3.4.3. Kaïn en zijn nageslacht

Kaïn

We weten niet wanneer de moord op Abel plaatsvond en hoe groot de menselijke familie zich intussen had uitgebreid en verspreid. Adam en Eva hadden toen waarschijnlijk al veel meer kinderen gekregen en zelfs kleinkinderen, die zich ergens anders hadden gevestigd en een bestaan opgebouwd. God had hen immers de opdracht gegeven om de aarde te bevolken (Genesis 1:28). Niet voor niets was Kaïn bang dat hij vijandig gezinde mensen zou tegenkomen als hij ergens anders heen zou gaan.

"Daarna trok Kaïn weg uit de nabijheid van de HEER en vestigde zich in het land Nod, ten oosten van Eden." (Genesis 16, WV1995)

Toen Kaïn moest wegvluchten uit zijn woonplaats nam hij waarschijnlijk zijn vrouw en kinderen mee. Zijn vrouw moet een van zijn naaste familieleden zijn geweest, dat kan natuurlijk niet anders. En de familie van Kaïn zou zich nog verder uitbreiden. In de eerste hoofdstukken van Genesis worden alleen de kinderen genoemd die een opvallende rol hebben gespeeld in de samenleving van toen. Zo komen we bij een van Kaïns zonen: Henoch (voor alle duidelijkheid: NIET degene die verderop in Genesis beschreven wordt als de Henoch die met God wandelde).

"Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Henoch ter wereld. Kaïn was toen een stad aan het bouwen en hij noemde die Henoch, naar zijn zoon." (Genesis 4:17, NBV2004)

Kaïn nam afstand van het plattelandsleven van zijn familieleden. Hij werd waarschijnlijk de eerste stedenbouwer toen zijn familie zich steeds verder uitbreidde.

Een stad kan in deze geschiedenis (en trouwens ook in veel andere Bijbelse geschiedenissen) gezien worden als een symbool van menselijke macht, van eigen kunnen, van trotse onafhankelijkheid van God, een omgeving waar de zonde zich gemakkelijk kan ontwikkelen.

Lamech & zonen

De nakomelingen van Kaïn waren vast geen lieverdjes. De Bijbel geeft ons een korte anekdote van een achter-achter-achterkleinzoon van Kaïn, die Lamech heette. Deze man was waarschijnlijk een invloedrijk persoon en zeker een gevreesd man binnen het volk van Kaïn. We lezen van hem dat hij twee vrouwen had, Ada en Zilla (Genesis 4:19) waarschijnlijk in afwijking van de norm om als man slechts één vrouw te hebben. Hij deed zijn uiterste best om zijn voorvader Kaïn te overtreffen in gewelddadigheid en was trots op zijn brute macht. Hij schepte erover op tegenover zijn beide vrouwen:

"Ik doodde een man om mijn wond en een jongen om mijn striem! Want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zeventig maal zevenmaal." (Genesis 4:23-24, HSV2010)

Iemand doden om een kleinigheid is zo ongeveer het toppunt van asociaal gedrag. Ik denk dat de beide vrouwen zelf ook geen leven hadden met zo'n bruut in huis! Ze wisten wat er met hen zou gebeuren als ze manlief ook maar één strobreed in de weg zouden leggen...

Deze anekdote staat wellicht in de Bijbel om een bekend principe van de zonde te illustreren: als zonde niet gecorrigeerd wordt, gaat het van kwaad tot erger, net als een kwaadaardige ziekte die uiteindelijk tot de dood leidt.

In Genesis 4:20-22 lezen we dat Lamech drie ondernemende zonen had. Jabal werd de eerste tentenmaker en Jubal werd de eerste musicus. Tubal werd de eerste smid die zwaarden kon maken waarmee nog meer moorden gepleegd konden worden. Zo zien we hoe het volk van Kaïn zich vermenigvuldigde, allerlei technische ontwikkelingen meemaakte en zich verder ontwikkelde tot een goddeloze, gewelddadige samenleving.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017