3.3.5. Straf op de zonde

Schuldvereffening door straf

Gods rechtvaardigheid is een van de belangrijkste pijlers onder de troon van God.

"uw troon rust op recht en gerechtigheid ..." (Psalm 89:15, NBV2004)

Zonder die pijler zou Gods schepping niet kunnen bestaan en daarom moet het recht gehandhaafd worden. Mensen die onrecht plegen, die God en zijn medemens niet geven waar zij recht op hebben, bouwen een zondeschuld op die vereffend moet worden. Dit principe vindt overal in de wereld plaats om orde en gezag te handhaven waardoor een samenleving goed kan blijven functioneren. Waar het kwade niet meer gecorrigeerd wordt, waar schuldige mensen niet meer worden gestraft, ontstaat een grote chaos, waar iedereen onder lijdt. Dat geldt in gezinnen, in de maatschappij en eigenlijk overal waar mensen met elkaar omgaan. Zo ook in Gods beleid ten opzichte van mensen.

Schuldvereffening door straf heeft een aantal positieve uitwerkingen:

  1. Door ongerechtigheid worden rechten geschonden: meestal zowel het recht van God op respectvolle gehoorzaamheid en het recht van medemensen op respect en een rechtvaardige behandeling. Door straf wordt die schuld vereffend waardoor de relaties gezuiverd worden.
  2. Door straf kan de overtreder tot inkeer komen en zijn leven beteren, waardoor meer ongerechtigheid wordt voorkomen. Daardoor ontwikkelt de persoon zich tot een beter mens en dat is goed voor hemzelf en zijn omgeving.
  3. Door bestraffing wordt een voorbeeld gesteld voor anderen om te voorkomen dat zij het slechte voorbeeld volgen.

Fysieke strafmaatregelen (Oude Testament)

Onder het Oude Verbond voerde God dikwijls een lik-op-stuk beleid ten opzichte van begane zonden. Voor onopzettelijke zonden dienden zond- en schuldoffers te worden gebracht om de schuld te vereffenen. Bij opzettelijke zonden ontvingen mensen of groepen mensen bepaalde fysieke strafmaatregelen. In het ergste geval werden zij gedood vanwege grove overtredingen. God straft nooit uit onbeheerste wraakzucht of vergeldingsdrang, zoals dat onder de mensen zo vaak is gebeurd. Het heeft altijd een positieve uitwerking:

Bij het lezen van Gods strafgerichten in het Oude Testament blijven we wel met enorme vragen zitten, zoals:

  • Waarom heeft God met de zondvloed bijna de hele mensheid uitgeroeid?
  • Waarom heeft God het volk Israël de opdracht gegeven om de volken in Kanaän uit te roeien zodat ze er zelf konden gaan wonen? Tegenwoordig noemen we dat genocide en zonde tegen de mens(elijk)heid.
  • Welk positief effect hebben deze strafmaatregelen gehad op de betrokken mensen?

Hierbij moeten we een heel belangrijk ding niet vergeten: een mens leeft niet alleen op de aarde, maar heeft ook een eeuwigheid voor zich waarin hij de vruchten plukt van zijn leven op aarde. Voor al die mensen die zijn omgekomen bij zulke strafgerichten geldt dat daardoor een zekere schuldvereffening heeft plaatsgevonden. Ze gaan dus met minder schuld de eeuwigheid in. Zij hebben zowel een strafgericht moeten meemaken waardoor ze VROEGTIJDIG stierven, en het sterven zelf, dat het loon op de zonde is voor alle mensen. Bovendien zijn zij door hun vroegtijdige dood met een kleinere schuldenlast gestorven dan wanneer ze met dezelfde zondige levensstijl hadden doorgeleefd. Mogelijk gingen deze mensen door dit alles met een 'schone lei' de eeuwigheid in. Is dat niet een duidelijke vorm van genade? God bekijkt de dingen vanuit een eeuwigheidperspectief. Omdat God een liefdevol en genadig karakter heeft, mogen we er op vertrouwen dat zelfs zijn strafgerichten een positieve uitwerking hebben, altijd en voor iedere betrokkene.

