1.8.4. Gods volk Israël

Dit onderwerp sluit nauw aan bij onderwerp 'Het Oude Verbond' in hoofdstuk 'Gods verbonden'.

Nieuwe verschijningsvorm van Gods Koninkrijk

God wilde een volk uitkiezen om ZIJN volk te zijn, om met dat volk de volgende fase van Gods Koninkrijk in te gaan: één volk dat God zou toebehoren om in verbondenheid met Hem te leven. God zou zichzelf aan dit volk openbaren, hen zegenen en alle mogelijke hulp toezeggen. Bovenal zou zijn volk een levenswet geven zodat de mensen wisten hoe ze moesten leven om een gelukkig, welvarend en gezond volk te zijn.

God had al een mooi stuk grond voor dit volk in gedachten, zo ongeveer op het kruispunt van drie continenten: het land Kanaän, dat zich uitstrekte van de Middellandse zee tot aan de rivier de Eufraat. Hun land zou een hoofdstad hebben die Jeruzalem moest heten. Dat betekent: fundament van vrede. Vanuit deze plaats zou Gods vrede moeten uitstralen over de hele aarde als een getuigenis van Gods gerechtigheid tegenover alle volken. Maar laten we beginnen bij het begin...

Voorbereidingsfase - aartsvaders

In het paradijs was het menselijke geslacht begonnen met Adam en Eva. Na de zondvloed was alleen Noach en zijn familie overgebleven. Hun nakomelingen gingen de aarde weer bevolken, maar ik denk niet dat de mensheid op grote schaal God ging aanbidden. Tenslotte besloot God om voor de derde keer met één mensenpaar verder te gaan: Abraham en Sara (Genesis 12-23). Uit hen zou een volk ontstaan waar God weer mee verder kon als vertegenwoordiging van zijn Koninkrijk op aarde.

God riep Abraham uit zijn geboorteland om hem naar het land Kanaän te brengen, een woonplek die God had uitgekozen voor zijn uitverkoren volk. God sloot een verbond met Abraham:

"... Ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn" (Genesis 17:7-8, NBV2004)

God openbaarde zich ook aan zijn zoon Isaak en kleinzoon Jakob, die samen met Abraham aartsvaders worden genoemd, omdat zij de stamvaders van het volk Israël waren (Genesis 24-35). Na een hongersnood trok Abrahams kleinzoon, Jakob, met een familie van 70 personen naar Egypte om zich daar te vestigen (Genesis 46-50). Daar breidde de familie zich uit tot een miljoenenvolk: het volk Israël (Exodus 1:1-7). De satan had natuurlijk heel goed door dat dit volk van strategisch belang was voor Gods Koninkrijk en verklaarde het volk de oorlog. Zijn eerste handlanger om Gods volk nakomelingen te bestrijden was de farao van Egypte, die hen onderdrukte en tot zware dwangarbeid dwong (Exodus 1:8-22). Uiteindelijk vaardigde hij een bevel uit dat alle pasgeboren jongetjes van de Israëlieten moesten worden gedood. Het volk werd dus met uitsterven bedreigd, en niet voor het laatst...

Zie ook onderwerp 'Verbond met Abraham' in hoofdstuk 'Gods verbonden'.

Volk Israël - volk van God

God riep Mozes als profeet en leider van het volk en gaf hem de opdracht het volk uit Egypte weg te voeren. Door de hand van Mozes deed God tien plagen over Egypte komen om druk uit te oefenen op de farao (Exodus 7-12). Uiteindelijk liet deze het volk gaan (Exodus 13), maar hij ging het volk later met een leger achterna in de woestijn. Zijn macht over het volk Israël werd definitief gebroken toen het volk Israël over een drooggemaakt pad door de Rietzee getrokken was. Het leger van de farao ging het volk over dat pad achterna, maar vond de dood toen God het water deed terugstromen (Exodus 14).

Zo bevrijdde God de Israëlieten uit de macht van Egypte bracht hen in de woestijn, op weg naar het land Kanaän dat God ruim 400 jaar tevoren aan Abraham had beloofd. Vanaf dat moment begon er een nieuw leven voor het volk Israël. In de woestijn ontving het volk Gods levenswet en sloot God een verbond met zijn volk waarin de relatie tussen God en zijn volk werd vastgelegd.

