het weten, want Jezus had zich altijd zeer duidelijk aan hen bekendgemaakt.

"Toen nu Jezus Zijn moeder zag en de discipel die Hij liefhad (=Johannes), bij haar zag staan, zei Hij tegen Zijn moeder: Vrouw, zie uw zoon. Daarna zei Hij tegen de discipel: Zie, uw moeder. En vanaf dat moment nam de discipel haar in zijn huis." (Johannes 19:26-27, HSV2010)

Jezus had ook tijdens zijn onmenselijke lijden oog voor de mensen om Hem heen, ook voor zijn moeder Maria die tot het laatst bij Hem bleef. Jezus begreep hoeveel pijn zijn moeder had toen ze haar zoon zo intens zag lijden. Ze zal wellicht teruggedacht hebben aan de profetie van Simeon, die hij uitsprak toen ze Hem liet besnijden:

"... ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan ..." (Lucas 2:35, HSV2010)

Als gekruisigde werd Jezus vernederd tot het laagst denkbare niveau: naakt of bijna naakt, uitgeput en bebloed vanwege de bijna dodelijke geseling, niet in staat om zijn ledematen normaal te gebruiken. Hij hing tussen hemel en aarde als een vervloekte. Om de vernedering nog erger te maken werden zijn kleren alvast verdobbeld door de soldaten. De veroordeelde zou ze toch niet meer nodig hebben. De Romeinen waren bepaald niet fijngevoelig!

"Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: 'Laten we loten wie het hebben mag'. ..." (Johannes 19:24, NBV2004)

Het volk stond toe te kijken (Lucas 23:35). Er waren dus veel getuigen van wat er allemaal gebeurde.

Opschrift boven het kruis

"Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op: 'Jezus uit Nazaret, koning van de joden. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdar de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel joden gelezen'..." (Johannes 19:9-20, NBV2004)

De joodse leiders waren niet blij met dat opschrift. Het koningschap van Jezus was nou net wat ze NIET wilden erkennen. Toen ze hierover bij Pilatus gingen klagen weigerde hij er iets anders op te zetten (Johannes 19:21-22). Pilatus bedoelde dit opschrift misschien half spottend om de joodse leiders te vernederen, maar misschien ook wel heel serieus, omdat hij waarschijnlijk wel degelijk geloofde in het koningschap van Jezus.

Onze Koning was op dat moment vanuit werelds oogpunt de meest verachtelijke en meest vernederde loser die ooit geleefd heeft, Vanuit hemels oogpunt hing daar de grootste Overwinnaar van alle tijden, waardig om de allerhoogste eer van God te ontvangen en waardig om bevorderd te worden tot het koningschap over de hele aarde... Het perspectief van het Koninkrijk is nu eenmaal tegengesteld aan dat van de wereld.

Bespotting door voorbijgangers

Gedurende de laatste lijdensperiode waren er veel mensen die Jezus hebben bespot. Ze toonden daarmee dat ze in hun hart een vijandige houding hadden tegenover Jezus. Dat gaat nog weer een stap verder dan onverschilligheid of afwijzing. Het pijnlijkst moeten de bespottingen zijn geweest die Jezus onderging toen Hij aan het kruis hing. Hij werd bespot door:

  1. voorbijgangers:
    "... Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red jezelf toch door van het kruis af te komen." (Marcus 15:29-30, NBV2004)
  2. joodse leiders:
    "... Anderen heeft Hij gered, maar Zichzelf redden kan Hij niet. Hij is toch de koning van Israël, laat Hij dan nu van het kruis afkomen, dan zullen we in Hem geloven! Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat Die Hem nu dan redden, als Hij Hem tenminste goed gezind is. Hij heeft immers gezegd: Ik ben de Zoon van God." (Matteüs 27:42-43, NBV2004)
    Deze bespotting was vlijmscherp en hield ook een verleiding in om af te wijken van Gods plan, vergelijkbaar met de verzoekingen van de satan in de woestijn (Matteüs 4:1-11).
  3. dienstdoende soldaten:
    "Als je de koning van de joden bent, red jezelf dan!" (Lucas.23:37, NBV2004)
  4. een van de andere gekruisigden:
    "Jij bent toch de Messias? Red jezelf dan en ons erbij!" (Lucas 23:39, NBV2004).

Deze bespottingen en vernederingen waren een wezenlijk onderdeel van Jezus' lijden. Misschien is het je opgevallen hoe compleet deze bespotting was. Mensen uit nagenoeg alle categorieën dreven openlijk de spot met Hem. Jezus heeft alle bespottingen systematisch genegeerd. Hij vond het niet nodig om erop te reageren. Deze mensen waren onbereikbaar voor Gods genade; ze zouden toch niet naar Hem luisteren.

Echt geloof bij een van de gekruisigden

En toch was er één lichtpuntje in de geschiedenis van de kruisiging. Een van de gekruisigde criminelen nam het voor Jezus op toen de andere ook meedeed met het bespotten.

"Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je dezelfde straf ondergaat? Wij hebben onze straf verdiend en worden beloond door onze daden. Maar die man heeft niets onwettigs gedaan." (Lucas 23:40-41, NBV2004)

Hij had naar Jezus gekeken, voelde heel goed aan dat Hij rechtvaardig was. Hij wist dat Jezus veroordeeld was omdat Hij beweerde de Messias, de koning van de joden te zijn, want hij hoorde het van alle kanten. En ... God liet hem zien dat het WAAR was: Hij was het! Er is veel licht van boven nodig om in een ernstig toegetakelde man die zijn doodstrijd voert toch de Koning te ontdekken, maar hij zag het. Als enige. De andere medestanders van Jezus rondom het kruis zagen zijn lijden en waren zichtbaar teleurgesteld, verward en verslagen. Maar hij ZAG het. Hij verzamelde al zijn krachten om een paar woorden tegen Jezus te zeggen. Maar in die ene zin klonk een geloof door dat groter was dan wat Jezus ooit bij zijn volgelingen was tegengekomen:

"Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt." (Lucas 23:42, NBV2004)

Wat een vraag aan een stervende man! Wat een geloof! Wat een diepe blijdschap moeten deze woorden aan Jezus hebben gegeven. Zijn antwoord liet niets aan onduidelijkheid over:

"Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn." (Lucas 23:43, NBV2004)

En enkele uren later konden Jezus en de gerechtvaardigde ex-crimineel elkaar juichend begroeten, aan de overkant van de dood die geen macht meer over hen had...

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017