Fysieke strafmaatregelen (Nieuwe Testament)

Onder het Nieuwe Verbond zien we dat God zelden een lik-op-stuk beleid voert met betrekking tot de zonde. Jezus heeft in zijn onderwijs immers benadrukt dat ieder mens pas aan het einde van zijn aardse leven verantwoording moet afleggen voor zijn daden. Een voorbeeld waarbij God wel onmiddellijk fysieke strafmaatregelen toepaste was de dood van Ananias en Saffira (Handelingen 5:1-11) omdat zij God en de gemeente hadden bedrogen. Iedereen was geschokt, maar het had ook een krachtige uitwerking. Na die gebeurtenis was er namelijk grote kracht onder de gelovigen.

"En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtig bijeen in de zuilengang van Salomo. Doch van de anderen durfde niemand zich bij hen aansluiten, maar het volk stelde hen hoog. En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel as vrouwen ..." (Handelingen 5:12-14, NBG1951)

Door deze strafmaatregel werd recht gedaan aan Gods heiligheid en daardoor groeide het ontzag van de mensen voor Gods heiligheid. Mensen durfden zich niet bij de gemeente aan te sluiten ... maar God voegde toe. Dit bleek een uiterst gezonde 'vreze des Heren' te zijn.

Universele straf op de zonde

De hele mensheid heeft te lijden onder de zware gevolgen van de zondeval:

  • We leven op een gedegenereerde aarde, onder te tirannieke regering van de satan, die in de Bijbel de god van deze eeuw wordt genoemd (2 Korintiërs 4:4).
  • Daardoor is er een geestelijk klimaat waar zondigen normaal is en zonden hebben veel lijden tot gevolg.
  • Er zijn tal van ziekten en allerlei zwakheden onder de mensen. Te veel mensen sterven daardoor op een te jonge leeftijd.
  • Er is veel onrecht in de wereld, armoede, honger, geloofsvervolging, onderdrukking, criminaliteit, geweld en oorlog. Mensen die hier onder te lijden hebben, hebben soms geen leven.
  • Daarnaast is de aarde een onveilige plaats geworden waar mensen (zonder hun schuld) getroffen kunnen worden door natuurgeweld.

Al dit soort zaken bij elkaar zouden we met recht fysieke strafmaatregelen kunnen noemen. Ik weet niet in hoeverre deze compenseren voor onze eigen zondeschuld. Want het zijn niet alleen anderen die ons iets aandoen; anderen lijden ook door wat wij hen aandoen of waarin we nalatig zijn. Zondebesef behoort ons ertoe te brengen God te zoeken om een oplossing van Hem te verwachten.

Tenslotte is er de ultieme fysieke straf voor alle aardbewoners:

"Het loon van de zonde is de dood ..." (Romeinen 6:23, NBV2004)

De dood is een gevreesde vijand voor ieder mens:

"En de laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood." (1 Korintiërs 15:26, WV1995)

Maar elke ware gelovige kan zekerheid hebben over het feit dat hij na zijn sterven eeuwig zal leven. Jezus zei tegen Maria bij het graf van haar broer Lazarus:

"... 'Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven ..." (Johannes 11:25-26, NBV2004)

Maar de dood blijft een onderdeel van de schuldvereffening voor elk mens. Het is een collectieve strafmaatregel voor de collectieve zondeschuld die de totale mensheid heeft tegenover haar Schepper. Deze straf is van toepassing op alle mensen, inclusief de gelovigen. Voor gelovigen is dit de enige straf die overblijft omdat Jezus voor alle andere straf is gestorven.

Zie ook onderwerp 'Straf in het hiernamaals' in hoofdstuk 'Hiernamaals'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017