3.4.5. Gewelddadige reuzen

Toename van de wereldbevolking

Voor de zondvloed was er waarschijnlijk een aangenaam, lenteachtig klimaat op de hele aarde, terwijl slechts een klein deel van het aardoppervlak met water bedekt was. De wereld had dus veel meer goed bewoonbare gebieden dan tegenwoordig. Bovendien waren de mensen veel vitaler en leefden ze veel langer dan nu, zodat ze veel kinderen konden krijgen. Daardoor kon de wereldbevolking zich in betrekkelijk korte tijd enorm uitbreiden en zich verspreiden over het hele aardoppervlak. Voorzichtige schattingen voor de tijd van de zondvloed leveren al snel een wereldbevolking van 5-20 miljard op.

Door de hoge leeftijden konden mensen een ongelofelijke hoeveelheid kennis en ervaring opdoen op allerlei gebied. Om een voorbeeld te geven: Noachs vader Lamech was nog een tijdgenoot van Adam! De mensen waren ongetwijfeld volledig op de hoogte van wat Adam en Eva in het paradijs hadden meegemaakt. Het was algemeen bekend wie God was en welk gedrag God van de mensen verwachtte, maar ook van de satan en tot welke levensstijl hij de mensen aanzette.

Gewelddadige wezens

"En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die z j uitgekozen hadden... In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die kinderen voor hen baarden; dit zijn de geweldenaars van oude tijden af, mannen van naam." (Genesis 6:1-2,4, HSV2010)

Volgens de meeste Bijbeluitleggers heeft de term 'Gods zonen' in dit Bijbelgedeelte betrekking op gevallen engelen, demonen dus. Deze gevallen engelen hebben reuzen verwekt bij vrouwen op de aarde, mogelijk een zeer groot aantal. Het Hebreeuwse woord 'nephilim' dat in de grondtekst gebruikt wordt (zie ook Numeri 8:33), betekent letterlijk 'gevallenen'. Veel meer details over de 'nephilim' zijn beschreven in het Boek van Henoch, een apocrief boek, dat als zodanig niet algemeen is aanvaard als een volledig betrouwbare bron.

Al deze gegevens bij elkaar laten een beeld zien van een satanisch machtsvertoon op aarde door middel van een groot aantal 'supermensen' die de wereldbevolking tiranniseerden. Ongetwijfeld keerden zij zich vooral tegen degenen die God trouw waren gebleven. Ik geloof dat de periode voorafgaande aan de zondvloed een tijd was van ongekende onderdrukking en vervolging van godvrezende mensen en een enorme ontplooiing van asociaal, zondig menselijk gedrag. Vandaar dat God zei:

"En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren." (Genesis 6:5, HSV2010)

Latere reuzen

De Bijbel spreekt over reuzen die op aarde hebben geleefd zowel voor als na de zondvloed. In alle gevallen worden ze in verband gebracht met gewelddadigheid en/of een agressieve houding tegenover Gods volk. In de tijd van Mozes, bij de verkenning van het land Kanaän werden ze al gesignaleerd:

"Ook zagen wij daar reuzen, Enakieten, die tot de reuzen behoren en wij waren als sprinkhanen in onze ogen en ook in hun ogen." (Numeri 13:33, NBG1951)

De Israëlieten deden het in hun broek van angst toen ze dit hoorden. Door hun ongeloof zouden ze weerloos zijn tegenover de reuzen, net als de mensen in de tijd van Noach. Maar Kaleb vertrouwde op Gods hulp en kracht, waardoor hij wist dat de reuzen nauwelijks een bedreiging vormden omdat God veel machtiger is dan alle duistere machten op de aarde:

"Kaleb, die wilde voorkomen dat het volk zich tegen Mozes zou verzetten, zei: 'We kunnen zonder probleem optrekken en het land in bezit nemen. We kunnen dat volk makkelijk aan.'" (Numeri 13:30, NBV2004)

Het is dus maar vanuit welk perspectief je naar de reuzen kijkt! Veertig jaar later, toen het volk in het beloofde land was aangekomen, vroeg Kaleb aan Jozua of hij het gebied in bezit mocht nemen waar de reuzen woonden. Hij zei:

"... Ik ben nu vijfentachtig jaar oud, maar nog altijd even sterk als op de dag dat Mozes me op verkenning stuurde. Ik ben nog even goed als toen in staat te vechten en het bevel te voeren. Geef me dus dit bergland dat de HEER me indertijd heeft beloofd. U hebt toen toch gehoord dat er Enakieten wonen, in grote en versterkte steden? Als de HEER me maar bijstaat zal ik ze wel meester worden, zoals hij heeft beloofd. Daarom is Hebron het erfdeel van Kaleb, de zoon van Jefunne, de Kenizziet, tot op de huidige dag, omdat hij volkomen trouw gebleven is aan de HERE, de God van Israël." (Jozua 14:10-12, NBV2004)

Onnodig te zeggen dat Kaleb de reuzen ook inderdaad heeft gedood. Daarmee werd het krachtigste bolwerk van de reuzen veroverd:

"De naam van Hebron was eertijds Kirjat-Arba; deze Arba was onder de Enakieten de grootste man. En het land rustte van de strijd." (Jozua 14:14, NBG1951)

Jozua had met het voltallige leger van de Israëlieten ook al een aantal van deze reuzen verslagen bij de verovering van Kanaän.

"Jozua roeide in die tijd ook de Enakieten uit die in de bergen van Juda woonden, in Hebron, Debir en Anab, en in de bergen van Israël. Hij doodde hen en liet hun steden aan de HEER. Er bleven in het land van Israël geen Enakieten meer over, behalve in Gaza, Gat en Asdod. (Jozua 11:21-22, NBV2004)

Toch doken er ook later weer reuzen op in de Gazastrook, een kustgebied waar de machten van de satan door de eeuwen heen veel macht hebben gehad om het volk van God te bestrijden. En we weten allemaal dat dit vandaag de dag nog steeds gebeurt! De bekendste reus is Goliat (1 Samuël 17) die de Israëlieten deed beven van angst. Maar er was een herdersjongen, David, die dicht bij God leefde en de godslasterlijke uitdaging van de reus aandurfde omdat hij op God vertrouwde. Hij sprak Goliat als volg toe:

"Jij daagt me uit met je zwaard en je lans en je kromzwaard,' antwoordde David, 'maar ik daag jou uit in de naam van de HEER van de hemelse machten, de God van de gelederen van Israël, die jij hebt beschimpt. Maar vandaag zal de HEER je aan mij uitleveren: ik zal je verslaan en je hoofd afhouwen, en ik zal de lijken van de Filistijnen aan de aasgieren en de hyena's ten prooi geven, zodat de hele wereld weet dat Israël een God heeft." (1 Samuël 17:45-47, NBV2004)

Wat een grote woorden van een simpele herdersjongen! Maar iedereen had hem onderschat. Samen met God was hij machtiger dan de sterkste reus. Verderop in de Bijbel komen we nog eenmaal zo'n reus tegen (2 Samuël 21:16), maar daarna niet meer.

Bovendien is het interessant om te noemen dat in oude volksverhalen in alle delen van de wereld verhalen voorkomen over reuzen, die een lichaamslengte hadden van 3-5 meter. Ze worden steeds beschreven als gewelddadige wezens met buitengewone kracht en kennis. Ook in de mythologieën uit de oudheid (bijvoorbeeld de Griekse mythologie) komen we halfgoden tegen, die zijn verwekt door een mens en een god.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013