3.1.1. Opstand en val van de satan

Zelfverheffing en opstand

Over de oorsprong van de satan geeft de Bijbel nauwelijks rechtstreekse informatie. Wel weten we dat hij door God geschapen is als een hooggeplaatste engel. Verder zijn er profetieën waardoor een tipje van de sluier wordt opgelicht. In Ezechiël 28 lezen we een klaaglied over de ondergang van de trotse vorst van Tyrus. De meeste Bijbeluitleggers zien hierin ook een figuurlijke beschrijving van de zondeval van de satan:

"... Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen ... Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg ... Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt ..." (Ezechiël 28:12-17, NBV2004)

Op grond van dit Bijbelgedeelte lijkt het erop dat de satan in het begin een cherub was geweest, mogelijk zelfs de machtigste, en dat hij eerst een onberispelijke levenswandel had. Deze beschrijving stijgt uit boven het niveau van aardse machthebbers, zodat de relatie met de satan gemakkelijk gelegd is. De profeet Jesaja beschrijft een vergelijkbare profetie over een andere trotse vorst: de koning van Babel.

"O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon... ik evenaar de Allerhoogste, Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put." (Jesaja 14:12-15, NBV2004)

De term 'ster' wordt in de Bijbel wel meer gebruikt waar het over hemelse wezens gaat (Job 38:7). In dit Bijbelgedeelte zien we een symbolische beschrijving van de torenhoge ambities van de satan, namelijk dat hij uiteindelijk zelf Gods heerschappij over de schepping wilde overnemen. Hij had wel lef!

Conflict in de hemel

Toen de satan trots was geworden en onafhankelijk van God voor zichzelf wilde beginnen, was er voor hem geen plaats meer in de hemel, het centrum van de goddelijke macht. De heilige God en de onheilige satan konden immers niet naast elkaar bestaan op dezelfde locatie. Er ontstond een hevig conflict in de hemel. Het resultaat was dat een aanzienlijke minderheid van de engelen partij koos voor de satan, terwijl de overige engelen God trouw bleven. Dit kan worden geconcludeerd uit een van de visioenen van de apostel Johannes:

"Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak (=de satan), met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. et zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. ..." (Openbaring 12:3-4, NBV2004)

Er werd oorlog gevoerd tussen Gods engelen en de engelen van de satan. Dat was een buitengewoon ernstige situatie. De strijd werd in het nadeel van de satan beslist. Gods vijand en zijn demonen werden hardhandig uit de tegenwoordigheid van God verwijderd. Dit was de zondeval in de geestelijke wereld: de zonde van opstandigheid tegenover God, het verlies ban zijn hoge positie in de hemel en een vernederende val.

"Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak (=de satan). De draak en zijn engelen boden weerstand maar werden verslagen: sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer." (Openbaring 12:7-8, NBV2004)

In het Bijbelboek Job lezen we dat de satan wel de mogelijkheid bleef houden om in de hemel bij God te verschijnen. We kunnen de bovenstaande tekst dus het beste uitleggen door te stellen dat de satan na de oorlog in de hemel geen MACHT meer had in de hemel.

Ik veronderstel dat de satan een bepaald gebied in de geestelijke wereld kreeg toegewezen om te vertoeven, ver van de troon van God. Dat werd de geestelijke verblijfplaats voor de satan en zijn demonen. Deze geestelijke wezens moesten ergens in de geestelijke wereld een plekje hebben, maar waren niet meer welkom in de hemel.

De 'allerdiepste put' (uit Jesaja 14:15) is een uitdrukking die ook gebruikt wordt voor de plaats die voor de satan werd gereserveerd. Die plaats kan worden gezien als de laagste hemelsfeer, als tegenhanger van de hoogste hemel, waar God troont. In Openbaring 9:11 wordt de satan de 'engel van de afgrond' genoemd. De begrippen 'hoog' en 'laag' zijn in de eerste plaats morele begrippen, zoals we dat ook kennen in ons dagelijkse spraakgebruik. We hebben het dan bijvoorbeeld over hoogstaande eigenschappen en laaghartige personen.

Satan naar de aarde

"De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid." (Openbaring 12:9, NBV2004)

De opstandelingen werden dus verdreven uit de hemel en op de aarde geworpen. In de hemel hadden ze geen machtsbasis meer, maar hen werd wel toegestaan om op de aarde te proberen macht uit te oefenen. Op zijn zachtst gezegd was dat een grote vernedering en een gevoelige degradatie. De aarde is immers van een lagere orde dan de hemel. Een profetie van Jesaja over Babel vertoont veel overeenkomst met de hiervoor beschreven gebeurtenis:

"O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon... ik evenaar de Allerhoogste, Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put." (Jesaja 14:12-15, NBV2004)

De hemel als woonplaats van God was dus gezuiverd van de invloed van de satan. Het strijdterrein van de kosmische oorlog werd verplaatst van de hemel naar de aarde die intussen geschapen was. De satan had de strijd in de hemel verloren en de troon van het heelal bleef onveranderlijk in Gods handen. De satan moest met een nieuwe strategie komen: via de aarde de hemel veroveren. Dus richtten de satan en zijn demonen hun aandacht geheel op de aarde als hun prooi en uitvalsbasis.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013