2.2.4. Scheppingsdagen

In dit onderwerp gaan we alle zes scheppingsdagen langs en zien daarbij dat God veel van zichzelf heeft afgebeeld in de schepping. Alles in de schepping getuigt van haar Schepper.

"Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar..." (Romeinen 1:20, NBV2004)

Overzicht

"De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed..." (Genesis 1:2, HSV2010)

Deze vormloze planeet werd door de Schepper gebruikt als basismateriaal voor een volmaakt geschapen aarde, met alles erop en eraan. De scheppingsgeschiedenis in Genesis 1 laat ons zien dat God dit in zes dagen gedaan heeft. In deze zes scheppingsdagen kunnen we twee scheppingsfasen onderscheiden:

  1. voorbereiding (dagen 1-3)
  2. invulling (4-6)


voorbereiding vervulling
1 licht 4 zon (+ maan + sterren)
2a atmosfeer 5a vogels
2b zeeën 5b vissen
3a vasteland 6a landdieren
3b eerste leven: planten 6b hoogste leven: mens

Scheppingsdagen

Tijdens de eerste fase is de aarde voorbereid voor bewoning door dier en mens. Tijdens de tweede fase is de aarde gevuld met levende wezens: eerst dieren, vervolgens de mens. De eerste fase was een soort scheidingsproces, waarbij scheiding werd gemaakt tussen licht en donker, water aan de oppervlakte en in de lucht, zee en vasteland. Gedurende de tweede fase werd de aarde gevuld werd met allerlei levensvormen.

Scheppingsdag 1 - Licht

"En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht. En God zag het licht dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag." (Genesis 1:3-5, HSV2010)

Het licht van de eerste scheppingsdag is een geheim van de schepping waar we het minst van af weten. Het was naar mijn mening niet wat wij in het dagelijks leven als 'licht' kennen, maar een licht van een andere hoedanigheid. Ik geloof namelijk dat dit licht hetzelfde soort licht was als wat we op tal van plaatsen in de Bijbel tegenkomen als een zichtbaar licht met een bovennatuurlijke oorsprong. Wat ligt er meer voor de hand dan de gedachte dat het licht van de eerste scheppingsdag niets anders was dan ... Gods heerlijkheid die immers de waarneembare afstraling is van zijn aanwezigheid?

Zie meer hierover in onderwerp 'Gods heerlijkheid vanaf het begin' in hoofdstuk 'Gods heerlijkheid'.

Onze Schepper is de enige bron van het licht. In de Bijbel is licht bijna altijd een beeld van Gods merkbare aanwezigheid.

"... God is licht en in Hem is geheel geen duisternis." (1 Johannes 1:5, NBG1951)

In geestelijke zin betekent de eerste scheppingsdag de overwinning van het licht over de duisternis en de totale overwinning van het koninkrijk van het licht over het koninkrijk van de duisternis. Kijk maar naar de volgende voorbeelden:

  • Het leven dat God geeft is sterker dan de dood.
  • Gods genade is sterker dan Gods boosheid over de zonde.
  • Gods liefde is sterker dan de haat van mensen.
  • De gerechtigheid van Jezus weegt zwaarder dan de zonde van de mensheid.
  • Gods waarheid is eeuwig, terwijl de leugen een keer ophoudt te bestaan.

Scheppingsdag 2 - atmosfeer en zeeën

"En God zei: Laat er een gewelf zijn in het midden van het water, en laat dat scheiding maken tussen water en water! En God maakte dat gewelf en maakte scheiding tussen het water dat onder het gewelf is, en het water dat boven het gewelf is. En het was zo. En God noemde het gewelf hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag." (Genesis 1:6-8, HSV2010)

Op de tweede scheppingdag liet God een deel van het oppervlaktewater opstijgen in de vorm van waterdamp, waardoor ook bewolking werd gevormd. In het genoemde Bijbelgedeelte wordt vooral melding gemaakt van het scheiden water en waterdamp. Ik veronderstel dat God op deze dag de totale atmosfeer rondom de aarde in orde gebracht heeft. De laagste luchtlaag boven de aarde werd geschikt gemaakt voor de planten, de dieren en de mens die daarna zouden worden geschapen.

Scheppingsdag 3a - vasteland

"En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo. En God noemde het droge aarde en het samengevloeide water noemde Hij zeeën; en God zag dat het goed was." (Genesis 1:9-10, HSV2010

Hoe dit allemaal plaatsvond weten we niet. Liet God het droge land ontstaan doordat bepaalde gedeelten van de aarde omhoog kwamen of ontstond het droge land eenvoudigweg doordat er veel water was onttrokken uit het oppervlaktewater van de aarde? Scheppingsdagen 2 en 3a kunnen wel zodanig met elkaar verweven zijn dat ze in zekere zin één geheel vormden. Mogelijk is het daarom dat we aan het einde van de tweede scheppingsdag niet het bekende refrein tegenkomen: "God zag dat het goed was." We kunnen dan zeggen dat scheidingsproces van scheppingsdagen 2 en 3a aan het einde van scheppingsdag 3 pas voltooid was.