Volk Israël - een aards koninkrijk

Israël vormde een aards koninkrijk onder Gods heerschappij. Het mocht wonen in het beloofde land Kanaän als een eeuwig bezit. God had voor zijn volk het mooiste plekje van de wereld uitgezocht:

"Op die dag zwoer ik hun dat ik hen uit Egypte weg zou leiden naar het land dat ik voor hen had uitgezocht, een land dat overvloeit van melk en honing, de parel onder de landen van de wereld." (Ezechiël 20:6, NBV2004)

De uitdaging en opdracht aan het volk was geweest om het beloofde land eigenhandig te veroveren (met de kracht en de hulp van God) en het te verdedigen tegenover vijanden. Israël had GEEN opdracht gekregen om andere gebieden te veroveren. Onder leiding van generaal Jozua is een groot deel van het beloofde land veroverd.

Na de verovering van het beloofde land Kanaän volgde een periode waarin het volk Israël werd geleid door het priesterschap, waardoor het volk werd onderwezen in Gods oudtestamentische levenswet (de wet van Mozes) die morele leefregels bevatte en leefregels voor een geordende samenleving volgens Gods richtlijnen. Een koning was niet nodig, want God was hun koning. Zolang de Israëlieten God gehoorzaamden was er vrede en veiligheid, maar zodra ze op grote schaal God verlieten, stonden ze bloot aan de agressie van omliggende volken. Dan traden er op leiders op (zie Bijbelboek Rechters), soms rechtstreeks door God daartoe aangesteld, om het volk te bevrijden. Uiteindelijk vroeg het volk aan de profeet Samuël om een koning, omdat zij net zo wilden zijn als andere volken. Dus niet meer God als koning, maar een eigen koning uit hun midden. God was hier buitengewoon ontstemd over en zei tegen Samuël:

"... Geef gehoor aan de stem van het volk, aan alles wat ze je vragen. Jou verwerpen ze niet. Ze verwerpen juist mij als hun koning. Zo is het altijd gegaan, vanaf de dag dat ik hen uit Egypte heb geleid tot nu toe. Ze hebben mij de rug toegekeerd en andere goden gediend, en zo vergaat het nu ook jou." (1 Samuël 8:7-8, NBV2004)

Inderdaad, het volk had God verworpen EN het geestelijke leiderschap dat door een van de beste profeten uit het Oude Testament werd uitgevoerd. Dit was een dramatische gebeurtenis met verstrekkende gevolgen voor Gods Koninkrijk. God besloot dus de wil van het volk te doen; God is geen tiran die mensen dwingend zijn wil oplegt, maar hij laat mensen wel de gevolgen van hun verkeerde keuzen ondervinden.

Koningen van Israël

De eerste koning van Israël was Saul, die ongehoorzaam aan God bleek te zijn. Een theocratie onder Gods leiding en dan met een ongehoorzame koning, dat kan natuurlijk niet en het liep uit op een ramp. Daarna werd David na veel omzwervingen en beproevingen koning van Israël. David was een man met visie voor Gods hogere doelstellingen voor Israël: om zichzelf door Israël aan alle aardbewoners bekend te maken. Bij zijn strijd tegen de reus Goliat had hij de volgende krachtige uitspraak gedaan:

"Maar vandaag zal de HEER je aan mij uitleveren ... zodat de hele wereld weet dat Israël een God heeft." (1 Samuël 17:46, NBV2004)

David was de modelkoning uit de geschiedenis van Israël. Hij onderscheidde zich van verreweg de meeste koningen na hem door zijn toewijding aan God, zijn warme persoonlijke relatie met Hem en de open manier waarop hij omging met correcties die God toepaste wanneer hij tegen Gods wil was ingegaan. Toen hij de wens te kennen gaf om een tempel voor God te bouwen, maakte God hem duidelijk dat zijn zoon dat later zou doen. Niettemin stelde God Davids toewijding bijzonder op prijs en beloofde hem een eeuwig koningschap over Israël:

"Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn." (2 Samuël 7:16, HSV2010)

Na David regeerde zijn zoon Salomo als koning over het volk Israël (2 Kronieken 1-9). In de hoofdstad Jeruzalem bouwde hij een tempel voor de eredienst aan God. Er heerste vrede in het rijk en veel volken stuurden gezantschappen om Salomo, de oudtestamentische vredevorst, eer te bewijzen (2 Kronieken 9:14,23). Het rijk van Koning Salomo (zijn naam betekent ook 'vrede') was een voorafschaduwing van het Messiaanse Vrederijk dat Jezus eenmaal zal stichten.

