3.2.7. Verantwoording voor de zondeval

God ging zich vervolgens uitspreken over de serpent, Eva en Adam. Van minst schuldig naar meest schuldig.

Serpent

"Toen zei de HERE God tegen de slang: 'Ik zal je hiervoor straffen. Je zult vervloekt zijn onder alle dieren op aarde, je hele verdere leven zul je op je buik door het stof kruipen.'" (Genesis 3:14, HB2008)

Het ellendige beest zou het voortaan zonder pootjes moeten doen en stof moeten happen bij het kruipen over de grond. Gods vervloeking van het serpent was vooral een flinke vernedering voor de satan, die juist dat intelligente dier als zijn logo had uitgekozen. Het is bepaald niet eervol om geïdentificeerd te worden met een ... door het stof kruipende slang!

Maar God was nog niet klaar met de satan, die het serpent als zijn instrument had ingezet. Hij had Eva verleid en ook als was het HAAR keuze geweest om God ongehoorzaam te zijn, de satan werd verantwoordelijk gesteld voor ZIJN aandeel in de affaire. Hij had Gods mooie schepping een vernietigende slag toegebracht en God op zijn hart getrapt. Daarom verklaarde God de satan medeschuldig aan wat er was gebeurd.

Eva

"Na die woorden zei God tegen de vrouw: 'Met veel pijn en moeite zul je kinderen krijgen. Je zult verlangen naar je man en hij zal over jou heersen'." (Genesis 3:16, HB2008)

Eva werd door God aangesproken op haar eigen verantwoordelijkheid voor haar zondekeuze door van de verboden vruchten te eten. Daarmee had ze laten zien dat ze onafhankelijk van God wilde zijn. Bovendien had ze Adam tot dezelfde zonde verleid. Mede door haar zou haar nageslacht moeten lijden onder de vloek over het menselijke geslacht. Nu zou zij ook pijn moeten lijden als zij kinderen ter wereld zou brengen en door haar toedoen zouden alle vrouwen na haar pijnlijke bevallingen moeten meemaken.

Eva had een grote fout gemaakt door de beslissing niet aan haar man over te laten. Daarom benadrukte God aan Eva dat haar man haar meester zou zijn. Als eerst geschapene was Adam al de aangewezen leider, maar hier zou het kunnen gaan om een verdere inperking van haar zelfbeschikkingsrecht ten opzichte van het verleden. Op zijn minst werd de leidende rol van Adam onderstreept. Dit zou moeten zorgen voor een stuk bescherming van haar kwetsbare natuur, niet in de minste plaats van haar kwetsbaarheid tegenover verleidingen.

"En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen." (1 Timoteüs 2:14, NBG1951)

Maar het gevolg was ook dat door de eeuwen heen vrouwen veel treurige vormen van onderdrukking door mannen hebben ondergaan. Dit was natuurlijk nooit Gods bedoeling geweest. De genoemde uitspraak van God kan onmogelijk een excuus zijn voor autoritair of gewelddadig gedrag van mannen tegenover vrouwen.

Adam

"Tegen Adam zei Hij: 'Omdat je naar je vrouw hebt geluisterd en ondanks mijn waarschuwing toch van de boom hebt gegeten, zal ik de aardbodem vervloeken. Voortaan zul je hard moeten werken om in leven te blijven. Er zullen dorens en distels groeien en van de wilde planten zul je eten. Tot de dag van je dood zul je zwetend het land bewerken om te kunnen leven. Dan zal je lichaam vergaan tot het stof van de aarde. Want uit stof ben je gemaakt en tot stof zul je weer worden'." (Genesis 3:17-19, HB2008)

God nam het Adam zeer kwalijk dat hij naar zijn vrouw had geluisterd en zich niet als een verantwoordelijke leider had gedragen. Hij werd duidelijk verantwoordelijk gesteld voor hun beider keuze. In het Nieuwe Testament lezen we dan ook dat we niet door Eva, maar door Adam in zonde zijn gevallen! (Romeinen 5:14; 1 Korintiërs 15:22): hij was hoofdverantwoordelijk.

