2.3.12. Gedrag en levensstijl

schema gedrag en levensstijl

Gedrag

Het verstand, het gevoel en de wil worden in veel geschriften genoemd als de belangrijkste functies van de menselijke ziel. In 'Herschepping' hanteren we nog een vierde functie: het gedrag. Hiermee voer je uit wat je met je verstand hebt overdacht, waar je gevoel zijn mening over heeft gegeven en wat je wil uiteindelijk heeft besloten. Het gevolg is dat je bijvoorbeeld iets gaat bedenken, zeggen of doen.

Terwijl de wil bepaalt WAT je gaat doen, bepaalt het gedrag HOE je het gaat doen. De manier, waarop je uiting geeft aan wat in je leeft, wordt door allerlei factoren bepaald. Het heeft te maken met wat je gedurende je leven tot dusver hebt geleerd, maar ook met wat acceptabel is in de gegeven omstandigheden. Ook heeft het te maken met je persoonlijke smaak en stijl binnen de beperkingen van je lichaam en van de middelen die je tot je beschikking hebt.

Levensstijl

Je levensstijl is bepalend voor het totale voorkeursgedrag, dat je jezelf in de loop der jaren hebt aangeleerd. Je levensstijl is dus als het ware het product van wat er in je hart leeft en dat zich uit in een manier van leven.

Alle dingen die je in je leven ooit meemaakt zijn als het ware bouwstenen voor je levenservaring. Ze worden allemaal opgeslagen in je geheugen. Zelfs VOOR je geboorte is dat proces al begonnen. Door herhaaldelijk hetzelfde te doen, ontstaan gedragspatronen of gewoonten. Hoe vaker je iets op dezelfde manier doet, hoe meer je geneigd bent om het een volgende keer weer precies zo te handelen. Daardoor kun je heel veel dingen routinematig doen, zonder dat je er bij hoeft na te denken. Mensen doen verreweg het meeste uit routine, slechts een klein deel doen ze bewust. Voorbeelden van sterk routinematige handelingen: lopen, fietsen, een muziekinstrument bespelen, maar ook: standaardreacties op bepaalde gebeurtenissen. Maar al deze dingen hebben we ooit moeten leren!

Gedrag, levensstijl en geloof

Als iemand zich tot God bekeert dan is het een heel natuurlijke zaak om te verlangen naar gedragsverandering. Je staat dan immers op het punt om door wedergeboorte een nieuw leven te krijgen in verbondenheid met Gods Geest. Daar horen nieuwe gedragingen en een nieuwe levensstijl bij.

Het geloof van de christen behoort zich uit te drukken in daden van liefde en gehoorzaamheid aan God en liefde voor de medemens. Geloof dat zich niet in daden uitdrukt, is volstrekt waardeloos.

"Zo is het ook met het geloof: als het niet tot daden komt, is het, op zichzelf genomen, dood." (Jakobus 2:17, GNB1996)

Geloofspraktijk

Geloofspraktijk is de gedragskant van het geloof. De geestelijke resultaten van de geloofspraktijk worden ook wel geestelijke vruchten genoemd. De belangrijkste geestelijke vrucht is een vorm van liefde, die je niet uit jezelf kunt opbrengen maar die van God komt. Dat is de zegenende liefde die geheel belangeloos is.

Het resultaat van dit alles is ook dat je als persoon steeds meer op Jezus gaat lijken. Je karakter gaat steeds meer trekken van Gods karakter krijgen. Heel veel aspecten van het geestelijk groeiproces hebben direct te maken hebben met je persoonlijke karakter met zijn sterke en zwakke kanten. Daarom is karakterverandering de basis voor de vernieuwde levensstijl van de gelovige.

Dit wordt allemaal uitvoerig uitgewerkt in 'Herschepping' deel 9 'Geloofspraktijk'.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017