Bij het vasteland denken we vooral aan vaste, levenloze stoffen. Deze worden in de Bijbel vaak vergeleken met geestelijke concepten. Zo wordt de eeuwige God vergeleken met een onwankelbare Rots, waar gelovigen op kunnen vertrouwen en kracht uit kunnen putten.

"Zeker, Hij alleen is mijn rots en mijn heil (=zegen), mijn veilige vesting, ik zal niet wankelen." (Psalm 62:7, HSV2010)

Edelmetalen als goud en zilver worden opvallend veel in de Bijbel genoemd. Goud en zilver moeten eerst gesmolten en gezuiverd worden voordat ze verwerkt kunnen worden tot siervoorwerpen. Dat laat iets zien van de innerlijke reiniging die een gelovige nodig heeft om tot geestelijke rijkdom te komen:

"Ik raad u aan, dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt..." (Openbaring 3:18, HSV2010)

Dat smeltproces kan ook worden vergeleken met beproevingen die tot geloofsgroei leiden:

"... opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus." (1 Petrus 1:7, NBG1951)

Edelstenen en halfedelstenen worden gewaardeerd om hun schoonheid en hun hoge waarde. We komen twaalf edelstenen tegen op het borstschild van de hogepriester (Exodus 29:15-30). Deze vertegenwoordigen de twaalf stammen van Israël die de hogepriester voortdurend op zijn hart draagt (Exodus 29:30). Daarmee maakt God zichtbaar dat Hij zijn volk als buitengewoon kostbaar beschouwt en grote waarde hecht aan ieder die Hem dient.

Het Nieuwe Jeruzalem zal eenmaal gebouwd zijn op een fundament van twaalf edelstenen, naar het aantal apostelen (Openbaring 21:14; 21:18-20) en twaalf poorten van reusachtige parels, naar het aantal stammen van het volk Israël.

Scheppingsdag 3b - plantengroei

"En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:11-12, HSV2010)

Nadat God had gezorgd voor lucht, water en vaste grond was er een leefklimaat ontstaan dat geschikt was voor allerlei levensvormen. Vooral op de vaste grond is een weelderige plantengroei ontstaan. Natuurlijk maakte God ook de waterplanten, maar het scheppingsverhaal tekent alleen de hoofdlijnen zonder details te noemen.

Planten mogen dan de eenvoudigste levende organismen hebben zijn, toch kunnen ze heel intelligent reageren op hun omgeving. Hun bladeren richten zich naar het licht en planten groeien recht tegen de zwaartekracht in. Hoe weet een plant dat het tijd is om vruchten voort te brengen? De veelzijdigheid van de plantenwereld laat ook iets van God zien. Planten worden in de Bijbel vaak gebruikt om geestelijke waarheden uit te beelden:

  • een boom bij het water die vrucht draagt ondanks moeilijke omstandigheden (Psalm 1; Jeremia 17:7-8)
  • de gelijkenis van de zaaier en van het opgroeiend zaad (Matteüs 13)
  • het feit dat een graankorrel moet sterven om vrucht voort te brengen (Johannes 12:24-25)
  • de gelijkenis van wijnstok en de ranken (Johannes 15:1-8)
  • het verhaal van de bomen die een koning zochten (Rechters 9:8-15)

God heeft een grote variëteit aan planten geschapen. De hele plantenwereld is één grote afbeelding van Gods persoonlijkheid. Enkele voorbeelden:

  • De woudreuzen weerspiegelen Gods majesteit (ceder van Libanon).
  • De kleine bloempjes doen ons denken aan het feit dat God ook aandacht voor het kleine heeft.
  • Waterplanten laten ons zien dat Gods leven in ons zich ook uitstrekt over ons emotionele leven.
  • De rotsplanten laten zien dat we door Gods kracht kunnen overleven in moeilijke omstandigheden.

Scheppingsdag 4 - zon, maan en sterren

"En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot aanduiding van vaste tijden tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren! En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo. (Genesis 1:14-15, HSV2010)

Op deze dag schiep God de lichtdragers: zon, maan en sterren. Vanaf deze scheppingsdag wordt de tijd aangegeven door de zon en de maan. De lengte van de dag wordt bepaald door de draaiing van de aarde om haar denkbeeldige as. De lengte van een jaar wordt bepaald door de tijdsduur van de omwenteling van de aarde om de zon. VOOR scheppingsdag 4 was er dus nog geen tijdrekening mogelijk zoals we die nu kennen.

De zon wordt in de Bijbel diverse keren genoemd als een beeld van God, de bron van alle licht en van alles wat goed is. Het is God die ook in figuurlijke zin licht brengt in de duisternis.

