3.4.1. Kaïn en Abel

Kaïn en Abel: twee denkwijzen

De geschiedenis van Kaïn en Abel is een duidelijke illustratie van de manier waarop de zonde is voortgewoekerd in het menselijke geslacht. De Bijbel maakt ons keer op keer duidelijk dat ogenschijnlijk kleine zonden gemakkelijk kunnen uitgroeien tot grote zonden en uiteindelijk tot de dood leiden, tenzij God tussenbeide komt.

Adam en Eva hebben gedurende hun lange leven waarschijnlijk heel wat kinderen gekregen, zowel zonen als dochters. Kaïn was hun oudste zoon. Mogelijk was Abel de tweede, maar helemaal zeker is dat niet.

"De man had gemeenschap met zijn vrouw Eva, zij werd zwanger en kreeg een zoon, Kaïn. 'Met hulp van de Heer,' zei ze, 'heb ik een zoon ter wereld gebracht.' Daarna kreeg ze nog een zoon, Abel, de broer van Kaïn. Abel werd schaapherder en Kaïn landbouwer." (Genesis 4:1, GNB1996)

Deze beide mannen vertegenwoordigden twee verschillende denkwijzen en handelswijzen, die zich ontwikkelden tot twee levensprincipes die lijnrecht tegenover elkaar stonden:

  1. Abel: het leven in toegewijde afhankelijkheid van God (geloof)
  2. Kaïn: het leven in onverschillige onafhankelijkheid van God (lege godsdienstigheid)

"En het gebeurde na verloop van dagen dat Kaïn van de opbrengst van de aardbodem aan de HEERE een offer bracht." (Genesis 4:3, HSV2010

Kaïn en Abel waren gewend om God een offer te brengen. Zij deden dit 'na verloop van dagen'; in de grondtekst staat letterlijk 'aan het eind van de dagen' en dat geeft aanleiding tot de gedachte aan offers op vaste tijden. Er werden offers gebracht om de relatie met de Schepper te onderhouden

Offer van Kaïn

Als eerste wordt Kaïn genoemd, want hij was de oudste van de twee broers. Daar kwam hij aan met zijn bosje uien of wat hij maar had meegepakt van de landbouwproducten die hij geoogst had uit de aarde, die door God vervloekt was. Uit zijn offer is af te leiden dat hij niet erg zijn best deed om God het allerbeste te geven. Zijn offer was een weerspiegeling van wat er in zijn hart leefde en van de geringe plaats die God daar innam. Hij koos voor het recht om zelf uit te maken wat hij wilde doen, maar wilde toch wel een beetje godsdienstig blijven om God tevreden te stellen.

Kaïn begreep niets van de noodzaak van een bloedoffer en zag niet de noodzaak tot vergeving van zonden en het onderhouden van een goede relatie met God. En toewijding was er al helemaal niet, zoals uit alles blijkt. Kaïn is het beeld van de naamchristen die best wel bereid is kerkelijke activiteiten uit te voeren, maar in diepste wezen zelf de dienst wil uitmaken in zijn leven en geen innige verbondenheid met God heeft. Kaïn bood God alleen de resultaten van zijn eigen inspanningen aan. Daarmee liet hij zien dat hij geen begrip had van de geestelijke dingen. God haf hem door en wees het offer af. En Kaïn wist het...

"... op Kaïn en op zijn offer sloeg Hij geen acht." (Genesis 4:5, HSV2010

Offer van Abel

"Ook Abel bracht een offer, van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet..." (Genesis 4:4, HSV2010)

Abel had begrepen dat een bloedoffer nodig was om verzoening met God te bewerkstelligen. Abel gaf 'een van de eerstgeborenen van zijn kleinvee', hij had het beste uitgezocht om aan God te geven. Ook de toevoeging 'en van hun vet' getuigt ervan dat hij het allerbeste aan God wilde geven.

Een dierenoffer laat een offeraar niet onbewogen. Het zien sterven van een dier laat zien hoe ernstig de gevolgen van de zonde zijn: een onschuldig dier moet boeten voor de zonden van een mens...

"Door zijn geloof heeft Abel God een offer gebracht dat beter was dan dat van Kaïn. Om zijn geloof verklaarde God hem rechtvaardig en aanvaardde hij zijn gaven..." (Hebreeën 11:4, GNB1996)

Geloof van Abel

Abel werd niet een rechtvaardig man omdat hij zo'n mooi offer bracht, maar vanwege zijn geloof in God dat eruit sprak. Dat offer was een uiting van zondebesef, afhankelijkheid, eerbied en aanbidding. Bij het brengen van offers gaat het dus in de eerste plaats om de houding van het hart. Er is maar één houding van het hart waarmee een mens 'overkomt' bij God: die van geloof. Geloof omschrijf ik het liefst met het noemen van vier aspecten, zoals we dat vaker in 'Herschepping' tegenkomen:

zielsaspect geloofsaspect innerlijke houding
verstand geloofszekerheid - accepteren wat God zegt als waarheid en norm
- de noodzaak inzien van zonden belijden
gevoel geloofsbeleving - de omgang met God zoeken
- je geluk en heil van God verwachten
wil geloofskracht - toegewijd zijn aan God
- bereid zijn om te doen wat God wil
gedrag geloofspraktijk - gerechtigheid doen
- God en medemensen liefhebben

Geloofsaspecten

Deze geloofshouding was totaal afwezig bij Kaïn. Abel wist in zijn hart dat God zijn offer had aanvaard. Kaïn wist ook heel duidelijk dat God zijn offer niet accepteerde en dat van Abel wel. Hoe zij beiden dit wisten vermeldt de Bijbel niet. Waarschijnlijk was het een intuïtief weten, omdat God bijna altijd met mensen communiceert via hun intuïtie, hun geestelijke zintuig. Sommige Bijbeluitleggers suggereren dat er mogelijk een zichtbaar teken moet zijn geweest, maar dat is niet meer dan een vermoeden.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017