Periode na de koningen van Israël

Na de regering van de koningen David en Salomo werd het rijk in tweeën gesplitst: het rijk van Juda (dat relatief toegewijd aan God was) en het tien-stammenrijk Israël (dat vanaf de splitsing overwegend goddeloos was). Vanwege de extreme ongehoorzaamheid en goddeloosheid moesten de Israëlieten uiteindelijk een periode van ballingschap in Babylonië meemaken. Jaren later zorgde God ervoor dat een restant van het volk kon terugkeren naar hun eigen land, zoals beschreven in de Bijbelboeken Ezra en Nehemia. Daarna volgde een periode waarin het volk Israël een speelbal was van de omliggende volken en vele jaren van vreemde overheersing en onderdrukking moest doormaken. Uiteindelijk kwam het land onder de invloedssfeer van het machtige Romeinse rijk.

Toen verscheen Jezus, de Zoon van God op het toneel om een nieuwe fase van Gods Koninkrijk in te luiden: het Koningrijk van de Hemel. De Israëlieten (intussen joden genoemd) hebben Hem als volk niet als Messias geaccepteerd. Na de verovering van Jeruzalem in 70 na Chr. verspreidden de joden, die niet Jezus niet als Messias beleden, zich over de hele wereld. Vele eeuwen later heeft God een deel van de joden uit de hele wereld weer naar hun eigen land laten gaan. Het ontstaan van de staat Israël in 1948 laat zien dat God verder gaat met zijn plannen voor dit volk, in afwachting van de komst van de Messias voorafgaande aan het Messiaanse Vrederijk.

Eeuwenlange strijd van het volk Israël

In het Oude Testament lezen we enorm veel over de strijd en de oorlogen die Israël moest voeren tegen de omringende volken, die het eigenlijk zonder ophouden gemunt hadden op Israëls ondergang, net als vandaag de dag.

Zolang het volk Israël bestaat heeft het te maken gehad met vijandigheden van de omliggende volken, die door de satan werden gebruikt om Gods volk schade toe te brengen en het liefst te vernietigen:

  • Zolang het volk dicht bij God en zijn levenswet leefden ze in vrijheid. Zodra ze andere goden gingen dienen en een goddeloos leven gingen leiden werden ze aangevallen door hun vijanden.
  • Tijdens de Babylonische ballingschap probeerde de joden hater Haman het hele volk uit te roeien.
  • Na de terugkeer naar hun eigen land is het volk langdurig overheerst geweest door omliggende volken, later ook door de Romeinen.
  • Na de verovering van Jeruzalem hebben de joden vele eeuwen van geloofsvervolging meegemaakt, met de massamoorden van de Holocaust als dieptepunt.
  • Ook vandaag de dag wordt de staat Israël vrijwel permanent bedreigd door de Arabische wereld. Er is een onoplosbaar Midden-Oosten probleem dat pas zal worden opgelost wanneer de Messias terugkomt.

Zie ook 'De Messias komt voor Israël' in hoofdstuk 'Wederkomst van Jezus'.

Toekomstverwachting voor het volk Israël

In de profetische boeken van het Oude Testament is veel te lezen over een uiteindelijk herstel van Israël. Jezus had zijn twaalf discipelen beloofd dat zij later een hoge positie zouden krijgen in deze toekomstige fase van Gods Koninkrijk:

"Jezus zei tegen hen: 'Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël." (Matteüs 19:28, NBV2004)

Wat opvalt in dit Bijbelgedeelte is dat er gesproken wordt over de twaalf stammen van Israël. Dat betekent dat Israël als volk en als natie zal blijven bestaan in het Messiaanse Vrederijk. Israël zal wonen in het land Kanaän, met Jeruzalem als hoofdstad. Daarnaast heeft Jezus aan de Gemeente ook beloofd dat zij met Hem zal regeren in het Vrederijk. Zo zullen Israël en de Gemeente hun plaats naast elkaar innemen om daarin hun Messias en Koning te dienen.

 

Herschepping 2.0. Een uitgebreide, samenhangende serie studies over Bijbelse onderwerpen
voor persoonlijke opbouw en gespreksgroepen over Gods herscheppende werk in het leven van de gelovige.
copyright © 2013 - voor het laatst bijgewerkt op 4 januari 2017