4.7.1. Romeinse soldaten bij Jezus' graf

Getuigen van Jezus' sterven

De eerste getuigen van de opstanding waren ... Romeinse soldaten. Het waren overigens ook Romeinse soldaten die zijn kruisiging het meest van dichtbij hadden meegemaakt en getuigen waren van zijn sterven.

  • Romeinse soldaten hoorden Hem bidden om vergeving voor het kruisigen van de Zoon van God (Lucas 23:34).
  • Romeinse soldaten hingen het bordje met de beschuldiging op het kruis van Jezus: 'de Koning van de joden' (Lucas 23:38).
  • Een Romeinse soldaat stak een speer in Jezus' zijde om een bewijs te zien van zijn overlijden: water en bloed (Johannes 19:34).
  • Toen de Romeinse hoofdman zag hoe Jezus stierf, zei hij: deze Man was Gods Zoon (Marcus 15:39).

Wachters bij het graf

De joodse geestelijke leiders vroegen aan Pilatus om bewaking van Jezus' graf door Romeinse soldaten:

"en zeiden: Heer, wij herinneren ons dat deze verleider gezegd heeft toen Hij nog leefde: Na drie dagen zal Ik opgewekt worden. Geef dan bevel dat het graf tot de derde dag toe beveiligd wordt, opdat Zijn discipelen Hem 's nachts misschien niet komen stelen en tegen het volk zeggen: Hij is opgewekt uit de doden." (Matteüs 27:63-64, HSV2010)

Merkwaardig dat de joodse leiders deze woorden van Jezus beter hadden onthouden dan zijn eigen discipelen. Hun verzoek werd ingewilligd:

"Pilatus antwoordde: 'U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt'. Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten." (Matteüs 27:65-66, NBV2004)

Ze waren erbij toen Jezus' opstanding plaatsvond

Zonder het te weten hebben de joodse leiders de opstandingsgeschiedenis hierdoor alleen maar geloofwaardiger gemaakt, want daardoor kunnen we de volgende gebeurtenis in de Bijbel lezen:

"En zie, er vond een grote aardbeving plaats, want een engel van de Heere, die uit de hemel neerdaalde, ging erheen, rolde de steen van de opening weg en ging erop zitten... De bewakers beefden van angst voor hem en werden als doden... enigen van de wacht kwamen in de stad en berichtten de overpriesters alles wat er gebeurd was. En zij kwamen bijeen met de oudsten, en zij kwamen gezamenlijk tot het besluit om de soldaten veel geld te geven, en zij zeiden: Zeg: Zijn discipelen zijn 's nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. En als de stadhouder hiervan hoort, zullen wij hem overtuigen en maken dat u zonder zorgen bent. Toen zij het geld in ontvangst genomen hadden, deden zij zoals hun was voorgehouden. En dit woord is verbreid onder de Joden tot op de huidige dag." (Matteüs 28:1-15, HSV2010)

Alleen de Romeinse soldaten waren bij het graf op het moment van Jezus' opstanding. Later vernamen ze dat die aardbeving te maken had met de opstanding van de Zoon van God. Het kan haast niet anders of enkelen van hen zijn tot geloof in Jezus gekomen. Kennelijk hebben niet alle soldaten zich de mond laten snoeren door de joodse leiders, want het verhaal staat in de Bijbel.

Romeinse soldaten komen tot geloof

Het is opmerkelijk dat later ook Romeinse soldaten betrokken zouden zijn bij een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Gods Koninkrijk: dat Gods heil niet langer uitsluitend aan joden, maar ook aan niet-joden zou worden aangeboden.

In Handelingen 10 lezen we het zeer uitvoerige verslag van Petrus die door de Romeinse hoofdman Cornelius werd uitgenodigd. Daar aangekomen bracht hij het evangelie aan Cornelius met zijn vrienden en huisgenoten (=personeel en/of ondergeschikten). Allen kwamen tot geloof, ze ontvingen de Heilige Geest en werden gedoopt (Handelingen 10:44-48).

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.