"Want God, de HEER, is een zon en een schild..." (Psalm 84:12, NBV2004)

Het oneindig lijkende heelal met talloze sterrenstelsels laten iets zien van de onmetelijke grootheid en scheppingskracht van onze Schepper. Vooral het kijken naar een heldere sterrenhemel brengt mensen tot aanbidding van God om zijn eindeloosheid.

Scheppingsdag 5a, 5b en 6a - dieren

"En God zei: Laat het water wemelen van wemelende levende wezens; en laten er vogels boven de aarde vliegen, langs het hemelgewelf! En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:20-22, HSV2010)

God heeft enorm veel soorten vogels gemaakt. Er zijn stapels boeken geschreven over de interessante gedragingen van vogels, waar ze hun eieren leggen, hoe ze hun jongen grootbrengen en noem maar op. Sommige vogels worden in de Bijbel genoemd om daarmee geestelijke concepten af te beelden. Denk maar aan de adelaar, een diersoort waarin een belangrijk aspect van Gods eigen karakter (wijsheid) is afgebeeld. De duif is een beeld van de Heilige Geest. Zo kwam bij Jezus' doop de Geest als een duif op Hem (Matteüs 3:16). De duif is ook het welbekende beeld van de zachtmoedige onschuld (Matteüs 10:16) ofwel een rein geweten.

God heeft enorm veel soorten waterdieren geschapen, waarvan de vissen de meest bekende zijn. Sommige soorten leven aan de oppervlakte van het water, andere weer dieper, sommige soorten leven zo diep, dat er geen mens bij kan komen zonder duikersuitrusting. Al die soorten met elkaar tekenen een beeld van Gods eindeloze veelzijdigheid en de peilloze diepgang van Gods creativiteit.

"En God zei: Laat de aarde levende wezens naar hun soort voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde, naar zijn soort! En het was zo. En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort. En God zag dat het goed was." (Genesis 1:24-25, HSV2010)

Het vasteland, dat tijdens scheppingsdag 3 ontstond, werd op scheppingsdag 6a gevuld met hoog ontwikkelde levensvormen: de zoogdieren en andere landdieren. Ook bij de landdieren zien we een enorme variatie in levensvormen: grote en kleine dieren, sterke en snelle dieren, en noem maar op. Elke diersoort vertoont unieke gedragspatronen, en is een afbeelding van een facet van Gods persoonlijkheid. Denk maar aan de leeuw, die het beeld is van Gods kracht en het rund dat een beeld is van Gods zorgzaamheid. Omdat vooral de zoogdieren een hoge ontwikkelingsvorm hebben is het niet verwonderlijk dat we bij deze dieren gedragingen tegenkomen die we ook bij mensen zien. Denk maar aan de zorg van zoogdieren voor hun jongen om een voorbeeld te noemen.

Scheppingsdag 6b - mensen

"En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis..." (Genesis 1:26, HSV2010)

Als laatste schiep God de mens, de hoogste scheppingsvorm op aarde, het kroonjuweel van de schepping. God heeft hem:

"... bijna goddelijk gemaakt en hem met heerlijkheid en luister gekroond." (Psalm 8:6, NBG1951)

Er zijn biologen, die alle gedragingen van vooral zoogdieren hebben onderzocht in vergelijking tot menselijke gedragingen. Zij kwamen tot de conclusie dat er nauwelijks menselijke gedragspatronen zijn die niet bij enig diersoort voorkwamen. De erfelijkheidskenmerken in de DNA van chimpansees lijken zelfs heel sterk op die van mensen. Natuurlijk kunnen we hieruit niet concluderen dat de mens een veredeld dier is.

De mens is meer dan enig ander schepsel (inclusief de engelen!) ontworpen en geschapen als het evenbeeld van God. Doordat de mens een lichaam en een geest heeft, is hij ontworpen om zowel in de materiële wereld als in de geestelijke wereld te functioneren. En juist de geest van de mens maakt hem uniek ten opzichte van de dieren en plaatst hem op een onvergelijkbaar hoger niveau.

Er is nog een belangrijk verschil. God had enorm veel soorten planten en dieren geschapen en ook in grotere aantallen. Bij de schepping van de mens ging slechts om één enkel soort:

Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen." Genesis 2:7, NBV2004)

Alle andere levende wezens zijn massaal tot stand gekomen door het spreken van God. De schepping van de eerste mens Adam was handwerk. Hij werd met grote zorg gemaakt. Zijn vrouw Eva werd ook 'met de hand' gemaakt doordat God een rib uit Adam nam en haar daaruit maakte. Het hele menselijke geslacht is uit deze twee voortgekomen.

'"Uit één mens heeft hij (=God) de hele mensheid gemaakt, die hij over de hele aarde heeft verspreid..." (Handelingen 17:6, NBV2004)

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2013