3.2.8. Verbannen uit het paradijs

Dood, verderf en degeneratie

"Het loon van de zonde is de dood..." (Romeinen 6:23, NBV2004)

Adam en Eva moesten na de zondeval nog meer incasseren, namelijk het 'loon op de zonde', de royale beloning van de satan aan zijn loyale onderdanen: de dood. De aartsleugenaar werd ontmaskerd. De dood deed zijn intrede. De lichamen van Adam en Eva werden onderworpen aan ziekte, verderf en dood. Dood betekent niet in de eerste plaats dat het lichaam zal sterven, maar een geestelijke dood die ontstaat door verwijdering van de God van het leven. Van deze geestelijke dood had God gezegd:

"... want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven..." (Genesis 2:17, HSV2010)

Het mensenpaar had gekozen voor de doodsboom en dus voor de dood. Buiten God is er geen leven, alleen de dood blijft dan over. De vanzelfsprekende harmonie met God, met elkaar en met zichzelf werd verbroken. Ze wilden zo graag onafhankelijk van God zijn. Ze ontvingen wat ze begeerd hadden en zouden het dus ook zonder Gods heerlijkheid moeten doen waarmee zij geschapen waren. Na deze degeneratie waren zij extra kwetsbaar geworden voor de verleidingen van hun eigen begeerten. Al hun nakomelingen zouden met diezelfde degeneratieverschijnselen geboren worden, zodat ze uit zichzelf onvoldoende verweer zouden hebben tegen verleidingen tot zonde.

God

Degene die het meeste moest inleveren was ... God zelf. We denken bij de zondeval altijd aan onszelf en in wat voor ellende de mensheid terecht is gekomen. Maar laten we het eens proberen van Gods kant te bekijken. In de eerste plaats was God ongekend heftig in zijn eer aangetast. De Schepper had letterlijk alles uit de kast gehaald om het mensenpaar te voorzien van alles wat het mensenhart kon begeren. Via de levensboom had God hen de hoogst denkbare vorm van leven en levenskracht aangeboden. En wat was hun reactie? Het serpent hoefde maar een paar leugens te sissen en het was uit met hun loyaliteit voor God. Nog nooit in de geschiedenis heeft iemand zo'n diepe vernedering en afwijzing meegemaakt als God. Nog nooit is iemand ooit op zo'n onbeschofte manier aan de kant gezet als de Schepper van het leven, de meest edele en liefdevolle Persoon die ooit heeft bestaan. Waar had God dat aan te danken?

In de tweede plaats was God zijn vertegenwoordiger op aarde kwijt, zijn onderkoning die voor zijn mooie schepping zou zorgen. De aarde, Gods sieraad en trots, was in handen van de tegenstander gevallen, die niets liever wilde dan de hele wereld de afgrond inslepen. Toen al wist God dat er maar één manier was om de zaak te redden, namelijk door zijn eigen leven op te offeren voor de mensheid. En de Schepper was daartoe bereid. Wat een contrast tussen de Schepper en zijn schepselen. God was bij de zondeval immens veel kwijtgeraakt. Om zijn schepping te redden was Hij bereid om nog veel meer prijs te geven: zijn eigen Zoon. Zullen wij ooit de diepte van Gods schepperliefde bevatten?

Kleding

"God, de Heer, maakte voor de mens en zijn vrouw kleren van dierenvellen en trok hun die aan." (Genesis 3:21, NBV2004)

God maakte persoonlijk een fatsoenlijk stel kleren voor Adam en Eva, van dierenvellen. Daarvoor moesten er dieren (runderen of schapen?) worden gedood om de mensen van kleding te voorzien zodat ze hun naaktheid konden bedekken. Heeft God hen daarbij geleerd hoe ze een ritueel van dierenoffers moesten uitvoeren, zodat ze dat later zelf ook konden uitvoeren en hun kinderen konden leren hetzelfde te doen. In de Bijbel lezen we verderop dat hun zonen Kaïn en Abel later ook aan God zouden offeren.

God doet nooit iets voor niets en alles wat God doet heeft een diepere betekenis. Bij het dierenoffer moest bloed vloeien om plaatsvervangend verzoening te brengen tussen God en de offeraar.

"... zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats." (Hebreeën 9:22, HSV2010)

De kleding, gemaakt van de dierenhuiden, zou hun schaamte bedekken. Dat was een symbool van het bedekken van hun zonden.

Later zou God aan het volk Israël de opdracht geven om allerlei offerrituelen uit te voeren om de relatie met God goed te houden. Die offerrituelen zouden een voorafschaduwing zijn van het definitieve offer: Gods eigen Zoon. Daardoor gaf God de mogelijkheid aan de mensen om hun zonden te laten bedekken en 'bekleed te worden met Jezus'.

"Want allemaal bent u in Christus gedoopt, met Christus bekleed." (Galaten 3:27, WV1995)

Verbannen

Het ergste voor de mens was de verwijdering die er was ontstaan ten opzichte van God. Het mensenpaar had gekozen voor de doodsboom en had de levensboom links laten liggen. Daardoor moest hen voorgoed de toegang tot de levensboom worden ontzegd. Je kunt maar van één van de twee bomen eten. Je kunt kiezen voor het leven of voor de dood, niet voor allebei.

"Toen dacht God, de Heer: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. Daarom stuurde Hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen. En nadat Hij hem had weggejaagd, plaatste Hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken." (Genesis 3:22-24, NBV2004)

Daar gingen Adam en Eva, steeds verder weg van de levensboom, steeds verder weg van God. Een cherub, een van Gods troonbewakers, zou de levensboom bewaken met een vlammend zwaard als teken van Gods rechtvaardige toorn over de zonde, zodat niemand er met zijn vingers aan zou komen. De toegang tot Gods troon, tot herstel van de relatie met God, tot het verkrijgen van goddelijk, geestelijk eeuwigheidsleven, was versperd. Een tweede keus was er niet voor Adam en Eva. Het was voorbij.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017