Adam onderging een nog grotere vernedering dan Eva: vanwege hem zou voortaan de aardbodem vervloekt zijn, met alle gevolgen van dien. Bedenk wel van welke enorme hoogte hij was gevallen: hij was koning over de aarde namens God, bekleed met Gods heerlijkheid en macht. Nu was hij een verrader geworden door zijn koninkrijk te verkwanselen aan Gods tegenstander. Hij was koning over de aarde geweest, maar hij moest voortaan in de grond wroeten om zijn eten bij elkaar te schrapen. Wat een afgang!

Nieuwe fase in de kosmische strijd

God had tegen het serpent gezegd:

"De vrouw en jij, en al jullie nakomelingen, zullen vijanden zijn. Een van haar nakomelingen zal jouw kop verbrijzelen en jij zult zijn hiel verbrijzelen'." (Genesis 3:15, HB2008)

Met die woorden verklaarde God de oorlog aan de geestelijk macht achter het serpent, de satan zelf. Deze had de mensheid in zijn macht gekregen, maar Adam en Eva zouden nakomelingen krijgen, waar hij het knap moeilijk mee zou krijgen. Hij zou hen maar beperkte schade kunnen toebrengen (de hiel vermorzelen), terwijl het hemzelf de kop zou gaan kosten (Genesis 3:15). Uiteindelijk zou hij, evenals het serpent, geen poot meer hebben om op te staan!

Toch was er wel een merkwaardige situatie ontstaan. Door de zondeval van Adam en Eva waren ze Gods vijanden geworden en bondgenoten van de satan. Voorheen had de satan gekozen voor onafhankelijkheid van God en daarna hadden Adam en Eva precies hetzelfde gedaan. De satan was verbannen uit het troongebied in de hemel zodat hij daar geen enkelei invloed meer zou hebben. De mensheid was vervloekt en moest het voortaan doen zonder de beschermende en zegenende heerlijkheid van God. De satan en de mens waren dus bondgenoten geworden en lotgenoten in de vervloeking door God. Maar nu zette God vijandschap tussen deze bondgenoten, tussen de satan en de mensheid. En dat is maar goed ook, want anders zou er geen hoop meer zijn voor de mensen en zouden ze voor eeuwig slaven zijn van de tirannieke macht van de satan. Hoe vreemd het ook mag klinken, deze vijandschap betekende redding en hoop voor de mensheid. Want dat betekende dat God de mensheid niet had afgeschreven, maar dat Hij haar te hulp kwam! En dat was GOED NIEUWS!

Hiermee was een nieuwe fase begonnen in de al eerder begonnen kosmische strijd tussen het rijk van God en het rijk van de satan. Gedurende deze fase zou niet de hemel, maar de aarde het strijdtoneel zijn. De mensen die toch loyaal aan God zouden zijn, zouden Gods leger op aarde vormen. Zij zouden Hem vertegenwoordigen en toch nog iets van zijn heerlijkheid afstralen, ook al was het maar heel zwak en beperkt. Maar door dit zwakke leger zou God grote daden gaan doen. Altijd zou het volk van God in een strijdsituatie verkeren, totdat eens in de eindtijd de strijd definitief tot een einde zal komen. We denken daarbij aan de voortdurende strijd die het volk Israël zou moeten voeren tegen de omwonende volken. Ook denken we aan Jezus, die aan het kruis de overwinning over de satan zou behalen:

"Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd." (Kolossenzen 2:15, HSV2010)

Tenslotte denken we ook aan de Gemeente van Jezus, die geestelijke strijdvoering tegen zijn rijk zou gaan voeren en die hem zou gaan overwinnen in Jezus' naam:

"En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren..." (Romeinen.16:20, HSV2010)

"En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood." (Openbaring 12:11, NBG1951)

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017