3.4.6. Noach en de ark

Noach

Toch was er een man waar God nog op kon rekenen: Noach, de achterkleinzoon van Henoch. Van hem vertelt de Bijbel het volgende:

"Maar Noach vond genade in de ogen van de HEERE ... Noach was een rechtvaardig, oprecht man onder zijn tijdgenoten. Noach wandelde met God." (Genesis 6:8-9, HSV2010)

Uit het feit alleen Noach en zijn gezin de zondvloed overleefden zouden we kunnen concluderen dat alle andere aardbewoners behoorden tot de onrechtvaardigen. Toch moeten we voorzichtig zijn met zo'n conclusie, want we weten dat niet zeker. De Bijbel zegt niet dat Noach de ENIGE rechtvaardige, hoewel sommige Bijbelvertalingen dat wel zeggen. Nu er zoveel vertalingen beschikbaar zijn is het vaak goed uitkijken!

Ark

God vertelde Noach wat Hij van plan was te gaan doen en gaf hem de opdracht om een ark te bouwen.

"Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen... Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen. Maar met u zal Ik mijn verbond oprichten, en gij zult in de ark gaan, gij en uw zonen en uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u." (Genesis 6:13,17-18, NBG1951)

God gaf Noach een bouwbeschrijving voor de ark, waarvan enkele details in de Bijbel zijn opgenomen (Genesis 6:14-16). Waterbouwkundigen van tegenwoordig hebben aangegeven dat de verhoudingen tussen lengte, breedte en hoogte van de ark precies goed zijn voor optimale stabiliteit op het water. Is dat zo wonderlijk? God heeft immers overal verstand van! Het was in veel opzichten een opmerkelijke opdracht.

  • Het moest vooral een bijzonder groot schip worden. Vermoedelijk waren er in die tijd geen grote zeevlaktes. Daardoor was er tot die tijd waarschijnlijk geen behoefte aan zulke grote zeeschepen.
  • Bovendien blijkt uit Genesis 7:17 dat de ark op het droge land gebouwd werd, niet op of bij water. Dat maakte het tot een project dat de spotlust van de omwonenden moet hebben opgewekt.

Er is een groot geloof nodig om zo'n opdracht uit te voeren. En ook veel geduld en doorzettingsvermogen om een ongekend groot bouwproject uit te voeren.

"Maar met jou zal ik een verbond sluiten. Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je zonen." (Genesis 6:18, NBV2004)

Dieren in de ark

Alle diersoorten moesten in de ark verzameld worden. God wilde niet alleen de mensheid in stand houden, maar ook de diersoorten. Laten we niet vergeten dat God zijn levensadem ook aan de dieren had geschonken en ook later, na de zondvloed, een verbond met de dieren sloot (Genesis 9:10). Ook in een Psalm lezen we over Gods zorg voor dieren:

"... U redt mens en dier." (Psalm 36:7, WV1995)

Menselijkerwijs was het bijeenbrengen van de dieren een onmogelijke opgave. Dat wist God ook en daarom beloofde Hij Noach vooraf dat Hij zelf daarvoor zou zorgen.

"En van alle dieren moet je er twee in de ark brengen, om ervoor te zorgen dat die met jou in leven blijven. Een mannetje en een wijfje moeten het zijn. Van alle soorten vogels, van alle soorten vee en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, zullen er twee naar je toe komen; die zullen in leven blijven." (Genesis 6:19-20, NBV2004)

De omstanders moeten toch wel erg verbaasd zijn geweest toen ze die dieren naar de ark zagen lopen, hippen, kruipen en vliegen. Zou er dan niemand van hen op het idee zijn gekomen om met Noach en zijn familie mee te willen gaan? Ze wilden gewoon niet in de boot genomen te worden! Ze herkenden het wonder van God niet als een laatste waarschuwing.

"Het is beschamend te moeten opmerken dat dieren gemakkelijker te bewegen waren om in de ark te gaan dan de mensen." (Charles Finney)

Noach als geloofsgetuige

Noach wordt in Hebreeën 11 genoemd als een van de geloofsgetuigen:

"Door zijn geloof bouwde Noach, toen hem te kennen was gegeven wat er zou gebeuren, nog voordat dit voor iemand zichtbaar was, gehoorzaam een ark om daarmee zijn huisgenoten te redden. Zo veroordeelde hij de wereld en verwierf hij de gerechtigheid die voortkomt uit het geloof." (Hebreeën 11:7, NBV2004)

Als we Genesis 6 en 7 lezen valt het op dat Noach een doener was, een man die met God wandelde en uiting gaf van zijn geloofsvertrouwen door wat hij DEED:

"Noach deed alles zoals de HEER het hem had opgedragen. (Genesis 7:5, NBV2004)

Petrus beschrijft Noach als een 'prediker van de gerechtigheid' (2 Petrus 2:5, HSV2010) waaruit blijkt dat hij zijn geloof in God niet onder stoelen of banken stak. Natuurlijk werd zijn boodschap door zijn tijdgenoten verworpen en bespottelijk gemaakt. Het is niet minder dan een wonder van God dat Noach en zijn gezin het overleefd hebben om de ark te bouwen en klaar te maken met zoveel tegenstand van de mensen om hen heen.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017