3.2.6. Wegkruipen voor God

Naakt

"Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van." (Genesis 3:7, NBV2004)

Direct na de zondedaad werden Adam en Eva zich bewust van hun naaktheid. Niet omdat ze het ineens vervelend vonden om zonder onderbroek rond te springen, maar omdat ze zich ineens zo vreemd kwetsbaar voelden. Voor die tijd waren ze voor het oog ongekleed, maar wel hadden ze een uitstraling van Gods glorie. We zouden dat een soort geestelijk kledingstuk kunnen noemen. We weten uit het boek Openbaring dat de mensen er in de hemel niet naakt bij lopen, maar dat ze bekleed zijn met witte (geestelijke) kleding (Openbaring 3:4-5,18; Openbaring 4:4). Dat is een teken van hun verkregen reinheid en waardigheid. In de hemel is kleding er niet voor om iemands naaktheid te bedekken, maar om iemands geestelijke rijkdom te openbaren. Toen Gods glorie als geestelijk kledingstuk van Adam en Eva was weggevallen, stonden ze 'in hun hemd'. Ja nog erger: alleen hun kale naaktheid bleef over en dat gaf een natuurlijk schaamtegevoel, waardoor ze al snel op het idee kwamen om van grote bladeren iets als schorten te maken. Je vraagt je af hoe ze erachter kwamen welke lichaamsdelen ze moesten bedekken om er minder bloot uit te zien. Kennelijk voelden ze dat instinctief aan.

Wegkruipen

"Toen de mens en zijn vrouw God, de Heer, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor Hem tussen de bomen. Maar God, de Heer, riep de mens: Waar ben je?' ..." (Genesis 3:8-9, NBV2004)

In de avond, toen het tijd was voor de avondwandeling met God, kropen Adam en Eva ook nog eens weg in de bosjes. Dat kwam natuurlijk voort uit hun schuldgevoel en het angstige besef van de verwijdering die er tussen God en hen was ontstaan. De prachtige band tussen God en Adam en Eva was verbroken en ze wisten niet hoe ze met de nieuwe situatie moesten omgaan. Ze zochten God niet op, ze kropen gewoon weg omdat ze geen mogelijkheid zagen om het met God weer in orde te maken. Daarvoor was hun schuld te groot. God had gezegd dat ze zouden sterven. Adam en Eva bereidden zich voor op het ergste. Wat zou God met hen gaan doen? Ze beefden voor de toorn van de Almachtige!

Daar kwam God aan en zijn stem klonk vreemd tussen de bomen door: "Adam, waar ben je?" riep God, ongetwijfeld met een diep verdriet in zijn stem. Het valt op dat God Adam aanspreekt als de hoogst verantwoordelijke persoon. Natuurlijk wist God waar Adam en Eva waren, maar God zocht hen omdat Hij hen kwijt was. Het was een vraag waarmee God zijn intense pijn uitsprak vanwege de verwijdering die door de zonde was ontstaan. De mensen kropen weg voor God en zochten God niet, maar God zocht de mensen. Zo is het daarna ook altijd geweest en zo is het nog steeds. Gelukkig dat God blijft roepen!

Verstoppertje

"... Maar God, de Heer, riep de mens: Waar ben je? Hij antwoordde: 'Ik hoorde U in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.' 'Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?'" (Genesis 3:9-11, NBV2004)

Adam reageerde onbeholpen op de roepstem van God: "We kruipen weg omdat we naakt zijn." Hij wist heel goed dat het daar niet om ging, maar om de zonde die hij bedreven had, en dat hij DAAROM met de billen bloot moest, in figuurlijke zin wel te verstaan. Maar oprechte schuldbelijdenis is moeilijk, dat weten we allemaal. Als wij gezondigd hebben komen we ook vaak met smoesjes bij God aan of proberen we andere mensen of omstandigheden de schuld te geven. Zo ook Adam en Eva. God zei onmiddellijk waar het om ging: "Je hebt zeker van de verboden boom gegeten, nietwaar?"

"De mens antwoordde: 'De vrouw die U hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.' Waarom heb je dat gedaan?' vroeg God, de Heer, aan de vrouw. En zij antwoordde: 'De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten'." (Genesis 3:12-13, NBV2004)

Eerst werd Adam door God aangesproken omdat hij de verantwoordelijke was voor hen beiden. Deze gaf zijn verantwoordelijkheid voor de zonde niet toe, maar probeerde zich achter Eva te verschuilen. "Ik kon het niet helpen. De vrouw, die U me hebt gegeven, heeft me verleid." Horen we daarin ook een toon van verwijt aan God, die hem een vrouw zou hebben gegeven die niet deugde? In het Bijbelboek Job wordt dit voorval aangehaald:

"... indien ik als Adam mijn overtreding bedekt heb, door mijn schuld in mijn boezem te verbergen." (Job 31:33, NBG1951)

Daarna richtte God zich tot Eva. Ook zij gaf haar schuld niet toe maar verschool zich onmiddellijk achter het serpent: "Ik kon het niet helpen. Dat beest heeft me verleid!"

Had God zich soms vergist en had Hij eerst het serpent moeten aanspreken? Nee, God vergist zich nooit. Adam, als leider en vertegenwoordiger van de mensheid, was de hoofdverantwoordelijke voor de zondeval die consequenties zou hebben voor alle aardbewoners. Vervolgens Eva, die de knoop had doorgehakt en de verkeerde beslissing had genomen. Tenslotte het serpent, die Adam en Eva had overgehaald om voor de satan te kiezen. Dit fraaie trio zou van God flink de wind van voren krijgen...

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013